Van onze redactie economie UTRECHT - De Nederlandse Spoorwegen hebben gisteren de samenwerking met de elektriciteitsbedrijven opgezegd. De pogingen om gezamenlijk een tweede telecombedrijf op te richten dat de concurrentie met PTT Telecom aan zou kunnen, zijn gestrand op een verschil van inzicht dat al vanaf het prille begin bestond.
Nu het samen niet lukt, zijn zowel de NS als de elektriciteitsbedrijven van plan ieder voor hun bestaande kabelverbindingen om te bouwen tot telecombedrijf. Dat is gisteravond meegedeeld op een inderhaast belegde persconferentie.
Den Haag zal nu gevraagd worden om niet twee, maar meer dan twee “PTT's” toe te laten tot de Nederlandse markt. In plaats van een duopolie zou er dan een echt vrije markt moeten komen, met diverse concurrenten, zo zeiden NS en de elektriciteitsbedrijven gisteren broederlijk.
Dat komt mooi uit, want in Den Haag begon de VVD, maar ook andere regeringspartijen, zich al af te vragen of een duopolie nu werkelijk neerkomt op liberalisering van de telecommarkt. VVD-minister Jorritsma van verkeer en waterstaat heeft het wetsvoorstel, waarin staat dat het monopolie van PTT Telecom moet worden vervangen door een duopolie, nog niet gewijzigd. Maar de animo om dat te doen en er een echt vrije markt van te maken, lijkt in de Kamer snel toe te nemen.
Om die reden ook werd het voor de NS en de elektriciteitsbedrijven, gegeven hun onenigheid, steeds aanlokkelijker om maar uit elkaar te gaan. Als Den Haag erover denkt ruimte te scheppen voor meer dan één concurrent voor de PTT, waarom dan nog samen blijven?
Het idee om slechts één concurrent toe te laten die het zou mogen opnemen tegen PTT Telecom, was afkomstig van de vorige minister van verkeer en waterstaat, Maij-Weggen (CDA). Zij nodigde alle bedrijven in Nederland die over kabels in de grond beschikken, of het nu gaat om de seinverbindingen van NS of de tv-kabelnetten die in veel steden in handen zijn van de elektriciteitsbedrijven, uit om hun netten aan elkaar knopen en zo een alternatief voor de PTT te vormen. Hierop richtten elf elektriciteitsbedrijven samen met NS het consortium Enertel op, waar de NS dus gisteren zijn uitgestapt.
In december vorig jaar kozen zij het Amerikaanse telecombedrijf Bell South uit om de gelederen te versterken. Nu Enertel uiteen is gevallen, lonken zowel de NS als de elektriciteitsbedrijven, die verdergaan onder de naam Enertel, naar Bell South. Maar zoals de vermoeid ogende Enertel-voorzitter J. Thierry gisteravond zei, zit Bell South meer op de lijn van de NS.
De onenigheid draaide om de vraag of het tweede telecombedrijf een sterk landelijk opererend bedrijf met eigen merknaam moest worden, zoals NS en Bell South wilden, of dat het slechts een netwerk van netwerken moest worden, zoals de elektriciteitsbedrijven en de kabelbedrijven wilden. Zij zien de regionale kabelbedrijven, als die straks ook telefonie mogen aanbieden via de kabel, uitgroeien tot kleine regionale PTT'tjes, die het landelijk net van Enertel alleen zouden gebruiken om de gesprekken door te verbinden van het ene naar het andere regionale telefoonnet.
Dat is nooit de bedoeling geweest van Enertel, dat zelf in december al concludeerde dat met het aanbieden van een netwerk alléén geen winst te maken valt. De winst zit hem in de diensten die over dat netwerk gaan, zoals telefoongesprekken en dataverkeer.
De verkoop, vorige maand, van het Amsterdamse kabelnet aan US West en Philips, vergrootte de druk op Enertel. Als in Amsterdam een sterke regionale telecommunicatie-onderneming mag groeien, waarom zouden de elektriciteitsbedrijven dan hun droom moeten begraven in het al weer verouderde bouwsel van Maij's duopolie?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.