De politieke discussie staat de laatste dagen bol van het begrip 'gezag'. Heeft minister Sorgdrager nog voldoende gezag na de opstand van de procureurs-generaal, is nog steeds de vraag. Burgemeester Ouwerkerk van Groningen stapte op omdat hij onvoldoende vertrouwen geniet; zonder vertrouwen geen gezag.
Uniek Nederlands zijn deze problemen niet. In Japan trad minister van financiën Mitsuzuka deze week af, toen bleek dat twee hoge ambtenaren op zijn ministerie steekpenningen hadden aangenomen. Het ministerie was door eerdere schandalen al in opspraak geraakt, en door het nieuwste incident was het gezag van Mitsuzuka te gering geworden.
Nu bestond er in Japan toch al een merkwaardige onevenwichtigheid tussen minister en departement. Mitsuzuka is allesbehalve een zwaargewicht in de Japanse politiek. Aan de andere kant is het ministerie een zeer machtige instelling in Japan. Het verricht niet alleen taken, vergelijkbaar met die van het Nederlandse ministerie van financiën, het Japanse departement oefent ook toezicht uit op de banken. Verre van vlekkeloos trouwens, dat toezicht is een bron van schandalen. Tot de verantwoordelijkheden van het ministerie behoren verder onder andere het beheer van een soort rijkspostspaarbank en een rijkspostverzekeringsmaatschappij.
Het uitkomen van corruptie door de twee hoge ambtenaren was op zichzelf vermoedelijk niet genoeg geweest om Mitsuzuka te doen aftreden. Oppositiepartijen dreigden het parlementaire werk lam te leggen als de minister niet aftrad. Het kabinet had toen de keus tussen uitstel van behandeling van twee belangrijke wetsontwerpen ter stimulering van de kwakkelende Japanse economie (waaronder belastingverlaging), of het opofferen van een politiek niet zo invloedrijke minister. De keus viel op het offer.
Door het verdwijnen van Mitsuzuka verandert er structureel waarschijnlijk weinig. Ministers hebben in Japan minder speelruimte voor een eigen beleid dan in West-Europa of Noord-Amerika. Een groot deel van de macht ligt bij een kern van ambtenaren. Vooral op het departement van financiën en het befaamde Miti-ministerie van handel en industrie vormen de ambtenaren netwerken met de top van de grote concerns, de banken en ook politici.
Politici die werkelijk iets willen veranderen, stuiten op de stroperigheid van deze kongsies, die eigen belangen nastreven. Een Japanse minister mag in het zoveelste handelsconflict met de VS plechtig beloven, dat de Japanse markten opengaan, dat gebeurt, zoals we weten, nauwelijks. Pogingen om de macht van het ministerie van financiën te verminderen door het verzelfstandigen van bepaalde activiteiten (zoals de postspaarbank), struikelden uiteindelijk op de onwil van het ambtenarenapparaat.
Essentieel in de Nederlandse ministeriële verantwoordelijkheid is dat ambtenaren volstrekt loyaal zijn aan hun minister. Juist daarom veroorzaakte het optreden van de procureurs-generaal zoveel commotie. Japanse ambtenaren zijn mogelijk formeel wel, maar in werkelijkheid veel minder loyaal dan hun Nederlandse collega's. Zij trekken hun eigen plan, zelfs als er een reeks van schandalen aan het licht komt. Dan worden er een paar ambtenaren gearresteerd, maar de machtige netwerken blijven bestaan. De minister verdwijnt. Vandaag of morgen zal wel bekend worden wie Mitsuzuka opvolgt. Veel zal het niet uitmaken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.