*

 
dossier

Archief

'Grote reorganisatie vakcentrale FNV noodzaak'

WIM SCHOUTENDORP − 31/08/96, 00:00

ROTTERDAM - Na de beoogde megafusie tussen de grote FNV-bonden in de marktsector, valt de huidige zware topstructuur van de vakcentrale op den duur moeilijk vol te houden. Bovendien zullen er in het nieuw te vormen vakbondscluster tal van dubbelfuncties ontstaan. Uit kostenoverwegingen zijn daarom forse bezuinigingen op het dure managementniveau van het vakbondsapparaat onontkoombaar.

Dit verwacht prof. J. Paauwe van de Rotterdamse Erasmusuniversiteit. De econoom en deskundige op het gebied van de interne organisatie van bedrijven, was vorig jaar als adviseur nauw betrokken bij de fusie tussen de dienstenbond en de grafische bond van de concurrerende vakcentrale CNV. De stelingname van FNV- en CNV-woordvoerders de afgelopen dagen in de pers, noemt hij “wat vlak”. “Er is weinig aan de hand, suggereren ze. Maar ze hebben er dan ook belang bij met hun uitspraken niet nog meer onrust in hun tent te veroorzaken.” Iedereen lijkt tevreden, maar de werkelijkheid is waarschijnlijk totaal anders.

Organisatie-deskundige Paauwe is heel stellig. Om de vaak sterk uiteenlopende sectoren binnen het bedrijfsleven onderling goed gecoördineerd te kunnen aanpakken, zal er binnen de nieuwe machtige vakbondsorganisatie voor de marktsector een nieuw tussenniveau gecreëerd moeten worden. De Rotterdamse econoom denkt aan een soort vakgroepsraad met vertegenwoordigers uit die verschillende sectoren - in feite een nieuwe 'federatie binnen de federatie'. “Als je dat niet goed doet, haal je je slag niet binnen en had je die fusie beter niet kunnen beginnen. Immers: het gaat niet alleen om schaalvoordelen maar ook om slagvaardigheid en herkenbaarheid tegenover de leden.”

Die onderlinge coördinatie, zoals op het gebied van het arbeidsvoorwaardenbeleid en de CAO-onderhandelingen, maar ook ten aanzien van niet-werkenden, vergt veel ondersteunende ontwikkeling van beleid, voorziet Paauwe. Dat op twee niveaus te doen - zoals nu door de staf van de vakcentrale, én in de nieuwe 'marktbond' - is dubbelop en onnodig kostbaar. “De nieuwe bond is gezien zijn omvang relatief machtig en zal er dan natuurlijk op aandringen zijn financiële bijdrage aan de FNV-centrale te beperken. Het werk wordt immers ook al in eigen huis gedaan.”

De verhoudingen binnen de FNV-top die nu in totaal zo'n 500 werknemers telt, verandert waarschijnlijk ook op een andere manier. Paauwe: “Als een minister een indruk wil krijgen van de looneisen in het bedrijfsleven, is het voor hem veel zinvoller te overleggen met de vakbond die de marktsector als beste overziet, dan met de overkoepelende vakcentrale. Want die zit op een afstand.” Hij denkt daarom dat het het beste is, de toppen van de machtigste bonden - naast de nieuwe marktbond is dat de al bestaande ambtenarenbond AbvaKabo - te benoemen in het bestuur van de FNV-centrale. Eventueel met een onafhankelijke en vrijgestelde voorzitter als de huidige FNV-voorman Johan Stekelenburg.

Een dergelijke bestuurssamenstelling is vergelijkbaar met die van een concern als KPN waar naast bestuursvoorzitter Dik mensen namens de belangrijkste bedrijfsonderdelen, PTT Post en PTT Telecom, in de leiding zitten.

Uit oogpunt van efficiency en kostenbesparing kan de beleidscoördinatie in belangrijke mate van FNV-niveau afzakken naar de twee machtigste bonden. Toch blijft er in de ogen van Paauwe nog veel werk voor de centrale te doen. Zoals de internationale vertegenwoordiging en de lobby bij de EU in Brussel, scholingsactiviteiten, rechtsbijstand en vooral: de centrale inkoop van voordeelacties voor alle FNV-leden. “Want daarin speelt de macht van het getal.”

De vakbeweging is eigenlijk niet te vergelijken met het commerciële bedrijfsleven. Toch zijn er parallellen. Bij de fusie van de banken ABN en Amro ontstonden er veel dubbelfuncties: bestuurders die niet allemaal tegelijk voorzitter kunnen worden, administraties en secretariaten die moesten worden samengevoegd. De top wordt al snel een waterhoofd, terwijl de herkenbaarheid voor de leden en klanten door een dreigende bureaucratisering, vanwege de schaalomvang, minder zal worden.

Vakbonden onderkennen het gevaar van bureaucratisering. Het instellen van vakgroepen moet ambtenarij tegengaan. Zo is de CNV Industrie- en voedingsbond ingedeeld in elf vakgroepen die in de verschillende sectoren opereren, zoals de chemie, voeding en metaal. “Een goede zaak”, vindt Paauwe. “Vakgroepen appelleren aan de beroepsachtergrond van de leden. Ze vergroten de herkenbaarheid op de werkvloer. Het is gebleken dat dat werkt.”

En dan zijn er nog de culturele verschillen. Bonden en leden die zichzelf als 'Gideonsbende' zien - 'klein, maar fijn' en authentieke klassenstrijd, of, meer bij het CNV: christelijke bevlogenheid - naast vaak omvangrijke groepen waar pragmatisme de overhand heeft. Paauwe: “Veelal zijn die cultuurverschillen sterk gekoppeld aan de persoon van de leider en de historie, het erfgoed van de bond.” De Voedingsbond FNV zal aarzelen de strijdlustige traditie in te ruilen voor pragmatisme.

Het overwinnen van dergelijke tegenstellingen vergt veel aandacht van de leiding. “Het gevaar van een fusie is een te grote interne gerichtheid. Dat kan zo'n een à twee jaar duren. Dat gaat dan ten koste van aandacht voor de leden en klanten.” Ook dat is bij ABN Amro gebleken. Het marktaandeel liep daar direct na de fusie terug.

mailIcon print |