In het tijdschrift Literatuur, het laatste nummer van deze jaargang (- 13,50), zoekt de neerlandicus Klaus Beekman uit of de bedekte beschuldiging van plagiaat aan het adres van de schrijver A. F. Th. van der Heijden gegrond is.
Van der Heijden zou in de roman 'Het Hof van Barmhartigheid' zwaar geleund hebben op het boek 'De zaak van Annie E.', van Toni Boumans en Wim Kayzer, zozeer zelfs dat de vraag kan rijzen of hier geen schending van het auteursrecht heeft plaatsgevonden.
Een vijfde deel van Van der Heijdens roman is gewijd aan dezelfde geschiedenis en het is overduidelijk en ook door de schrijver onmiddellijk toegegeven, dat hij 'De zaak van Annie E.' voortdurend bij de hand heeft gehad. Beekman zet een aantal parallelle plaatsen uit beide boeken naast elkaar en bespreekt de overeenkomsten, maar meer nog de verschillen. Het blijkt dat Van der Heijden weliswaar geput heeft uit de documentaire, maar de gegevens heeft bewerkt en aangepast aan zijn eigen manier en stijl van vertellen. Die transformaties maken het Beekman onmogelijk om van plagiaat te spreken: 'De zaak (van Hennie A., zoals ze bij hem heet) maakt deel uit van de ervaringen van de hoofdpersoon, zij is geïntegreerd in diens levensopvatting en wordt uiteindelijk door de schrijver op een mythologisch plan getild'. Exit affaire-Van der Heijden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.