*

 
dossier

Archief

Het lichaam kan niet meer wat Marc Girardelli op de skipiste wil

ROB VELTHUIS − 11/02/97, 00:00

AMSTERDAM - “Wat me niet doodt, maakt me sterker”, aldus wapende Marc Girardelli zich tegen de vaak onterechte kritiek op zijn persoon. Het skiën doodde hem niet, al heeft het een keer weinig gescheeld. Maar het maakte zijn lichaam tot een wrak dat in de topsport niet meer mee kan.

Girardelli, hij is bij zijn leven bijna even legendarisch als de voormalig slalomspecialist Ingmar Stenmark, die ook al zo moeilijk afscheid kon nemen van zijn sport. Girardelli, de man van vechtlust, agressie en risico's, spiegelde zich gaarne aan die onovertroffen Zweedse technicus. Vooral omdat beiden einzelgüngers waren, die zich juist daarom niet populair maakten. De voor Luxemburg skiënde Oostenrijker heeft - samen met Helmut, zijn vader en trainer - altijd zelf willen bepalen hoe hij zijn sport bedreef. Die houding botste met de opvattingen van autoritaire officials, zeker als het duo meende dat zij het om commerciële redenen niet zo nauw namen met de veiligheid van de skiërs.

In Sestrière was het hem niet gegund om zijn afscheid zelf te bepalen. Doktoren verboden hem deel te nemen aan de WK, waarop hij gisteren dan maar wereldkundig maakte dat het afgelopen is. Eigenlijk had de 33-jarige ster nog door willen gaan tot en met de Olympische Winterspelen van Nagano in 1998. Maar de drie doktoren die hij om raad vroeg, drongen er bij hem op aan te stoppen. Omdat ze hem anders niet konden garanderen dat hij de rest van zijn leven zonder krukken zou kunnen lopen.

Invalide Hij is wel eens eigenwijzer geweest. In 1984 onderging Girardelli een vierenhalf uur durende operatie aan de banden, kapsels en meniscus van zijn linker knie. De Amerikaanse chirurg Richard Steadman concludeerde na afloop dat skiën voor Girardelli voortaan slechts op een been mogelijk was. De sporter kreeg een uitkering wegens gedeeltelijke invaliditeit, maar won een jaar later de eerste van vijf wereldbekers.

En zo zijn succes en pijn bij Girardelli een zeventien jaar omvattende carrière lang hand in hand gegaan. Hij was actief op alle disciplines en won meer medailles en wedstrijden dan enig andere skiër: 46 wereldbekerwedstrijden en dertien medailles op zes WK's en drie Olympische Spelen. Zijn laatste wereldtitel was die op de combinatie, vorig jaar in Sierra Nevada. Tegen beter weten in had hij die vorige week in Sestrière willen verdedigen.

De keuze van zijn afscheid had iets bizars. Het was in Sestrière waar hij in 1989 bijna het leven liet door interne bloedingen die hij had opgelopen bij een val tijdens een super G. Sinds zijn eerste wereldbekermedaille in Wengen (1981) onderging hij onder totale narcose dertien zware operaties aan schouders, linker knie, heup en ellebogen, waardoor hij de bijnaam 'Bionische Man' kreeg. “Als ik medicijnen zou willen studeren, zou ik de eerste vier semesters kunnen overslaan, zoveel heb ik als patiënt geleerd”, zei hij eens schertsend.

Zijn lichaam werd steeds meer een handicap, maar het weerhield Girardelli niet van winnen, noch lange tijd van het temperen van de risico's. Hij was verslaafd aan snelheid ('s zomers in auto's) en aan triomfen. Vanaf de Olympische Winterspelen van '92 (Girardelli werd vier maal wereldkampioen maar een olympische titel ontbreekt) skiet Girardelli met een vrijwel gevoelloze rechter heup, die slechts korte tijd volledig belastbaar is en met een niet volledig buigzame linker knie. “Ik moet mezelf dwingen permanente pijn in het linker been te verdragen tijdens bochten naar rechts, anders zou ik dat been onbewust minder gaan belasten en snelheid verliezen.”

Nooit raakte de meester in trainingen geblesseerd, maar in wedstrijden was bij bereid alle risico's te nemen, mits hij die zelf in de hand had. Volgens zijn vader kende Marc Girardelli totaal geen angst. “Hij neemt alle risico's en is bovenal hard voor zichzelf. Wanneer je hem bij de start met een pistool in de rug schiet, merkt hij dat pas aan de finish”, is een bekende uitspraak van hem.

Gevaarlijk De vele crashes beschouwde Girardelli als het risico van een mooi vak, tenzij hij race-organisatoren op nalatigheid betrapte. Want ondanks zijn solistische gang op sportief gebied, kwam hij op voor de veiligheid van allen. Hij verklaarde eens in een interview: “Mijn vader heeft voortdurend problemen als hij pleit voor meer veiligheid. De meeste mensen, ook veel functionarissen, realiseren zich überhaupt niet hoe gevaarlijk onze sport is geworden.” Hij geeft toe in zijn jonge jaren zelf grenzen te hebben overschreden. Maar “een andere reden voor mijn ongelukken was de slordigheid van organisatoren, die zich nauwelijks bekommeren om de veiligheid van de skiërs”.

Girardelli werd tot nadenken gezet door het dodelijk verongelukken van zijn landgenoten Gernot Reinstadler tijdens een afdaling in Wengen (1991) en Ulrike Maier in Garmisch Partenkirchen (1994, naar later bleek mede door nalatigheid van de organisatie). Girardelli verweet organisatoren dat ze hun parkoersen niet aanpasten aan de door nieuw materiaal opgelopen snelheden. “Het is een wonder dat niet elk jaar twee skiërs verongelukken. Er moeten snelheidsbeperkende maatregelen worden getroffen.”

Nog steeds wagen skiërs met name op de afdaling hun leven. Girardelli nam in de laatste jaren van zijn carrière bewust wat minder risico's. Tijdens de WK in Sierra Nevada leefde hij vorig jaar op de combinatie nog eenmaal op. Dit seizoen was hij geen schim van de vroegere ster. Rug- en nierklachten dwongen hem tot rustpauzes in de voorbereiding. Zijn laatste wedstrijd was in december vorig jaar in Val Gardena. Marc Girardelli eindigde als 57ste van de 60 deelnemers. “Ik ben eenvoudig uitgeput”, zei hij bij die gelegenheid. “Ik heb geen energie meer.”

mailIcon print |