AMSTERDAM - Eén slag hebben de Britse Conservatieven ter afsluiting van hun conferentie, deze week in Bournemouth, in elk geval gewonnen. De financiële markten in Groot-Brittannië hebben opgewekt gereageerd op het vertoon van eenheid dat de Tories hebben kunnen opbrengen.
En dit terwijl vriend en vijand aan de vooravond van dit laatste jaarcongres vóór de Lagerhuisverkiezingen van volgend voorjaar voorspelden dat Eurohaters en Eurofielen vechtend door de conferentiezalen zouden rollen, en de smeergeldaffaire rondom een voormalige minister verder de sfeer zou verzieken op het congres dat toch al onder de weinig spetterende slogan 'Kansen voor iedereen' schuil moest gaan.
Maar premier John Major en zijn vleugel-adjudanten hielden het deksel stevig op de beerput en de Battle of Europe bleef groteneels beperkt tot de fringe meetings, de bijeenkomsten in de marge, waar buiten het officiële hoofdprogramma om, een ieder zijn democratisch zegje kon doen en stoom kon afblazen. Hetgeen ook geschiedde, en zo bleef de main conference hall gespeend van pittige verbale knokpartijen over de Europese monetaire unie, de gemeenschappelijke munt, de euro, en al het overige kwaad waarmee 'Brussel' het trotse Brittannië en zijn pond sterling aan de leiband tracht te krijgen.
Norman Tebbit en Bill Cash - twee van de meest uitgesproken Tory-tegenstanders van 'Europa', van de gemeenschappelijke munt met name - konden nu hun gram lozen in, overigens tot de nok gevulde, bijzalen. En dat ging dan ook van dik hout, met vergelijkingen van het niet-vetoën van 'Maastricht' door Londen met het 'München' van Neville Chamberlain aan de vooravond van de tweede wereldoorlog.
Norman Tebbit, partijvoorzitter onder Margaret Thatcher en door de oud-premier hogelijk gewaardeerde politieke straatvechter, maakte zijn reputatie meer dan waar, noemde de Britse Conseratieve Eurocommissaris Leon Brittan “een landverrader” en sloot zich aan bij Cash in diens oproep om de “vijfde colonne” in het Lagerhuis te vernietigen. Waarna het 'Land of Hope en Glory' op volle sterkte werd ingezet, als ware het de 'Last Night of the Proms'.
In de hoofdzaal had John Major inmiddels zijn colbertje al uitgetrokken en zich in een vraag-en antwoordspelletje gestort, voor de dodelijk saai en grijs te boek staande premier ongekend frivool en ontspannen. Zowaar grappen rondstrooiend en koddige anekdotes vertellend over zijn belevenissen met andere groten der aarde wist hij de zaal plat te krijgen. En probeerde hij te spijkeren aan het imago van een easy going manspersoon, die, komend uit een eenvoudig middenklassemilieu, verre te verkiezen valt boven die salonsocialist, de aalgladde Labour-leider Tony Blair. Dat politieke zondagskind dat met zijn universitaire upperclass achtergrond veel minder weet heeft van de noden des volks dan hij, Tory-leider John Major.
De felle anti-Europese toon die voorgaande conferenties nogal eens domineerden was ver te zoeken. Zelfs geheide Eurosceptici binnen Majors eigen kabinet, zoals minister van defensie Michael Portillo en exponent van de rechtervleugel van de Tories, hielden zich aan de afspraak om - tegen de achtergrond van de gigantische achterstand van de Tories op Labour - de rijen te sluiten en zich massaal achter Major te scharen. Zo niet dan waren alle kansen verkeken op een toch al hypothetische verkiezingszege, volgend jaar.
Om te winnen hebben de Tories drie nieuwe politieke beleidslijnen nodig, riep Portille met gevoel voor dramatiek: “Eenheid, eenheid, eenheid!” Een draai van 180 graden van de man die vorig jaar nog de opofferingen van de Britse militairen in de tweede wereldoorlog in herinnering bracht en die zei dat het land nog steeds gezegend was met mensen die hun loeven willen geven “voor Brittannië, niet voor Brussel”. Nog een verschil: vorig jaar raakte de zaal daarvan in extase, dit jaar werd Portillo beloond met een beleefd applausje.
Wie overigens wel 'soorde' was minister van financiën Kenneth Clarke - de gebeten hond bij de Euroseptici vanwege zijn hardnekkige weigering om toetreding van de Britse pond tot de Emu uit te sluiten. Met een vurig pro-Europapleidooi, waarin hij betoogde dat het in het grootste belang van Engeland was om alle opties tot toetreding tot de gemeenschappelijke munt open te houden, kreeg de binnen eigen Tory-kringen veel verguisde Clarke een staande ovatie van zeker vijf minuten. En ook de oproep van een toch geducht Euroscepticus als Margaret Thatcher om zich achter Major te scharen, moet voor de premier als een warme douche zijn aangekomen.
Maar hoezeer de schijn van eenheid over 'Europa' ook overeind werd gehouden, en tot het laatste moment ook overeind bleef, het valt niet te verdoezelen dat straks als de euforie over het geslaagde congres - want gesloten front en geen uitglijers - is weggeëbd, het 'Eurozeer, de oude twistpunten weer zullen losbarsten. Zeker wanneer het tijdstip nadert waarop ook Groot-Brittannië kleur zal moeten bekennen op het punt van de monetaire unie.
Voorlopig echter hebben de Conservatieven hun stoepje netjes schoongeveegd en hun vuile was binnen gehouden. Het echte gevecht om 10 Downing Street staat nu op beginnen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.