*

 
dossier

Archief

Bedriegend ego

SYLVAIN EPHIMENCO − 30/05/98, 00:00

Ik had mezelf beloofd er geen woord meer aan vuil te maken. Het sap was immers volledig uit deze merkwaardige affaire gezogen.

Maar ik ben oprecht verontwaardigd. De man die hier centraal staat wekte ooit mijn woede op. Eens was hij beroemd en rijk vanwege zijn bekroonde arbeid en werd hij door de media en het publiek op handen gedragen. Tot duidelijk werd dat dit succes deels op bedrog was gebaseerd. De professor had plagiaat gepleegd. Maar in plaats van zich bewust te worden van zijn misstappen en hierover te gaan mediteren, begon hij wild om zich heen te slaan.

Hij gaf de halve wereld de schuld van zijn ellende en met name de media. Het raakte me. Ik vond hem te kwader trouw, arrogant en leu-genachtig. Ik dacht dat ik met hem klaar was en toch schrijf ik vandaag weer, maar nu echt voor het laatst, over RenÇ Diek-stra. Want gezien de laatste ontwikkelingen is mijn mening aan herziening toe.

Rene Diekstra is een nieuw offensief in de media begonnen. Hij heeft een boek geschreven over zichzelf en het plagiaat-schandaal en is niet meer uit de bladen en de ether weg te krijgen.

Deze week stond hij nog prominent op de cover van het weekblad HP/De Tijd. Hierover schreef W. Woltz donderdag in NRC/Handelsblad, dat 'zijn gezever weerzinwekkend is'. Zo dacht ik een tijdje terug ook, maar nu niet meer. De woorden van RenÇ Diekstra zijn niet weerzinwekkend. Het is de taal van een man die ziek is en bijgestaan moet worden, in plaats van door voyeurs gulzig te worden geinterviewd. De ex-hoogleraar heeft een zwaar trauma opgelopen, is in de kern van zijn ziel gedestabiliseerd en kan de werkelijkheid niet meer onderscheiden van zijn eigen, irrationele, subjectieve en fictieve waarheid. Het is wel allemaal zijn eigen schuld: hij is een slachtoffer, maar louter van zichzelf. Toch is hij niet te kwader trouw, maar verblind door wat de boeddhisten noemen 'het bedriegende ego dat ons voortdurend voorliegt'.

Je ziet duidelijk een progressie in zijn betoog, dat hij een paar weken geleden in De Telegraaf begon en via Buitenhof en de Tros Nieuwsshow nu in HP/De Tijd voortzet. Van een beetje schuldig tot helemaal niet schuldig. 'Ik heb geen plagiaat gepleegd', beweert hij nu in het weekblad. Natuurlijk kan iedereen in Nederland constateren dat Rene Diekstra wel degelijk plagiaat heeft gepleegd, maar dit lijkt me niet meer de kern van de zaak. Het probleem van Diekstra is dat hij geen afstand heeft genomen van zijn vorige roemrijke leven, een beetje als een stervende die zich nog niet met zijn lot heeft verzoend.

Zijn huidige offensief beslaat twee terreinen: een herverovering van zijn vroegere roem in wetenschappelijke kringen, door zichzelf te rehabiliteren en een herverovering van zijn publieke uitstraling van weleer, door alle aangeboden ruimte in de media als een dolleman te bezetten. In beide gevallen is zijn grootste probleem het proces van loslaten, dat hem de enige kans biedt om zich van zijn oude lompen te ontdoen, om vreedzaam te re-ncarneren voor een nieuwe start. Zo is Diekstra bereid de gekste of meest vernederene vragen te beantwoorden als hij maar te zien, te horen en te lezen is. Hij is verslaafd aan dezelfde media die hem ooit groot hebben gemaakt en die hij nu regelmatig verfoeit, zonder dat hij tot een breuk durf te komen.

Door hun geile welwillendheid zijn de media nu schuldig aan het verergeren van het ziektebeeld van Rene Diekstra. Help hem dus om in vrede met zichzelf te komen, door hem niet meer te interviewen. En als dat toch niet lukt geef hem dan, in plaats van een fles Chianti na afloop van de studio-opname, 'Het Tibetaanse boek van het leven en de dood' van Sogyal Rinpoche.

mailIcon print |