*

 
dossier

Archief

Hoe katholiek is Cuba eigenlijk nog?

WIM JANSEN − 21/01/98, 00:00

HAVANA - Donaldo Videaux is pas 23, maar als voorganger in een Cubaanse methodistenkerk weet hij zijn gemeente op te zwepen in gebed. Met geheven handen staan de ongeveer tachtig gelovigen te swingen en te zingen. Een enkeling raakt in trance en begint ongecontroleerd te schudden. Met handleggingen op het hoofd, vergezeld van het luid aanroepen van de Heer, weet Donaldo hen weer op de wereld te krijgen. De protestantse kerk in Vedado, een van de oudste wijken van de Cubaanse hoofdstad Havana, heeft de deuren op zaterdagavond wijd open staan.

In de golf van religieuze vrijheid die vooraf ging aan de komst van paus Johannes Paulus naar Cuba, vanavond, hebben ook de protestantse kerken hun plaats gevonden. Evangelicalen, pinkstergemeenten, methodisten en veel sekte-achtige gezindtes houden tegenwoordig kerkdiensten, vaak in geïmproviseerde huiskamerkerken. Na meer dan 35 jaar van religieuze onderdrukking weet niemand meer hoeveel gelovigen er in Cuba zijn. Maar volgens een onderzoek van de Universiteit van Havana zijn er nu 900 protestantse kerken in gebruik, tegenover 650 katholieke. En op huiskamerniveau zijn de protestanten nog veel actiever: 2500 huiskamers verspreid over het hele eiland worden regelmatig ontruimd voor protestantse diensten, tegenover 500 katholieke.

Donald Videaux is maar een hulpje, vertelt hij na afloop van de dienst, de echte voorganger is op reis naar de Verenigde Staten. Zo opzwepend en extatisch als hij was tijdens de dienst, zo schuchter is hij als hij vertelt hoe hij als communistisch opgevoede jongen in de kerk verzeild raakte. Zes jaar geleden was hij een losgeslagen jongere, bezeten van rockmuziek. “Ik werd helemaal gek, ik kreeg rare angsten in mijn hoofd.” Op een dag liep hij verdwaasd het grote en vervallen kerkgebouw binnen aan de 27ste Avenida, waar vijf of zes gelovigen bijeen waren. “Ineens ontdekte ik dat God in mij leefde - daarna kende ik alleen nog maar liefde en rust.”

De gemeente is de afgelopen twee jaar uitgegroeid van een handvol leden tot ongeveer vijfhonderd. De economische problemen die de Cubanen op dit moment treffen zijn alleen door gebed op te lossen, denkt Donaldo. Hij ziet dan ook geen heil in het bezoek van de paus, hij hecht geen waarde aan de veel gehoorde bewering dat de katholieke kerkvorst de communistische leiders kan ontdooien. “Als hij wil, mag hij van mij komen. Maar hij zal geen enkel probleem oplossen hier.”

De protestantse kerken hebben nauwelijks problemen met het bewind van Fidel Castro. Ze spreken zich ook veel minder uit over de aardse noden van de Cubanen of over het gebrek aan vrijheid. Ze zijn eerder geneigd het boven hen gestelde gezag te accepteren en verwachten het echte heil in het hiernamaals. In de parlementsverkiezingen van anderhalve week geleden - waarbij de kandidaatstelling strikt werd gecontroleerd - mochten wel twee protestantse geestelijken een zetel bezetten, maar geen enkele katholieke.

Volgens het bisdom Havana is ruwweg zeventig procent van de elf miljoen Cubanen 'in wezen' katholiek. Maar vraag je willekeurig welke voorbijganger in de straten van de hoofdstad ernaar, dan moet er steevast even nagedacht worden. Wanneer ben je katholiek? De meesten komen tegenwoordig wel eens in de katholieke kerk, maar gedoopt zijn ze niet. Hooguit tien procent van de bevolking komt met enige regelmaat in de kerk.

En dat is niet eens zoveel minder dan vlak voor de overwinning van de guerrillastrijders onder leiding van Fidel Castro en Che Guevara in 1959. Cuba stond toen bekend als een overwegend katholiek land, maar het enthousiasme dat je in andere Latijns-Amerikaanse landen zag, ontbrak. Het geloof was hoofdzakelijk een vrouwenaangelegenheid, het waren de moeders die baden en kaarsen opstaken voor het zieleheil van de rest van het gezin.

Dat is ook wat Fidel Castro zich herinnert van het katholicisme bij hem thuis toen hij een kind was. De woning in het stadje Biran stond vol met beelden van de Maagd van Liefdadigheid, de patroonheilige van het eiland, de heilige Jozef en van Jezus. “Mijn moeder was zeer gelovig, ze bad elke dag, ze zette kaarsen bij de heiligenbeelden die ze de hele dag vragen stelde en om gunsten vroeg”, zei Castro in 1985 in het enige interview dat hij ooit over het geloof heeft gegeven.

Zelf was de kleine Fidel op 6-jarige leeftijd gedoopt en naar de lagere school van de paters salesianen gestuurd, waar hij de catechismus uit het hoofd moest leren. Op de middelbare school kwam hij bij de jezuïeten terecht, wat blijkbaar geen onverdeeld genoegen was. Want hoewel hij achteraf hun 'discipline en militaire aanpak' bewonderde, vond hij ze rechts en reactionair.

Veel gevoel van wat er in de Cubaanse samenleving speelde had de katholieke kerk in die tijd in elk geval niet, want de val van dictator Batista en de massale steun voor de revolutionairen was een complete verrassing voor de bisschoppen. En de reactie was nogal materialistisch: toen de jonge revolutionairen in 1960 besloten onroerend goed te nationaliseren, keerden de bisschoppen zich tegen het nieuwe bewind.

Dat was voor Castro het bewijs dat de kerk ook op zijn eiland niet meer was dan opium voor het volk. Tijdens een processie kwam het tot een confrontatie tussen gelovigen en revolutionairen, waarbij een dode viel. Het was het enige dodelijke slachtoffer in de strijd tussen kerk en staat, maar voor Castro was het genoeg om 130 priesters en bisschop Masvidal eenvoudigweg het land uit te schoppen. In de grondwet werd opgenomen dat Cuba vanaf dat moment een atheïstische staat was.

De katholieken in Cuba doken onder. Officieel was het ze niet verboden bijeen te komen, maar in de praktijk werd dat onmogelijk maakt. Betrokkenheid bij een religieuze beweging werd onverenigbaar geacht met het lidmaatschap van de communistische partij, en zonder dat lidmaatschap kwam je ook in Cuba niet ver. Pas na 1968 durfden de gelovigen zich weer een beetje te verenigen en de gevolgen lijdzaam te dragen. Al die tijd, bleek later, waren de diplomatieke relaties tussen de revolutionairen en Vaticaanstad gewoon blijven bestaan.

Waarschijnlijk waren die onderhandelingen achter de schermen de oorzaak van een opzienbarende koerswijziging in 1991: de partij opende zowaar haar deuren voor gelovigen en in de grondwet werd het woord atheïstisch vervangen door 'seculier'. Godsdienstbeoefening op zich was niet langer meer staatsgevaarlijk.

Sinds die tijd is het weer herhaaldelijk tot aanvaringen gekomen, voornamelijk omdat de bisschoppen zich publiekelijk zorgen gingen maken over de verslechterende levensomstandigheden van de Cubanen. Dat werd uitgelegd als verraad aan de revolutie, maar inmiddels looft ook Castro de strijd die de katholieke kerk in het algemeen voert voor sociale solidariteit.

Toch is er tot het laatste moment ruzie geweest tussen het Vaticaan en Havana over de voorwaarden van het pausbezoek. Tijdens de eerste echte persconferentie in zijn leven wilde kardinaal Ortega daar eergisteren niet op in gaan, hij ontweek elke vraag die een politieke achtergrond zou kunnen hebben. Wel gaf hij toe dat de wens van het Vaticaan, dat de missen die de paus in de provincie opdraagt in de open lucht rechtstreeks op tv worden uitgezonden, terzijde is geschoven. Castro houdt de media graag zelf onder controle. “Maar de Heilige Vader komt hier niet voor de politiek, hij komt voor de kerk en voor alle Cubanen die hem willen zien en horen”, aldus Ortega.

Helemaal zonder politiek zal het overigens niet gaan. Fidel Castro ziet de overbevolking als een van de grootste problemen van de wereld. En dat vertaalt zich in zijn land in een enorm aantal abortussen: voordat het eerste kind geboren wordt hebben de meeste Cubaanse vrouwen al twee of drie abortussen achter de rug. Ook het hoge scheidingspercentage (meer dan vijftig procent van alle huwelijken wordt weer ontbonden), past niet in het gezinsbeleid van de paus. Het is onwaarschijnlijk dat hij daarover, om diplomatieke redenen, zal zwijgen.

In de enorme kerk Jesús de Miramar maakt pastoor Bazquez zich tijdens de preek zondagochtend zorgen over de betrokkenheid van zijn parochianen. Hij roept ze op toch vooral massaal naar het Plein van de Revolutie te gaan als de paus daar aanstaande zondag de eucharistie zal vieren. Neem je hele gezin mee, zegt hij tegen de ongeveer driehonderd gelovigen. De kerk is voor iets minder dan de helft gevuld, hoofdzakelijk met jonge vrouwen en hun kinderen. En vraag ook je buren en vrienden, benadrukt de pastoor, de paus is er voor iedereen.

mailIcon print |