NAGANO - Hiroyasu Shimizu is de snelste schaatssprinter ter wereld. Zonder klapschaats reed de 23-jarige Japanner een nog altijd niet overtroffen wereldrecord van 35,39 op de 500 meter.
Na de eerste dag van de kortste sprint in de ijshal heeft hij in theorie de grootste kans op de olympische titel. Slaagt zijn missie vandaag, dan zal hij in zijn land een held voor het leven worden. Het eerste schaatsgoud in de historie is dan een feit.
Er loopt op aarde haast geen gefrustreerder mens rond dan een Japanner die op grond van zijn uitzonderlijke talent wordt opgezadeld met torenhoge verwachtingen. Met trillende benen doen tal van sporters mee aan de Winterspelen in Nagano. De druk van de publieke opinie is immens, reden waarom tal van toppers op cruciale momenten hopeloos falen. Niet voor niets smeekte Yushiro Yogi, secretaris-generaal van het Japanse olympische comité, de pers niet al te veel druk op de atleten te leggen, louter omdat de Spelen in eigen land worden gehouden. Het staat Yogi nog helder voor de geest dat kunstrijdster Midori Ito twee dagen voor de Olympische Spelen van Albertville (1992) naar huis wilde. Ze kon de druk niet aan. Na hevig aandringen bleef Ito toch en won zilver.
Vier jaar geleden haalde Noorwegen in Lillehammer liefst 26 medailles. Een gastheer wil altijd goed voor de dag komen, maar de Japanse sportbobo's zullen zich met drie maal goud de koning te rijk voelen. Het zou ook een spectaculaire verbetering ten opzichte van 1994 zijn. Nu zijn alle blikken op schansspringer Kazuyoshi Funaki gericht. Hij is onmiskenbaar één van de besten uit het mondiale circuit en heeft heel brutaal ingezet op twee gouden plakken. Zijn voorbeeld is landgenoot Yukio Kasaya, die bij de vorige in Japan gehouden Winterspelen (Sapporo, 1972) de beste schansspringer was. Kasaya, die al 10 000 sprongen had gemaakt voor zijn twee mooiste, stond eveneens onder zware pressie. Zijn levensmotto 'let niet op je concurrenten, maar op jezelf' hielp hem de stress overwinnen.
Masahiko Harada kwam met een soortgelijke instelling minder ver. Wanneer hem naar een held werd gevraagd, noemde hij niet zijn trainer of een oude skiheld als Kasaya, maar heel on-Japans zijn vrouw. “Ik kan alleen maar in mijzelf geloven”, sprak hij, kort voordat hij in Lillehammer slechts een risicoloze afsluitende sprong hoefde te maken om het goud in de landenwedstrijd veilig te stellen. Hij faalde jammerlijk. Japan won zilver. De natie huilde weer eens.
- Vervolg op pagina 13
Stress, een nationale plaag VERVOLG VAN PAGINA 1
De diepgewortelde stress is een nationale Japanse plaag. De Nederlandse chef de mission Ard Schenk, de drievoudig olympisch schaatskampioen van Sapporo, denkt dat de faalangst er bij het volk is ingesleten. “Het moet aangeboren zijn, dat kan haast niet anders. De mensen willen onder geen beding falen. Ze checken een afspraak niet één keer, nee, als je half twee zegt, herhalen ze dat zeker drie keer. En voor de zekerheid schrijven ze het nog op in de sneeuw, zodat je kunt zien dat je het goed begrepen hebt. Gaat er iets fout, dan volgen er duizend excuses.”
“Ook op die sprinters is de druk enorm groot”, vult Ab Krook aan. “Uren voor de wedstrijd stonden er negen cameraploegen klaar, alleen al om de binnenkomst van de schaatsers te filmen.”
Neem de huidige allroundcoach Akira Kuroiwa. Hij was wereldkampioen in 1983 en '87, maar faalde in de jacht naar eeuwige olympische roem. In Sarajevo ('84) bleef hij op de 500 en 1000 meter op de negende en tiende plaats steken. Vier jaar later in Calgary lag nog brons in het verschiet.
De economische crisis in Oost-Azië heeft de Japanners nu nog meer opgefokt. Meer dan enkele jaren geleden willen Japanners een lichtpunt in de duisternis zien. In die context is het niet verbazingwekkend dat de directeur van een failliet verklaard effectenkantoor in Tokio (waar vorig jaar 7600 mensen op straat kwamen te staan) afgelopen week zelfmoord pleegde. Hij kon de vernedering niet langer aan, ofschoon hij als pas benoemde manager niet verantwoordelijk was voor het deficiet.
Marathonloper Kokichi Tsuburaya is om die reden ook niet meer onder de levenden. In 1964 won de outsider op de Zomerspelen van Tokio volstrekt onverwacht brons. Hijzelf meende hopeloos te hebben gefaald, omdat hij de nummer twee drie seconden voor moest laten gaan. Tsuburaya zwoer vier jaar later in Mexico wraak te zullen nemen. Door een groot aantal blessures zag hij dat hij nooit woord zou kunnen houden. Tien maanden voor de openingsceremonie pleegde hij zelfmoord. In zijn afscheidsbrief stond: “Lieve ouders, ik ben te moe om nog langer te lopen. Vergeef het me asjeblieft.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.