*

 
dossier

Archief

Van Lottum blijft monter na trieste aftocht

ESTHER SCHOLTEN − 30/05/98, 00:00

PARIJS - Aan temperament geen gebrek. John van Lottum valt aan alsof zijn leven ervan afhangt. Maar de hofleverancier van spektakel blijft vaak met lege handen achter. Ook gisteren. Hij was te gretig, te slordig, te onbesuisd. Hopeloos op achterstand gezet, moest de Eindhovenaar tegen Michael Chang geblesseerd opgeven (7-5, 6-2, 3-0). Een treurige aftocht, toch overheerst voldoening: de magische top honderd is immers bereikt.

Twee tegenpolen op de baan. Een kruitvat vol emotie contra een stoicijnse muur. Het gevecht in de tweede ronde van Roland Garros begon boeiend, maar eindigde bloedeloos. Tot grote teleurstelling van Van Lottum. “Ik heb een ongelooflijke hekel aan opgeven, maar zag geen andere uitweg. Bij het lopen voelde ik iedere keer mijn linker bilspier. Ik heb geprobeerd alleen maar winners te slaan. Korte punten spelen, maar tegen Chang gaat dat niet. Die man heeft alles terug. Daarom was stoppen verstandiger. Ik wilde niet iets scheuren.”

De blessure - een zware verrekking - liep de 22-jarige qualifier op in de vijfsetter tegen Jan Siemerink, afgelopen dinsdag. “Jan speelde zoveel slice-ballen. Constant moest ik diep zitten. Heel erg zwaar. Toen is er iets ingeschoten. Het zal ook wel met de stress te maken hebben gehad. Nee, fysiek hoef ik niet sterker te worden. Ik doe alles op souplesse. Normaal gesproken kan ik tien uur doorgaan zonder iets te voelen, maar deze pot was zo belangrijk voor mij, dat ik gespannen stond te spelen.”

Als klein kereltje droomde hij al van een plaats bij de tenniselite. Nu had hij die voor het grijpen. Geboren op het tropische eiland Madagascar, opgegroeid in Amersfoort en Frankrijk. In Reims zat Van Lottum, die een Franse moeder heeft, drie jaar op een tennisinternaat. “Ik vond het er vreselijk, voelde me eenzaam. Het was de keus van mijn vader, die het als volwassene immers beter wist.”

Terug in Nederland vestigde hij zich in Eindhoven, waar hij momenteel een appartement deelt met zijn beste vriend en golfer Maarten Lafeber, en meldde zich aan bij de tennisschool van Henk van Hulst.

Het zwoegen en zweten in de anonimiteit betaalt zich dan eindelijk uit. Voor Roland Garros stond hij op de 103e plaats, dankzij zijn zege op Siemerink (een top dertig-speler, dus veel bonuspunten) stijgt Van Lottum met stip.

Horen bij de top honderd - 'nooit heb ik ergens anders aan kunnen denken' - betekent meer aanzien, meer sponsorgelden en vooral minder kwalificaties hoeven te spelen. Een zege, meent Van Lottum, want de verschillen zijn marginaal geworden. Niet alleen tussen de top tien en de rest, maar zeker ook tussen de ambitieuze jongelingen in het voorportaal van het sterrendom. Met een beetje pech struikel je keer op keer in de kwalificaties. “Je moet daar op je tellen passen en bij de les blijven. De concurrentie is moordend.”

Nederland kent Van Lottum, die vorig jaar opzienbaarde door als qualifier op Wimbledon en de US Open de derde ronde te halen, vooral als het enfant terrible van het Nederlandse tennis.

Ruim twee jaar geleden werd hij wegens wangedrag door Michiel Schapers uit Jong Oranje gezet. Met de bondscoach botert het nog steeds niet. Deze week kreeg Van Lottum te horen dat hij van Schapers geen wild card ontvangt voor het grastoernooi van Rosmalen (dat half juni plaatsvindt). Een beslissing die zijn voorbereiding op Wimbledon danig in de war schopt. “Hij is van mening dat Dennis van Scheppingen en ik al genoeg kansen hebben gekregen en gunt ze dit keer aan Peter Wessels en Edwin Kempes. Dat verbaast me, want Kempes staat 210e. Het is geen kwestie van gunnen vind ik, maar van verdienen.”

Ook gisteren deed het lefgozertje - petje achterstevoren, grote mond - zijn reputatie eer aan door bij tijd en wijle scheldend en smijtend over de baan te drentelen. Een contrast met de altijd rustige Chang (als elfde geplaatst). De eerste negen games pakte Van Lottum brutaal het initiatief. Onder het toeziend oog van vele landgenoten - de tribunes rond baan twee zaten afgeladen vol (1477 man) - had hij zelfs een breek voor (op 2-4). De Amerikaan, op zijn retour, sloeg in het begin veel ondiepe ballen.

Een sensatie? Welnee, tegen Chang moet je ieder punt tien keer maken. Zijn slagenarsenaal en scherpte zijn dan misschien van een minder niveau dan in zijn topdagen (in 1996 stond hij nog in de finales van de Australian en US Open) maar zijn vechtlust is nog steeds uitzonderlijk. Bovendien heeft de oud-kampioen van Roland Garros (1989) aan slechts een paar kansjes genoeg. En die kreeg hij, want Van Lottum sloeg het ene moment prachtige, op gevoel geslagen, dropshots en het volgende knullige afzwaaiers (37 in totaal). In zes games kreeg Chang, die zijn tegenstander naderhand keurig complimenteerde, breekkansen en alle keren benutte hij ze.

Een sluipmoordenaar; Van Lottum wist het. Eerder dit jaar werd hij in Japan ook al verslagen (6-4, 6-1). “Chang is geen killer, maar een vechter. Hij is vandaag de dag kwetsbaar, maar dan moet je wel fit zijn. Tegen hem mag je vijf uur uittrekken. Geen moment heb ik daarom in de eerste set gedacht dat ik hem had. Het is een best-of-five, dus hij komt echt wel in de wedstrijd. Toch heb ik al met al van het toernooi genoten. Hoog tijd voor een feestje.”

mailIcon print |