*

 
dossier

Archief

Zéroual pakt corruptie hard aan/Algerijns hof velt 22 doodvonnissen wegens verduistering

Door: redactie − 28/07/97, 00:00

Van onze redactie buitenland AMSTERDAM - Een Algerijns gerechtshof heeft 22 mensen ter dood veroordeeld wegens corruptie.

De veroordeling volgt op de belofte van president Liamine Zeroual om de diefstal en verduistering van staatsgelden harder aan te pakken. Het gaat daarbij niet om kleine bedragen, als het waar is wat een voormalige premier jaren geleden zei, dat de ruim dertig miljard dollar schuld van het land ongeveer overeenkomt met het bedrag dat door gegraai uit de staatskas is verdwenen in de zakken van hoogwaardigheidsbekleders en hun clientèle. Veel Algerijnen zien in die ongebreidelde corruptie de diepere oorzaak van de problemen van het land. Ze verklaren er in elk geval het diepe wantrouwen uit van de meeste Algerijnen ten opzichte van hun overheid.

Met de anti-corruptiecampagne laat Zéroual opnieuw zien dat hij zich sterk voelt. Eerder deed hij dat door twee topleiders van de verboden islamitische Fis-partij vrij te laten. Een voorganger van Zéroual, de door de militairen in 1992 in het zadel geholpen Mohammed Boudiaf, moest pogingen om corruptie te bestraffen met de dood bekopen. De doodvonnissen die het hof van Djelfa (200 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Algiers) gisteren velde waren alle bij verstek. De echte krachtproef komt wanneer er doodvonnissen worden uitgesproken tegen verdachten in gevangenschap. Het hof in Djelfa zal binnenkort nog 46 mensen wegens corruptie berechten. Het is onbekend of zich daar ook mensen onder bevinden die zich onder arrest bevinden, of dat het weer gaat om voortvluchtigen.

De corruptie is sterk in de hand gewerkt door de poging van Algerije in de jaren '60 en '70 om het Sovjetcommunisme in te voeren. In dat systeem probeerde de overheid de directe kosten van het levensonderhoud laag te houden door massale subsidies. De smokkel van gesubsidieerde levensmiddelen naar buurlanden met een ander economisch systeem bood en biedt fantastische mogelijkheden tot verrijking. Het onzinnig rondslepen van voedsel van de ene provincie naar de andere was een andere bron van inkomsten. De 22 mensen die in Djelfa de doodstraf kregen worden ervan beschuldigd dat ze geld hebben verduisterd van een distributiebedrijf voor voedsel.

Gia-terreur

Het 'socialisme' zorgde er bovendien voor dat tal van consumptiegoederen niet op de legale markt te verkrijgen waren, wat weer schitterende kansen opleverde voor de illegale parallelmarkt, de zogeheten trabendo. Volgens de Algerijnen beleefde de corruptie haar hoogtepunt in de jaren '80, onder de toenmalige president Chadli Bendjedid. Hij draaide het socialisme enigszins terug, bewerkte daarmee niet dat de economie zich herstelde, maar wel dat het stelen tot een tweede natuur van het land werd. Tot halverwege de jaren tachtig konden hoge olie-opbrengsten het blunderende economische beleid en de corruptie nog enigszins afdekken, maar toen de olieprijs kelderde weigerde ook dat vijgenblad dienst, en begonnen de problemen pas goed, uitmondend in de terreur die het land momenteel teistert.

Dat Zéroual daar nog weinig aan heeft kunnen veranderen bleek ook gisteren weer. In een dorp in de Medea-vlakte, zo'n 100 kilometer van Algiers, lieten dertien mensen het leven, waarschijnlijk door toedoen van de militie Gia, die talloze moorden pleegt in naam van de islam. Over het lot van Gia-leider Antar Zouabari bestaat nog steeds onduidelijkheid. De autoriteiten meldden vorige week dat hij was omgekomen bij gevechten ten westen van Algiers. Maar de Gia sprak dat tegen. Gisteren schreef een Algerijnse krant dat het leger het lijk van Zouabari aan de plaatselijke dorpsbevolking heeft getoond, rechtop staand, geketend aan de tralies van een arrestantenwagen. Het schijnt dat het leger wel vaker zijn slachtoffers op die manier aan het volk toont.

mailIcon print |