*

 
dossier

Archief

MARCO POLO IS GEEN ONTDEK-JE-PLEKJE

ROP ZOUTBERG − 29/07/95, 00:00

Een rustige straat in Lelystad werd begin deze maand even nationaal nieuws. Een brand in het huis van een Somalisch gezin eiste het leven van twee kinderen. VPRO's jonge-hondenfilmploeg Marco Polo was in de buurt en registreerde wat ze zag. Een brand, een burenruzie. Toen kwamen de vragen. Was de brand een ongeluk? Een racistische aanslag? De kwestie escaleerde, met als voorlopig hoogtepunt de demonstratie van 400 Somaliërs tegen 'de kindermoord'.

Na de demonstratie doemde de vraag op in hoeverre de aanwezigheid van de filmploeg de tegenstellingen in Lelystad in de hand werkte. “Ons eigen standpunt doet niet ter zake”, zegt een redactielid. De eindredacteur: “Is het terecht om aan journalisten te vragen of ze een deel van het probleem zijn, zoals nu bij deze brand?”

“Moet je als journalist ergens nìet naar toe gaan, omdat je anders het deel van een probleem wordt? Dit conflict zou vergroten, wanneer ik slechts een van de partijen aan het woord liet, en waardoor de andere partij zich vervolgens verschrikkelijk benadeeld voelde. Dan wordt het sensatie. Berichtgeving kan escalerend werken. In dit geval niet. Wij zijn neutraal. Wij hebben ons werk als journalisten gedaan.”

Maar de secretaris van de stichting Lelystad Promotie heeft zich geërgerd, en noemt Marco Polo in de huis-aan-huiskrant Flevopost 'een wanstaltig produkt'. Zijn kritiek is vooral dat het programma niet evenwichtig is. “Kijk bijvoorbeeld naar de aflevering over een man die een huis kraakte. In het verleden hadden we meer leegstaande woningen dan tegenwoordig. Toen hadden we nooit last van kraakacties. Nu de VPRO opnamen maakt zijn er ineens meerdere.”

De secretaris is niet de enige. Een brief in de rubriek Achterwerk van de VPRO-gids: “Ik vind de uitzending die Marco Polo heeft gemaakt nergens op slaan. Hij heeft alleen het negatieve beeld van Lelystad laten zien. Alsof wij slecht zijn ofzo. Ik zou het leuk vinden als de volgende keer iets positiefs over Lelystad op tv komt, anders denken mensen dat Lelystad een criminele stad is en dat is het niet”, schrijft een 14-jarige inwoonster.

Het is niet voor de eerste keer dat vragen worden gesteld over de berichtgeving van Marco Polo. Tijdens de standplaats in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes ging de groentenwinkel van een migrant in vlammen op. De wat al te nadrukkelijke suggestie in Marco Polo van een racistische aanslag, bleek weken later bij de uitkomst van een politieonderzoek onterecht. Het was brandstichting om de uitkering van de verzekering geweest. Intussen was de buurt in rep en roer. Op een speciale bijeenkomst moesten de gemoederen van de Baarsjesbewoners worden gesust.

De makers van Marco Polo betrokken eind mei een buurthuis in de wijk De Griend, voor een serie van zes programma's over Lelystad. Door het leven van alledag te volgen en nauwe banden aan te gaan met de bewoners, dienen de verhalen voor het programma zich snel aan.

Maar ook dit keer doordringen de elementen 'brand' en 'racisme' de berichtgeving van Marco Polo. Begin deze maand brandde de bovenverdieping van het huis van een Somaliër in de wijk De Griend af. Daarbij kwamen twee kinderen om het leven. De Nederlandse buurman beweerde voor de camera nog een poging te hebben ondernomen de kinderen te redden, al dacht de Somaliër iets anders. Dat de witte buurman zijn huis juist had aangestoken. Dat is na politieonderzoek tot nu toe in onbewezen.

Na berichtgeving in een aantal dagbladen, en later zeer uitgebreid in Marco Polo, lopen de emoties in De Griend snel op. Half juli vindt op initiatief van de Federatie van Somalische Organisaties in Nederland een optocht in Lelystad plaats, aanvankelijk bedoeld om bloemen te leggen voor de overleden kinderen. Maar de vierhonderd Somaliërs voeren ook spandoeken mee, met teksten als 'Kindermoord' en 'Wij willen gerechtigheid'. Dat wordt door de buurtbewoners niet begrepen.

De beschuldigde witte buurman legt in de Marco Polo-aflevering van afgelopen maandag, die opnieuw gaat over deze gebeurtenissen, ineens een pistool op tafel. Zijn vriendin brengt eerst de Hitlergroet en zegt dan: “Zo gaat het niet verder. Het is een hele kunst ons nu nog rustig te houden. Nu hebben ze mij beschuldigd. Dat moet ik allemaal over mijn lichaam, mijn blánke lichaam, laten gaan? Over mijn schone, heldere lichaam?”

“Dat ze de Hitlergroet bracht vond ik nog niet zo erg”, zegt eindredacteur John de Zwart over het fragment. “Maar waarom zegt iemand zoiets? Wat is context waarin dat gebeurt? Dat zijn vragen die je je als programmaker moet stellen. Wat bij mij tegen de haren instreek waren de uitspraken over 'haar blanke lichaam'.” De Zwart heeft eigenlijk voor geen van beide partijen in het conflict begrip. “Ik heb voor niemand sympathie. Voor de ene partij niet, omdat die problemen met geweld wil oplossen. Voor de andere partij niet, omdat ik vind je je tien keer moet bedenken voor je onder deze leuzen een demonstratie houdt.”

“De woordvoerder van de Federatie van Somalische Organisaties had óók zijn twijfels over de oorzaak van de brand, bleek toen hij mij erover opbelde. Die man droeg vanaf dat moment een heel zware verantwoordelijkheid. De Somaliërs die uiteindelijk meeliepen voelden zich werkelijk gekrenkt. Zij waren ervan overtuigd dat het allemaal zo gebeurd was; dat door een racistische aanslag twee kinderen waren gedood.”

De programmamakers hebben er steeds voor gezorgd dat ze afstand in het conflict hielden, zegt De Zwart. Hij zocht bij de eindmontage niet naar de meest fantastische beelden, of naar de meest sensationele uitspraken. Waren die er wel, dan wilde hij op zijn minst laten zien waaróm mensen die uitspraken deden. “Uiteindelijk zag je het mechanisme dat ten grondslag ligt aan racisme: angst. Je ziet in een fragment twee oude mensen achter hun gordijntjes zitten, tijdens de demonstratie van de Somaliërs. Bij die twee mensen zie je alleen maar angst. Als je dat mechanisme blootlegt maak je een bijzondere uitzending.”

In het buurthuis De Bever in Lelystad waren deze week alleen nog maar produktieleidster Malva Blom en Soleanie Martis te vinden. Martis is stagiaire bij het programma. Ze volgt een studie culture antropologie. Er is niet veel meer te doen, op dozen inpakken na. Hierna volgt de montage van nog twee afleveringen in Hilversum.

Martis was nog niet eerder in Lelystad geweest. Na bijna twee maanden in de polder heeft ze gemengde gevoelens over de nieuwe stad. “Wanneer ik aankom op het station denk ik pwooh, het ziet er zo mooi uit. Na dat punt krijgt de stad iets tragisch. Er straalt een soort van hopeloosheid vanaf. Ik zie veel huizen leegstaan. In de Voorstraat hangen Antilliaanse jongeren bij bushaltes rond. Vreemd, ik zag ze op Curaçao niet anders doen - en ze zetten het hier voort. Laisser-faire.”

Martis reageert argwanend op de vraag wat Marco Polo nu eigenlijk wil. “Marco Polo wil mensen registreren, en activiteiten van die mensen vastleggen”, zegt ze uiteindelijk. “Je wilt dichtbij de mensen staan en mensen aanspreken. Het is reality-tv. Je hoopt dat mensen naar je toekomen en zeggen: 'Ik wil jullie iets laten zien'.”

Zo is Marco Polo's registratie van de brand in De Griend ontstaan. Martis wil er eigenlijk niet over spreken (tijdens het filmen sneuvelde een camera na een opstootje onder de buurtbewoners). Steeds zegt ze: 'Dat moet je John (de Zwart, red.) vragen'. Later: “Die brand geeft een kijk op een anti-racisme-organisatie en op wat er gebeurt als die slecht geçformeerd is.” Dan: “Wij willen geen oplossingen vinden.”

Ricardo Alvarez en Willem Reiger van Marco Polo filmen nog bij de Houtribsluizen, aan de rand van de stad. Het zijn de laatste beelden, die mogelijk nog gebruikt gaan worden in de laatste uitzendingen over Lelystad. Ze hebben opnames gemaakt van tienjarige jongetjes, die bij de sluizen autoruiten wassen wanneer de brug op de dijk openstaat. Alvarez filmde in 1994 voor Marco Polo in Beverwijk, in een buurt waar Spanjaarden en Italianen wonen. Alvarez: “De problemen die achterstandwijken opleveren kun je overal filmen. De onderkant is overal in Nederland.”

Hij herhaalt wat Soleanie Martis ook zegt: “Marco Polo is geen Ontdek-je-plekje. Wij willen niet vertellen hoe mooi de plassen rondom, en hoe mooi de tuinen en huizen in Lelystad zijn. Wij vormen geen partij, hoe moeilijk het ook is je niet te laten verleiden. De uitzending van aanstaande maandag laat zien hoeveel onbegrip er tussen beide partijen in Lelystad leeft. Dat onbegrip tussen de culturen is cruciaal. Dat uit zich in angst, in bedreigingen.”

Reiger: “In De Griend was niets meer aan de hand dan een gewoon brandje, in combinatie met een uit de hand gelopen burenruzie. Het is vreemd om te zien hoe het een landelijke kwestie werd, nadat de Volkskrant erover berichtte. Ik zou niet zo gereageerd hebben als de vriendin van de buurman, die spreekt over haar blanke huid. Maar stel dat jouw man heeft geprobeerd een kind te redden uit een brand en hij vervolgens voor racist wordt uitgemaakt. Daarin zie ik een verzachtende omstandigheid. Misschien vinden kijkers het geweldig wat zij zegt - dat is dan niet onze mening.”

“Het zijn zware montages”, verzucht eindredacteur John de Zwart aan het eind van de dag in het Videocentrum van het NOB in Hilversum. Hij bekijkt de banden die die ploeg uit Lelystad toestuurde en maakt ruwe montages voor de resterende twee uitzendingen. “Je probeert een eenheid te vinden in verschillende onderwerpen, die soms heel haaks op elkaar staan.”

Marco Polo onderzocht begin dit jaar verschillende steden als mogelijke standplaats. Ook Arnhem en Enschede werden besproken. Het werd Lelystad.

“Lelystad is een relatief jonge stad. Dat maakte het in principe interessanter dan een willekeurige andere provinciestad, die al eeuwen bestaat. Het geeft wel iets extra's. Verder kom je dezelfde problemen tegen: werkloosheid, achterstandsbuurten. Mensen in Lelystad vinden die benadering te negatief. Waarom moest het over mensen aan de onderkant van de samenleving gaan? Wat is er te filmen in het Oostrandpark, een van de betere wijken van de stad? Moet er een journalistiek uitgangspunt zijn, om te gaan zitten in een wijk waar niets gebeurt? Ik ben niet van het Promotieteam Lelystad.”

In Enschede, of Hengelo, of Venlo zou hij tegen dezelfde dingen aanlopen, vermoedt hij, en zou een bewoner denken: 'Natuurlijk, er zijn problemen en daar moet iets aan gebeuren.' Het zou geen smet op het blazoen opleveren. “Het is de onvolwassenheid van zo'n stad. Lelystedelingen hebben geen evenwichtig zelfbeeld.”

“Je wilt verder komen dan een gemiddelde journalist, die voor een reportage er eens een dag op uit trekt. En je kómt ook verder, je hebt directer contact met mensen. Wij leggen problemen bloot die voor de hele Nederlandse samenleving gelden. Een steeds groter wordende kloof tussen mensen die niets hebben en de mensen die werken.”

“Feitelijk is er niets gebeurd. Je kunt je ook afvragen hoe Somalische asielzoekers in zo'n wijk terecht komen. In een wijk waar het toch al erg slecht ging. Dat vind ik slecht beleid. De mensen die daar wonen hebben al meer dan genoeg aan hun eigen sores. Die willen niet bedenken wat hun nieuwe buurman in zijn eigen land heeft meegemaakt. Mensen kunnen niet meer luisteren, en dat escaleert. Daarom is er oorlog in voormalig Joegoslavië.”

De politie van Lelystad onderzoekt op dit moment hoe ze zal optreden tegen de Nederlandse buurman van het Somalische gezin, nadat hij in de uitzending van Marco Polo met een pistool zwaaide. Zijn buren zijn elders in Lelystad ondergebracht.

mailIcon print |