*

 
dossier

Archief

Dading is geen goed alternatief voor de rechter

B. DANIELS − 04/12/96, 00:00

Sinds 1989 wordt in Nederland op kleine schaal geëxperimenteerd met 'dading'. Dading houdt in dat slachtoffers van een kleiner misdrijf - diefstal, mishandeling, vandalisme - en de daders onderling een straf voor de laatsten afspreken. Minister Sorgdrager voelt niet veel voor dading, maar een Kamermeerderheid lijkt vóór. Ten onrechte, wordt hieronder betoogd. De auteur is beleidsmedewerker van de CDA-fractie in provinciale staten van Utrecht.

De kans daarop moet niet worden onderschat. In de Tweede Kamer bestaat nogal wat sympathie voor dading. Het valt echter te hopen dat die sympathie van korte duur zal zijn. Dading brengt namelijk het belang van het slachtoffer en de rechtvaardigheid in gevaar. Deze wijze van conflictoplossing lijkt mij bovendien principieel onjuist.

Voorop dient te staan dat het belang van het slachtoffer ten minste even zwaar weegt als dat van de dader. In de uitspraak van de rechter komt die evenwichtige belangenafweging tot uiting. Bij dading zal daarvan vaak geen sprake zijn. In het onderhandelingsproces tussen slachtoffer en dader wordt de uitkomst bepaald door de onderhandelingskwaliteiten en -methoden van beide partijen. Daarmee bestaat de mogelijkheid dat er een oplossing komt waarmee beide partijen weliswaar in kunnen stemmen, maar die meer recht doet aan het belang van de dader dan aan dat van het slachtoffer.

Slachtoffers zullen vaak bang zijn voor de daders. Zij zullen vooral willen voorkomen dat zij nogmaals slachtoffer worden. Dan ligt een deal waarin de dader belooft zijn slachtoffer in de toekomst te ontzien in ruil voor een ruimhartig gebaar van diens kant, voor de hand.

De rechtvaardigheid van de overeenkomst tussen dader en slachtoffer staat bovendien op het spel doordat het slachtoffer bovenal geïnteresseerd zal zijn in een snelle afwikkeling van zaken. Hij zal immers weinig plezierige herinneringen over hebben gehouden aan (zijn confrontatie met) de dader. De dader daarentegen is uit op een zo licht mogelijke straf. Dit verschil in doelstelling leidt licht tot een toegeeflijke opstelling van het slachtoffer. Kind van de rekening is de rechtvaardigheid van de oplossing.

Er wordt nog een ander uitgangspunt van ons rechtssysteem met dading in gevaar gebracht, namelijk de preventieve werking die er van een straf uit dient te gaan. Onderhandeling biedt criminelen het perspectief een zwaardere straf te ontlopen die hun bij tussenkomst van een rechter opgelegd zou zijn. Daarom is dading, zelfs indien de overeenkomst tussen dader en slachtoffer het resultaat is van een 'eerlijk' onderhandelingsproces, zelfs als het slachtoffer zich 'vrijelijk' kan vinden in de overeenkomst, en zelfs als dading in de meeste gevallen zou leiden tot een rechtvaardige uitkomst, geen goed alternatief.

Ook meer principiële argumenten pleiten tegen dading. Over recht en rechtvaardigheid dien je niet te onderhandelen. We hebben, om hele goede redenen, de bevoegdheid om recht te spreken bij de rechter neergelegd. Bovendien lijkt het mij bij het bepalen van een straf niet relevant wat de dader wil.

We doen er, tot slot, verstandig aan om het argument dat met dading de werkdruk bij de justitie verminderd wordt, niet serieus te nemen. Het is een argument van mensen die, naar het lijkt, onze rechtsstaat minder waard vinden dan het geld dat nodig is om het justitieel apparaat toe te rusten voor de eisen van deze tijd.

mailIcon print |