*

 
dossier

Archief

'Tweede Kamer brengt student in een onmogelijke positie'

MARLEEN BARTH − 09/09/96, 00:00

NIJMEGEN - “Als ik student was, zou ik het nooit doen. Je wordt in een onmogelijke positie geplaatst. En opgezadeld met een verantwoordelijkheid die je nauwelijks dragen kunt.”

Dr. Th. Stoelinga, voorzitter van het college van bestuur van de Katholieke Universiteit Nijmegen, volgde vorige week vanaf de publieke tribune de discussie in de Tweede Kamer over de wet modernisering universitaire bestuursorganisatie (Mub). Inmiddels maakt hij zich zorgen over de ontknoping van het debat.

Die is onzeker geworden dankzij een radicale ommezwaai van PvdA'er Van Gelder. Daardoor tekent zich ineens een meerderheid in de Kamer af, die een student een plaats wil gunnen in het bestuur van faculteiten. Tot ontsteltenis van minister Ritzen - die het plan als 'volstrekt in strijd met de geest van de wet' afdeed - en tot grote woede van de VVD, die dreigt tegen de hele wet te zullen stemmen als PvdA, D66, CDA en GroenLinks hun zin krijgen.

Dat zou ook Stoelinga geen goede zaak vinden. Hij begrijpt niet dat de Kamer het studenten aan wil doen. Dat zou ze zelf kunnen bedenken, gezien de bedoeling van de Mub. Die betekent immers een drastische verandering van de leiding van faculteiten: waar nu bestuur - de zeggenschap over onderwijs en onderzoek - en beheer - de financiƫn, het personeelsbeleid, onderhoud van gebouwen - nog gescheiden zijn, komen die straks in een hand. Van een decaan, of van een meerhoofdig faculteitsbestuur.

“Dat bestuur en beheer bij elkaar gebracht worden vind ik een goede zaak”, vertelt Stoelinga. “Maar het brengt wel een enorme verantwoordelijkheid met zich mee, ook financieel. Het gaat al snel om tientallen miljoenen guldens. Daar zijn studenten niet voor opgeleid, en daarvoor komen ze niet naar de universiteit.”

De Nijmeegse universiteit werkt al drie jaar met een bestuursstructuur die sterk lijkt op de Mub. De faculteiten worden er geleid door driemanschappen, die advies krijgen van een student.

Dat werkt 'perfect', stelt Stoelinga: “De student woont alle vergaderingen van het faculteitsbestuur bij, is van alles op de hoogte. Als het bestuur van zijn advies afwijkt, moet het goed duidelijk maken waarom. Op die manier geef je studenten een volwaardige plek, zonder dat ze worden opgescheept met een niet te dragen verantwoordelijkheid.”

Want, waarschuwt de voorzitter, de Tweede Kamer moet zich niet vergissen. Faculteitsbestuurders zullen impopulaire maatregelen moeten nemen. Universiteiten gaan magere jaren tegemoet, door bezuinigingen en teruglopende studentenaantallen. Dat kan zelfs betekenen dat een student-bestuurder een van zijn eigen docenten moet ontslaan. Of de bibliotheek moet sluiten, op tijdstippen dat zijn mede-studenten die juist open wensen. “Een weinig heilzame situatie”, stelt Stoelinga vast.

Vinden de Nijmeegse studenten dat zelf ook? De voorzitter lacht, haalt het laatste nummer van het weekblad van zijn universiteit te voorschijn. Toont een verhaal over zo'n het faculteitsbestuur adviserende student: “In de praktijk ziet het er erger uit dan het is. Studenten oefenen nog steeds invloed uit”, staat er te lezen. “Toen we er mee begonnen, eisten studentenorganisaties LSVb en ISO het recht op zitting in het faculteitsbestuur wel op. Maar nadat de kogel door de kerk was, heb ik er nooit meer iemand over gehoord”, voegt Stoelinga er aan toe.

Van Gelder benadrukte vorige week dat hij een student in het faculteitsbestuur niet wil verplichten. Ritzen verbiedt het niet, de PvdA doet niet meer dan vastleggen dat het wel mag. “Maar de bedoeling van de Mub was toch juist meer vrijheid voor de instellingen?”, werpt Stoelinga tegen. “Als de politiek wil dereguleren, moet ze daar niet mee stoppen als het even niet uitkomt. Laat het aan de universiteiten zelf over.”

Ondanks zijn kritiek, snapt Stoelinga het waarom achter de wens van de Kamer wel. “Men wil graag wat voor de studenten doen. Zij raken hun medebestuur in de universiteitsraad kwijt. Dat wordt op deze manier via de achterdeur weer binnen gehaald. Het heeft natuurlijk te maken met een zekere weemoed naar de jaren '60. Dat begrijp ik ook wel, ik voel die weemoed zelf ook een beetje.”

“Maar de tijden zijn veranderd. De universiteiten hebben zo veel zeggenschap over hun doen en laten gekregen: het budget, het personeelsbeleid, de gebouwen. We varen onze eigen koers, dat was 25 jaar geleden niet zo. Toen bepaalde het rijk dat allemaal. Daardoor kon het minder kwaad, zal ik maar zeggen, dat binnen de universiteit iedereen invloed had op alles. Tegenwoordig moeten faculteiten worden geleid door mensen die daar de bekwaamheid voor hebben. Het zijn professionele organisaties geworden, of we dat nu leuk vinden of niet.”

mailIcon print |