*

 
dossier

Archief

Klachten seksueel misbruik door Oostenrijks ex-aartsbisschop alsnog onderzocht

MICHAEL DE WERD − 12/01/98, 00:00

WENEN - De katholieke kerk in Oostenrijk lijkt beschuldigingen van seksueel misbruik van minderjarigen door de voormalige aartsbisschop Groër alsnog serieus te gaan nemen. Begin vorige week kondigde C. Lanshofer, de abt van het klooster Göttweig, aan dat Groër af zou treden als prior van Maria Roggendorf, een dochterklooster van Göttweig. Zaterdag deelde Lanshofer bovendien mee, dat hij het Vaticaan verzocht heeft om een onderzoekscommissie in het leven te roepen.

In 1995 beschuldigde een voormalig pupil de kardinaal ervan dat hij hem jarenlang seksueel had misbruikt. De kerkelijke autoriteiten deden vergeefse moeite om alles in de doofpot te stoppen, maar bereikten daarmee juist het tegendeel. De affaire vormde het startschot voor een brede kerkelijke basisbeweging. Meer dan een half miljoen Oostenrijkers ondertekenden een petitie waarin een radicale hervorming van de kerk werd geëist.

Dat de katholieke kerk nu opeens openheid van zaken rond Groër wil verschaffen, kwam voor velen als een verrassing. Volgens abt Lashofer zouden de laatste tijd nieuwe beschuldigingen geuit zijn: “Toen die mij meegedeeld werden, ben ik in actie gekomen. Ik ben door niemand onder druk gezet.” In tegenstelling tot 1995 zou het dit keer niet om minderjarigen gaan, maar om medebroeders van Groër. Op wat voor manier deze 'misbruikt' zouden zijn, is onduidelijk.

Volgens één broeder zou Groër jonge monniken gedwongen hebben om zich in de biechtstoel uit te kleden. Een andere broeder zou volgens eigen zeggen jarenlang een verhouding met Groër gehad hebben, en hier zo onder geleden hebben dat hij psychiatrische hulp nodig had. Wat echter in alle verhalen opduikt, is dat de kardinaal over een schijnbaar grenzeloze macht over zijn medebroeders beschikte. “Onder de dekmantel van geestelijke bijstand en gehoorzaamheid heeft hij hen voortdurend op een geraffineerde wijze gemanipuleerd”, meent een voormalig monnik.

De progressieve katholieke pater Udo Fischer deelde jarenlang zijn kloostercel met Groër. Fischer zegt abt Lashofer al in 1985 van de situatie op de hoogte te hebben gesteld. “Bovendien hebben telkens weer broeders die door Groër lastig werden gevallen met de abt over hun probleem gesproken.” Alles lijkt er ook op te wijzen dat niet alleen de abt, maar ook de andere bisschoppen al sinds jaren de geruchten hebben gekend die over Groër de ronde deden.

Voor C. Schönborn, Groërs opvolger als aartsbisschop van Wenen, zal de affaire tot een vuurdoop worden. Schönborn zal waarschijnlijk nog dit jaar tot kardinaal worden benoemd, en geldt als een 'papabile', een mogelijke kandidaat voor het pausschap.

Johanner Huber, de voormalig secretaris van Groërs voorganger kardinaal König, ziet een positieve kant aan de zaak: “Voor de kerkelijke autoriteiten is het een goede gelegenheid om over het onbarmhartige standpunt na te denken over mensen die seksueel anders geaard zijn.”

Bij de beschuldigingen tegen Groër gaat het volgens Huber meer om postpubertaire pedofilie dan om homoseksualiteit.

Als Johannes Paulus II in juni Oostenrijk bezoekt, dreigt hij terecht te komen in een kerkprovincie in rep en roer.

mailIcon print |