Bij de VVV van Culemborg ('t Jach 32, tel.0345-531252) is een stadswandeling te koop (¿2,50). Het Museum Elisabeth- Weeshuis is geopend van di t/m vr, vanaf half maart ook za 13-15 uur. De kasteeltuin is op zaterdagen open van 10-16 uur. In de zomermaanden is de Grote Kerk iedere zaterdagmiddag open.
De mythe van de vrijplaats Culemborg leidde zo haar eigen leven, en het zal destijds dan ook niet merkwaardig geklonken hebben toen dominee Johan Wtenbogaert, de in 1618 naar Antwerpen uitgeweken voorman van de Arminianen, zijn - overigens om politieke redenen afgewezen - asielaanvraag besloot met de toevoeging: “Ik ben geen bankroetier...”.
Als soevereine heerlijkheid kende Kuilenburg van oudsher, net als bijvoorbeeld Vianen en IJsselstein, het recht op vrijgeleide. Een recht dat tot aan de vestiging van de Bataafse republiek in 1795 gehandhaafd bleef. Culemborg had daarbij een enigszins dubieuze reputatie om zijn ruime toelatingsbeleid. Toch had met name de kwestie van de Juffersroof, in 1664, de stad al beduidend terughoudender gemaakt. Het betrof een geruchtmakende schakings-affaire van kamerheer Diederik van Mortagne en een rijke Haagse wees. De gemoederen liepen daarbij zo hoog op dat er zelfs Staatse troepen voor de poorten van Culemborg verschenen. Voortaan moest het uit zijn met het toelaten van malafide asielzoekers, meenden de Staten van Holland.
Er rest weinig tastbaars van dit aspect van Culemborgs verleden - of het moest de graftombe zijn van Catharina van der Dussen (in de Grote of Barbarakerk, aan het begin van de wandeling), die in 1733 van haar man, de drankzuchtige burgemeester van Dordrecht, was weggevlucht. En er is het Weeshuis (bij testament gesticht door Culemborgs beroemdste Vrouwe Elisabeth; zij was ook degene die opdracht gaf tot de bouw van het stadhuis), waarvan gezegd kan worden dat het misschien wel wat erg groot opgezet is, maar dat zal eerder te maken gehad hebben met een toeloop van schipperskindertjes. Maar daarmee houdt het ook op.
Een ander detail, nu het toch over het weeshuis gaat: dienden de weesjes aanvankelijk katholiek te zijn, na 1578 kregen zij, op last van Elisabeths opvolger Floris van Pallandt, een protestantse opvoeding (in later eeuwen was het wéér anders, en moest de weesvader protestants zijn, en de -moeder katholiek). Deze zelfde Floris I zorgde er ook voor dat, op 29 juli 1566, terwijl de rest van het land op hagepreken aangewezen was, een - eerste - protestantse dienst gehouden kon worden in een echt kerkgebouw, de Gasthuis-kapel (waar nu de Lutherse kerk staat, in de Achterstraat).
Voor de rest was Culemborg natuurlijk gewoon een ijverig, zij het bij tijd en wijle wat moeilijk bestuurbaar stadje met een haven en een Markt (die tegenwoordig een heel arsenaal aan Blokker- en Zeeman-puien weet te trotseren, maar waar de Culemborgenaren zelf niet meer zo tevreden over zijn, - graag ook die rode paaltjes weg, vinden ze), deels ook een ambachtsstadje met een zijdenlinten-industrie, en met, vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw, de geweerfabriek van de prins van Oranje.
De Slotstraat, met de hoog-oprijzende gevel van het Drostenhuis, voert naar de kasteeltuin (de fundamenten van het in 1738 gesloopte kasteel zijn opgegraven en het terrein wordt ingericht tot een archeologisch stadspark), en verder, de al in oude bronnen aangeprezen wandeling langs de Dreven, langs het carré van weilanden (dat, als kroondomein, niet bebouwd mag worden), door het park van architect Zocher, achterom langs de begraafplaats, dan de dijk op, waarachter de Lek zijn bochten maakt, en waar de spoorbrug het beeld overheerst.
Langs de Veerweg (de pont met zijn gele bootjes kost een kwartje voor voetgangers) ligt nog een stukje arbeiderswijk van het begin van deze eeuw, de bloeitijd van Culemborgs sigarenindustrie (zie ook de muurreclame). Een ander aandenken aan die tijd vormt het grote witte herenhuis aan de Varkensmarkt, dat werd bewoond door de familie Dresselhuys van de Cadena-sigaren, en dat een onderdeel is van het laatste ommetje van de wandeling, voorbij de Binnenpoort.
Wie toch terug naar het station moet zou voor de aardigheid nog eenmaal de hele lengte-as van het stadje kunnen aflopen, vanaf het Havenkwartier met de visafslag, de binnengracht over, de Oude stad in, de langgerekte Markt over, onder de Binnenpoort door, weer over een binnengracht, de van oorsprong meer agrarisch gerichte Nieuwstad in waar, langs de Zandstraat, Culemborgs oudste straatweg met nog duidelijk als boerderij herkenbare woonhuizen, het stadsgevoel langzaam wegebt... wat er ook aan nieuwbouwwijken om Culemborg heen gebouwd mogen zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.