*

 
dossier

Archief

Officier 'niet ontvankelijk' in euthanasie-zaak Alkmaar

Door: redactie − 01/02/96, 00:00

Van onze verslaggevers ALKMAAR - Als gevolg van tweespalt binnen het openbaar ministerie en het college van procureurs generaal heeft het te lang geduurd eer vervolging werd ingesteld tegen de Alkmaarse chirurg-oncoloog dr. A. O. A.Smook.

De rechtbank in Alkmaar heeft daarom gisteren de Alkmaarse officier van justitie mr. G. J. Botman niet ontvankelijk verklaard in de euthanasie-zaak tegen Smook.

Rechtbankpresident mr. J. Westdorp kwam tot zijn oordeel, omdat er te veel tijd verlopen is tussen de zijns inziens zorgvuldige uitvoering en melding van de euthanasie op de 85-jarige vrouw in april 1993, en het moment waarop de arts van het openbaar ministerie begin deze maand te horen kreeg, dat hij vervolgd zou worden. Bovendien had de arts uit brieven van het OM kunnen opmaken, dat het openbaar ministerie afzag van vervolging.

Alvorens de zaak gisteren in behandeling zou worden genomen, wilde de president de ontvankelijkheid van officier Botman aan de orde te stellen. Deze gaf toe, dat de tijd tussen de gebeurtenis en de daadwerkelijke vervolging langer dan wenselijk was geweest, maar wees erop dat in de brieven van het OM, waarin erkend werd dat dr. Smook zich aan alle zorgvuldigheidseisen had gehouden, getekend door officier mr. F. M. Gelissen en hoofdofficier mr. A. N. A. M. Josephus Jitta een voorbehoud van fiattering door het college van procureurs generaal was gemaakt. Hij meende dan ook dat er geen reden was om van vervolging af te zien.

De raadsman van Smook, mr. E. Sutorius, voerde daartegen aan dat tegenover de zorgvuldigheid en snelheid van melden door de arts een verdeeld openbaar ministerie erg onzorgvuldig afstak. “We hebben hier niet te maken met criminelen. Hier had een termijn van niet langer dan drie maanden gepast.”

Dr. Smook zou zich, indien de rechtbank toch tot behandeling zou overgaan, volgens de raadsman beroepen op zijn recht tot zwijgen. Smook koos daarvoor, omdat hij zich diep gekrenkt voelde over de beschuldiging van doodslag. De zaak-Smook is voor de arts extra kwetsend, omdat hij reeds ruim tien jaar deelnam aan periodiek overleg over de euthanasie-praktijk in Noord-Holland, waaraan behalve de inspectie voor de volksgezonheid en vertegenwoordigers van de ziekenhuizen en huisartsen ook het openbaar ministerie deelnam. Het overleg had tot doel te bereiken dat artsen alle euthanasie-zaken zorgvuldig uitvoerden en meldden.

Het overleg, waarbij Smook een vooraanstaande rol heeft gespeeld, had geleid tot de afspraak dat het OM zou seponeren zolang de dokters zich aan de zorgvuldigheidseisen zouden houden. De afspraak was volgens Smook goedgekeurd door het college van procureurs generaal. Het heeft 'na een tijd van kinderziekten' geleid tot een vlekkeloze euthanasie-praktijk en een hoog meldingspercentage in de regio.

Toen hoofdofficier Josephus Jitta door het college van procureurs generaal werd genoopt tot vervolging van Smook, weigerde Jitta dit, omdat Smook zijns inziens aan alle zorgvuldigheidseisen had voldaan. Volgens Smook werd dit mede een reden voor zijn overplaatsing naar het ministerie van justitie in Den Haag. Mr. Josephus Jitta zelf ontkent dat zijn overplaatsing iets met de euthanasie-praktijk in Noord-Holland te maken had. “Ik wilde weg om uit de publiciteit te raken,” zei hij gisteren. Nu de zaak-Smook zijns inziens tot een goed einde is gekomen, wenst hij niet verder op de zaak in te gaan.

Smook, die voorzitter is van de wereldfederatie van euthanasie-verenigingen, achtte de vervolging in deze zaak, een bewijs van willekeurig beleid bij het OM. Hij is bij veel euthanasie-zaken betrokken geweest, waaronder 'ook zaken die minder eenduidig waren'. “Bij geen van deze zaken is vervolging ingesteld. Onder Jitta was het mogelijk normaal te melden. We waren on speaking terms met elkaar. Er is nu iets bij mij geknapt. Je moet nu bij het OM bedelen om een gesprek. Het heeft ertoe geleid, dat ik van collega's hoor dat ze zich nu nog eens achter het oor krabben, of ze wel zullen melden. Bovendien grijpen artsen nu weer naar de morfine-spuit of het kaliumchloride.”

De artsenorganisatie KNMG heeft gisteren in een brief minister W. Sorgdrager dringend verzocht van de vervolging van de Alkmaarse chirurg af te zien. Volgens de KNMG is de opmerkelijke stap genomen omdat de minister dreigt te breken met bestaand beleid. “De arts in Alkmaar heeft zorgvuldig gehandeld en zich gehouden aan de meldingsplicht. We zijn voor een evaluatie van die meldingsplicht, maar de strafzaak in Alkmaar etaleert nadrukkelijk een aanscherping van het vervolgingsbeleid. Dat hebben we de minister willen ontraden”, aldus een woordvoerder.

Het voorkomen van de zaak-Smook kwam voor minister Sorgdrager als een verrassing. Volgens mr. Sutorius lijkt het erop te wijzen 'dat de procureurs generaal een andere koers varen dan de minister'. Botman zal na overleg met zijn superieuren beslissen of hij in appel gaat.

mailIcon print |