*

 
dossier

Archief

Pure operakitsch in Schroeters nieuwe film

PETER VAN DER LINT − 31/01/97, 00:00

AMSTERDAM - In Werner Schroeters nieuwste film 'Poussières d'amour' (Afvalprodukten van de liefde), die dit weekeinde te zien is op het Rotterdamse Filmfestival, komt een veelzeggende scène voor. Tenor Laurence Dale en Schroeter hebben een fikse woordenwisseling, omdat Dale niet blijkt te kunnen voldoen aan Schroeters wens: zich uiten over zijn diepste emoties. Dale verwijt de regisseur zich te gedragen als een dirigent die zich oppompt voor een pompeus akkoord, maar op de downbeat niks te horen krijgt, omdat er geen orkest voor hem zit. Het is gedurfd van Schroeter dat hij deze scène in zijn film gemonteerd heeft, omdat Dale's kritiek wezenlijk voor de film is.

Film is trouwens een groot woord. Schroeter heeft weer eens een filmische lappendeken gemaakt, waarin langzame shots van muurschilderingen, een kerkhof en Düsseldorf verweven zijn met documentaire-achtige interview-scènes en zelfs met opnames van regie-aanwijzingen die Schroeter zijn medewerkenden aan deze film geeft. Een ratjetoe, waar in het begin niets wezenlijks uit te destilleren valt, maar als Schroeter zijn hoofdrolspeelsters introduceert, wordt langzaamaan zijn bedoeling duidelijk. Die hoofdrolspeelsters zijn uiteraard operazangeressen: Schroeter heeft al tijden een ongezonde hang-up met diva's en opera. In vroegere films liet hij al eens dikke travestieten opdraven die door Callas gezongen aria's playbackten en in 'Der Tod Maria Malibran' (1971) probeerde hij op experimentele wijze leven en dood van een negentiende eeuwse zangeres met zijn eigen fictie te verweven. Zijn even onorthodoxe als mislute visie op Verdi's 'Luisa Miller' is vanaf maart weer te zien bij de Nederlandse Opera. In 'Poussières d'amour' heeft hij Martha Mödl (85 jaar), Rita Gorr (71) en Anita Cerquetti (66) uitgenodigd, diva's van de oude stempel. Daaromheen plaatste Schroeter zangers met wie hij in verschillende operatheaters heeft samengewerkt (naast Dale zijn dat Gail Gilmore, Sergei Larin, de zusjes Ciesinski, Jenny Drivala en Trudeliese Schmidt). Allen mogen een aria zingen en vervolgens in fictie-fragmenten dan wel droge interviews hun zegje doen over liefde, angst en dood. Dat alles met als doel antwoord te vinden op een ooit door Roland Barthes gestelde vraag: waarom en hoe vinden zangers emotie in hun stem?

Mödl, die net als Gorr de scène van de oude gravin uit Tsjaikovsky's 'Pique Dame' ten gehore brengt, zegt het antwoord daarop niet te weten. Daarom heeft ze ook nooit zangles gegeven, omdat ze niet duidelijk kan maken wat er aan fysieke en psychische processen plaatsvindt tijdens het zingen. Schroeter koppelt Mödl aan actrice Isabelle Huppert, die zeer geïnteresseerd naar Mödl luistert en zelfs een klein zanglesje van haar krijgt. Meer over emotie komen we niet te weten, ook niet van Rita Gorr, die er in de film nogal bekaaid van af komt.

Bliksemcarrière De meeste tijd ruimt Schroeter in voor Anita Cerquetti, de Italiaanse die van 1951 tot 1960 een bliksemcarrière had en zich vervolgens wegens gezondheidsredenen terugtrok. Cerquetti heeft geen stem meer over en dus mocht zij meemimen met een oude opname van haarzelf. Uiteraard stromen de tranen haar over de wangen (eerder zegt ze dat de teloorgang van haar stem een handelbaar leed is) en is Schroeter haar daarvoor al enkele malen hartstochtelijk in de armen gevlogen. Pure operakitsch, eerlijk gefilmd, maar over emotie komen we nog steeds niets te weten. Ook niet tijdens de nog kitscheriger scène waarin een homoseksuele relatie gesuggereerd wordt tussen Sergei Larin en een acteur. Tijdens het zingen van 'Amor ti victa' uit Giordano's 'Fedora' rijdt een naakte ruiter rondjes op zijn ros in een circuspiste. Eerder heeft Larin de acteur uitgelegd dat je altijd van iemand afscheid moet nemen alsof het de laatste keer is. Zong Sjef van Oekel dat jaren geleden niet al eens?

mailIcon print |