DEN HAAG - Het CDA kreeg woensdagavond voor zijn verkapte motie van wantrouwen tegen minister Sorgdrager slechts steun van de eenmansfractie Hendriks, voor zichzelf begonnen na ruzie in een ouderenfractie. Het zal de christen-democraten geen genoegen hebben geschonken dat dit politieke ijlhoofd als enige hun zijde koos.
Het optreden van de oppositiefractie in het debat over de opstand van het openbaar ministerie wekte bij alle andere fracties verbazing en ergernis. GPV-leider Schutte verwoordde de irritatie na afloop. Hij meende dat de Tweede Kamer in het debat unaniem en onomwonden het signaal diende af te geven dat de weerspannigheid van het OM jegens het politieke gezag van minister Sorgdrager onaanvaardbaar was.
“In het geding is wie Nederland regeert, de politiek of de ambtenaren. Daar mag geen enkele twijfel over bestaan”, zei Schutte. Zo'n muiterij tast de ministeriële verantwoordelijkheid aan, een kernregel in onze democratie die alleen tot zijn recht komt als ambtenaren zich dienstbaar opstellen. Volgens Schutte zou een debat over de positie van Sorgdrager (de inzet van het CDA) dit essentiële signaal overschaduwen. Een aftreden van de minister zou het beeld vestigen dat de ambtenaren in de opstand tegen Sorgdrager het gelijk aan hun zijde hadden.
Kortom, waar volgens Schutte behoefte was aan een actie van de Kamer om voor één keer de dagelijkse politieke strijd te overstijgen en in een groot gebaar de ambtenarij zijn plaats te wijzen, leek het CDA opnieuw te zwichten voor het kleine politieke spel van het ministertje pesten.
Dat is volgens het CDA-Kamerlid Hans Hillen een valse indruk. De redenering van Hillen, één van de strategen in de fractie en secondant van Jaap de Hoop Scheffer, komt erop neer dat de rest van de Tweede Kamer, Schutte voorop, zich juist te lankmoedig jegens de opstandige ambtenaren heeft opgesteld. Met de aanval op Sorgdrager beoogde het CDA een 'absoluut falende minister' te vervangen door een krachtig politicus die 'de bezem door de stal' van de ambtenarij zou kunnen halen.
Hillen: “De kern van de ministeriële verantwoordelijkheid is juist dat een minister wordt vervangen als zij haar ambtenaren niet meer in de hand heeft. Door ambtenaren op deze wijze te confronteren met de gevolgen van hun insubordinatie, zullen zij het voortaan wel uit hun kop laten hun minister te dwarsbomen. De Kamer heeft de ambtenaren dus het verkeerde signaal gegeven door deze madame le ministre de hand boven het hoofd te houden.”
“Het is mij vaker opgevallen dat hoe linkser een politicus is, hoe meer hij gebrand is op het falen van ambtenaren en hoe minder op dat van de minister. Prachtig hoor, die emotie, maar ook loos als de verantwoordelijke bewindspersoon kan blijven zitten waar-ie zit.”
Hoe het ook zij, het CDA heeft in het debat deze bedoelingen niet kunnen overbrengen. De vraag rijst waarom de christen-democraten als zij Sorgdrager werkelijk vanwege haar ontbrekende gezag wilden wegsturen, geen motie van wantrouwen hebben ingediend. Het CDA beperkte zich tot een motie die premier Kok vroeg de leiding bij de oplossing van de gezagscrisis over te nemen. De Hoop Scheffer ontkende dat het CDA met deze motie in verkapte vorm zijn wantrouwen in Sorgdrager uitsprak.
De Hoop Scheffer schepte met de halfslachtige motie verwarring over de werkelijke motieven. Ook in de tekst van de motie repten de christen-democraten met geen woord over dergelijke oogmerken. Daardoor kon de indruk ontstaan dat het CDA geen oog had voor het signaal dat de Kamer aan de ambtenaren wilde geven en, of het de bedoeling was of niet, slechts een pesterijtje van Sorgdrager beoogde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.