*

 
dossier

Archief

Omvangrijk milieuproces begint met vertraging

Door: redactie − 12/09/95, 00:00

Van een onzer verslaggevers ROTTERDAM - Het strafproces tegen de zes hoofdverdachten in het schandaal rond het scheepsafvalverwerkingsbedrijf Tank Cleaning Rotterdam (TCR) heeft op de eerste dag meteen al vertraging opgelopen.

President mr. F. van Dooren van de rechtbank in Rotterdam besloot gisteren de raadslieden van de verdachten meer tijd te gunnen voor het bestuderen van enkele documenten. Het betreft stukken van in totaal 1 200 pagina's die pas eind vorige week aan het toch al omvangrijke dossier werden toegevoegd. Voor de president was dit aanleiding te beslissen dat pas morgen een begin wordt gemaakt met de inhoudelijke behandeling van de strafzaak, de grootste op gebied van milieu-criminaliteit in Nederland.

Uit het ruim 66 000 pagina's dikke dossier moet blijken dat de eigenaren van TCR - de broers Ron, Ton en Jan Langeberg - alsmede drie personeelsleden van het bedrijf zich schuldig hebben gemaakt aan onder meer het lozen van tientallen miljoenen kilo's chemisch afval in het Botlekgebied, het illegaal transporteren van nog eens miljoenen kilo's gif naar België, Duitsland en Engeland, het sjoemelen met rijkssubsidies en valsheid in geschrifte. De zes hoofdverdachten werden eind vorig jaar aangehouden en verblijven sindsdien in het huis van bewaring.

Mr. C. Waling, de advocaat van Ton Langeberg, verzocht de rechtbank gisteren met succes om tijdens het proces zeven getuigen op te roepen. De zeven, voornamelijk ambtenaren van Rijkswaterstaat en de milieudienst Rijnmond (DCMR), zouden volgens de raadsvrouw een nieuw licht kunnen werpen op de rol die de overheid in de affaire heeft gespeeld. De verdediging plaatste eerder al talrijke vraagtekens bij het toezicht van de vergunningverlenende instanties.

Subsidie

Opmerkelijk is dat TCR in de jaren tachtig voor de bouw van een havenontvangstinstallatie in totaal 23 miljoen gulden subsidie ontving van het ministerie van verkeer en waterstaat. De toenmalige minister Kroes gaf daarvoor toestemming, dit ondanks de waarschuwing van de justitie dat de gebroeders Langeberg werden verdacht van milieu-delicten. Een dag nadat de minister hierover destijds werd ingelicht, bleken de broers van het justitieel onderzoek op de hoogte. De justitie besloot daarop het onderzoek stop te zetten.

In december 1993 volgde een nieuw grootscheeps onderzoek tegen TCR. Honderden opsporingsambtenaren deden invallen bij het bedrijf, dat in het najaar van 1994 failliet werd verklaard. Voor de curatoren in dit faillissement bleek de TCR-boekhouding vervolgens nagenoeg onvindbaar, terwijl de installaties en andere apparatuur op het bedrijfsterrein in een erbarmelijke staat verkeerden.

In de aanloop naar het strafproces zijn tot nu toe ongeveer tachtig getuigen bij de rechter-commissaris gehoord. De broers Langeberg, die privé miljoenen guldens uit de kas van TCR zouden hebben geplukt en voor wie het autoracen een voorname hobby was, hebben in eerdere pro-formazittingen voortdurend alle aantijgingen ontkend. Zij zeggen zich strikt aan de regels en vergunningen te hebben gehouden en nooit de volksgezondheid in gevaar te hebben gebracht, zoals officier van justitie mr. L. de Jonge beweert.

mailIcon print |