LEIDEN - Deze week branden ze voor het laatst, de lichtbakken in de Leidse Mandenmakerssteeg. Daarna worden de bakken met afbeeldingen en teksten - variërend van een skelet op röntgenfoto en een op een xtc-pilletje lijkende smiley tot de eenvoudigste boodschap die de middenstander te bieden heeft ('Open') - weer weggehaald.
Het einde van de door de kunstenaars Karin Eken, Karin van Iterson, Jan Kleingeld en Roelant Meyer aangebrachte verlichting markeert tegelijkertijd de afsluiting van het afgelopen seizoen, waarin Leiden in het nieuws kwam als Cultuurstad van Zuid-Holland 1997. De vraag: wat levert zo'n door de provincie ingesteld cultuurjaar nu op? Ziet de gemiddelde cultuurliefhebber in 1998 nog iets terug van de investeringen van '97 of volgt na een jaar vol evenementen en activiteiten slechts de kater? Bij de vergelijking van Leiden met Sevilla, waarvan de wereld na de Wereldtentoonstelling van 1992 behalve wat slecht economisch nieuws nooit meer iets vernam, kan wethouder van cultuur Alexander Pechtold (32) een glimlach niet onderdrukken: “Ik hoop niet dat het zo erg is, maar de evaluatie in de gemeenteraad komt nog. Dan kunnen we pas echt de schade opmaken.”
Dan serieus: “Normaal gesproken is de beleidsvrije ruimte binnen de begroting voor cultuur minimaal. Het meeste geld gaat naar gebouwen zoals de musea, de schouwburg en de bibliotheek, en naar personeels- en onderhoudskosten. Voor tentoonstellingen, extra subsidies, initiatieven uit de burgerij en andere bijzondere projecten blijft jaarlijks ongeveer drie ton over. Dat is niet zoveel. Krijg je dan in een jaar ruim twee miljoen (zeven ton van de provincie, zeven van de gemeente en zeven uit het bedrijfsleven, red.) meer te besteden, dan is dat natuurlijk prachtig, al moet je het effect ook weer niet overschatten.”
Aan de andere kant heeft Leiden met zijn universiteit, kerken en vijf grote musea per definitie veel te bieden...
Pechtold: “Ja, op die luxe werd ik onlangs gewezen door mijn collega uit Spijkenisse. Volgend jaar zijn Spijkenisse en omgeving 'Cultuurstad'. Toen hij op weg naar mij de stad doorgelopen was, zei hij: “Wat een luxe heb jij, ik moet alles verzinnen. Ik heb een bibliotheek en theaterzaaltje en verder niks. Maar bij jou staat het overal; het is allemaal cultuur wat je hier ziet.”
“Wat dat betreft hoef je in Leiden dus weinig te doen. Alleen de vraag was: voor wie organiseer je iets extra's? Het leek ons goed om een grote groep mensen met andere vormen van kunst en cultuur in aanraking te brengen. Laagdrempelig. Kijk, de schouwburg zit grotendeels vol met Oegstgeestenaren. Dat is mooi, maar die mensen komen genoeg aan hun trekken, dus probeer eens wat anders. De volgende vraag is dan: haken we aan bij het verleden of zoeken we het niet in een vast thema?”
“Hoewel het thema luidde 'Leiden stad van culturen', hebben we er uiteindelijk voor gekozen dit niet al te strak te hanteren. Het multi-culturele idee wat er achter zat, kwam in de praktijk niet echt van de grond. Het was ook wat geforceerd, vond ik. Je kunt wel zeggen dat Leiden al eeuwenlang een stad van vluchtelingen is, maar alles is hier al eeuwen, dus ik bedoel maar... Uiteindelijk hebben we besloten om niet één grote manifestatie te organiseren, zodat heel Nederland wist 'Leiden heeft ook weer eens wat te vieren', maar hebben we de activiteiten over het hele jaar verspreid. Niet spectaculair, maar wel 84 evenementen waar de hele bevolking plezier aan heeft kunnen beleven.”
Pechtold bladert in het boekje 'Leiden stad van culturen' van fotograaf Taco van der Eb, waarin alle evenementen en projecten zijn vastgelegd. Op de vraag of het culturele jaar niet erg onopgemerkt aan de wereld voorbij is gegaan, zegt Pechtold: “Die kritiek heb ik meer gehoord. Maar ik vind dat niet zo erg. Je moet niet vergeten, dat je in de Randstad langzamerhand wel met heel spectaculaire dingen moet aankomen, wil je nog opvallen. Het aanbod is zo groot. Trouwens, het klopt ook niet helemaal. Heel groots was CirQue Plume afgelopen zomer. Dat vond plaats in een grote tent op het Gorlaeus, het universiteitsterrein. Dat was echt spectaculair - kwam ook veel publiek op af. Maar aan de andere kant: het is ook erg makkelijk scoren. Je koopt zo'n programma zo in. Persoonlijk vond ik de 'Nacht van de kunst' op de Hooglandse Kerkgracht aardiger. Er werd een opera van Lully door amateurs opgevoerd in de Hooglandse kerk. En na afloop liep je zo in de avond de Kerkgracht op, waar opeens van alles te doen was: er werd een modeshow gelopen en opeens stond je in een omgeving waar lichtobjecten in allerlei hoeken stonden, waar video-art op muren zichtbaar werd en waar zeer hedendaagse kunstuitingen op bijna kermis-achtige wijze de stad doortrokken. Er was ook keiharde house op een feestje waar zelfs de hele Rotterdamse house-scène naartoe gekomen was, omdat die zich realiseerde dat het nu toch echt een keer in Leiden gebeurde. Zeer onleids en vernieuwend. Het is ook iets waarvan ik hoop dat het jaarlijks of tweejaarlijks terug kan keren. Vooral die jonge kunstuitingen maken zo'n zomernachtfestival tot iets bijzonders.”
Dat zou een effect van Cultuurstad '97 kunnen zijn?
Pechtold: “Jazeker. Verder is het directe effect natuurlijk bescheiden. Maar kijk ik alvast vooruit naar de komende beleidsperiode '1998-2002' dan verwacht ik ook geen terugval. Behalve de mogelijke voortzetting van een aantal evenementen, neemt met name het denken over de toegepaste kunst toe. Zo is in het kader van het stadsvernieuwingsproject 'Binnenste beter' gekeken of er geen kunstenaars betrokken kunnen worden bij de betegeling en bestrating van de binnenstad. Vroeger had je alleen de een-procentsregeling, nu merk ik dat de combinatie kunst en openbare ruimte veel natuurlijker gezocht wordt. Daar ben ik blij om, want het is toch de manier om, anders dan in een hoogdrempelig museum, de mensen met cultuur in aanraking te brengen.”
“Te lang is kunst als luxe gezien. Maar ik breng het direct in verband met een samenleving waarin alles sneller gaat, de tv de overhand heeft, het lezen afneemt, maar ook de vrije tijd toeneemt. Voor een stad wordt het dan al heel gauw belangrijk te laten zien dat cultuur ook met economie verbonden is. Leiden heeft zijn bestaansrecht voor een groot deel aan de cultuur te danken.”
De laatste jaren, zo vertelt Pechtold, die zelf kunsthistoricus is en voordat hij vorig jaar wethouder werd als veilingmeester werkte bij het Haagse veilinghuis Van Stockum, heeft Leiden met steun van het Rijk veel geld gestoken in historische en culturele gebouwen. De schouwburg en de stadsgehoorzaal werden gerenoveerd, er kwam een nieuw muziekcentrum (M123) en er werd of wordt nog geïnvesteerd in het Natuurhistorisch museum (Naturalis), Boerhaave en het Volkenkundig museum. Bovendien volgt binnenkort nog de verbouwing van het LVC (het Leidse Vrijetijdscentrum, dat zowel filmhuis als poppodium is) en zijn er ambitieuze plannen om de Lakenhal uit te breiden. “De gebouwen zijn dus grotendeels op orde. Nu wordt het tijd om naar de inhoud te kijken. Het is eenvoudiger om miljoenen bij elkaar te krijgen om ruimtes op te knappen, dan structureel geld los te krijgen voor de programmering van een schouwburg, stadsgehoorzaal of theater. Dat is abstracter, maar wel heel belangrijk voor het culturele klimaat in een stad.”
Maar, om tenslotte bij het begin te eindigen, is het niet jammer om zo'n geslaagde opknapbeurt van een 'pissteegje' als de Mandenmakerssteeg, nu weer ongedaan te maken? Zou de verlichting van de steeg juist niet als voorbeeld kunnen dienen van een permanente kunsttoepassing? Waar de steeg vroeger donker en grauw was, lopen de mensen er nu zonder problemen 's avonds laat doorheen...
Pechtold: “Ik vind het heel leuk wat ze daar gedaan hebben, maar het is tijdelijk bedoeld. Een kwestie van vergunningen. Maar we kijken uit naar vergelijkbare projecten in het kader van 'Kietelen, niet bijten'. Dat is een programma waarin we meer kunst in de openbare ruimte willen brengen. In de buurt van de Haarlemmerstraat heb je ook veel stinksteegjes. Van die vieze, donkere gangen vol aanplakrommel en graffiti. Kortom, van die onmogelijke plekken waar kunst nauwelijks denkbaar is. Zo'n project als de Mandenmakerssteeg laat echter zien dat je wel degelijk iets kunt doen met die viezige goten die in de richting lopen van het oude centrum.” Het brengt de D66-wethouder op de belangrijke rol die geschiedenis en cultuur spelen in de economie van de stad. Pechtold: “Als het lukt om die steegjes mooier te maken, voelen de mensen die een dagje komen winkelen zich ook prettiger. En dat is belangrijker dan je denkt. Want wij moeten wat dat betreft een enorme slag leveren met Alphen en Leiderdorp, waar mensen hun karren voor het weekend inladen en gratis kunnen parkeren. Wij hebben dat allemaal niet. Wij hebben daarentegen wel een prachtig historisch centrum. Waarom? Omdat wij het het met name in de vorige eeuw hier zo arm gehad hebben dat er niet eens geld was om de boel te slopen. Het is achteraf onze redding geweest. Dat moeten we koesteren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.