AMSTERDAM (ANP) - Het Van Gogh Museum in Amsterdam wil een rijksbijdrage voor het aankoopbudget van jaarlijks één miljoen gulden. Het voormalige rijksmuseum is een van de weinige grote kunstinstellingen die op dat punt geen structurele overheidssubsidie krijgen. Verder wil het museum zich richten op het aanleggen van een beeldenverzameling.
De financiële situatie moet veranderen vindt Ronald de Leeuw, directeur van het Van Gogh Museum. Het is onmogelijk beleid te maken op basis van incidentele bijdragen. Ook kan het Van Gogh geen aanspraak maken op aanvullende overheidspotjes als de Mondriaan Stichting. Die steunt alleen hedendaagse aankopen.
Het museum is voor zijn aankopen aangewezen op de inkomsten uit de museumwinkel. De opbrengst varieert, maar bedraagt jaarlijks ongeveer zeven à acht ton. Dat bedrag is volgens De Leeuw ontoereikend voor aankopen. “Het verzamelgebied van het museum behoort tot de allerduurste categorieën.” Bijkomend nadeel is dat er weinig Nederlandse 19de-eeuwse kunstverzamelaars zijn. Het Van Gogh krijgt dan ook nauwelijks schenkingen.
Nieuwbouw
Het museum is van plan de komende jaren een beeldenverzameling aan te leggen. De sculpturen komen in het huidige museumgebouw te staan. Ook krijgt de nieuwbouw rond de verzonken watertuin een speciale plaats voor beelden. De uitbreiding, die eind 1998 klaar moet zijn, is mogelijk door een Japanse donatie van 37,5 miljoen gulden.
De opening van het paviljoen valt samen met het 25-jarig bestaan van het museum. Dat wordt gevierd met een tentoonstelling over Theo van Gogh, broer van Vincent, en kunsthandelaar en -verzamelaar. Voor de jubileumtentoonstelling maakt het museum ook een reconstructie van de Monet- en Pissarro-tentoonstellingen in Theo's galerie.
Het museum richt zich op Franse 19de-eeuwse kunst, inclusief werk waar Van Gogh van zou gruwen. De komende jaren wil het zich meer bezighouden met niet-Franse kunstenaars. Op het moment is het werk van de Duitse kunstenaar Von Stuck te zien en binnenkort opent een expositie met schilderijen en tekeningen van de Duitse romantici Friedrich en Runge. Voor 1997 staat een grote tentoonstelling over Weense kunst rond 1900 op het programma. Onlangs kocht het museum een doek van de Oostenrijkse kunstenaar Carl Moll.
Het museum is nu zo'n tien jaar aan het verzamelen. Van Gogh is de spil van de collectie, maar de kunstenaar is volgens de museumdirecteur geen dictator. Het verzamel- en tentoonstellingsbeleid is breder dan alleen Vincent van Gogh. Daarbij probeert De Leeuw aanvullend te zijn. “We willen andere accenten leggen dan Boymans-van Beuningen of het Kröller-Müller Museum.”
Dubbelportret
Tot voor kort had het museum nauwelijks beelden. Behalve een keramische vaas van Gauguin, telde de verzameling een dubbelportret van Vincent en Theo van Gogh, gemaakt door Zadkine, en een beeld van Van Gogh van Joseph Mendes da Costa. Dat laatste stelt het museum echter niet permanent tentoon. De Leeuw zou dolgraag een groot werk van Rodin willen kopen, maar het is niet voorspelbaar dat dat gebeurt. “Een goede gieting is een kapitale aangelegenheid.”
Recentelijk verwierf het museum tijdens een veiling van Sotheby's in Londen een bronzen beeld van een agrariër van de Franse kunstenaar Aimé Dalou (1838-1902). De bijna twee meter lange boer stond al enige tijd op het verlanglijstje van De Leeuw. Sinds enkele weken staat 'Le grand paysan' op de benedenverdieping van het museum bij de schilderijen met landarbeiders. Een vergelijkbaar exemplaar bevindt zich in het Musée d'Orsay in Parijs.
Het afgelopen jaar kocht het museum ook een tweekleurig terracottabeeldje van Etienne Prosper d'Epinay (1836-1914). De Leeuw zag de 'Medusa' bij toeval in een Newyorkse galerie. Hij kende de kunstenaar niet, maar het beeld trof hem. Later bleek zijn werk verzameld door onder meer koning Willem III. Op die manier kopen is het mooiste wat er is, vindt de museumdirecteur. Je niet blind staren op een gerenommeerde naam, maar gewoon het hart volgen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.