*

 
dossier

Archief

Vooys

T. VAN DEEL − 16/01/98, 00:00

Het heeft er alle schijn van dat de historische roman zowel in de literatuur zelf als in de literatuurwetenschap weer volop in de belangstelling staat.

Niet de traditionele, uit de negentiende eeuw stammende historische roman, maar de moderne variant, waarin juist de vraag naar de mogelijkheid van het kennen van de historische waarheid centraal staat. Deze laatste romans zijn behalve voor lezers ook voor historici interessant, omdat ze elke historiografische pretentie ondermijnen.

Het nieuwste nummer van Vooys is grotendeels aan deze moderne historische roman gewijd. Dat ook een nogal traditioneel ogende roman als 'Rumeiland' van Vestdijk principieel het verleden als een mentale constructie, als een droom, voorstelt, en dus niet als een objectieve werkelijkheid, zet G. F. H. Raat overtuigend uiteen. Karin Smeets vergelijkt de voorstellingen van de Jodenvervolging met elkaar in 'Het bittere kruid' van Marga Minco en 'De nacht der Girondijnen' van Jacques Presser. Verhelderend is de beschouwing van Annemarie van den Berg en Ronald Besemer over 'Het dikke hart', een historische roman van Tonnus Oosterhoff over de schilder Gerrit van Houten. Zij laten zien hoe temidden van “verdraaide gegevens en ogenschijnlijk triviale, verzonnen gebeurtenissen wij als lezers ineens de sensatie van historische waarheid en . . . authenticiteit” kunnen ondervinden. Ook het thema van de roman, het 'afkijken' van de werkelijkheid, past naadloos bij de problematisering van de weergave van de historische werkelijkheid.

mailIcon print |