Van onze parlementsredactie DEN HAAG - De politieministers moeten meer zeggenschap krijgen over de besteding van het geld voor de politiekorpsen. Dat is de kern van het standpunt van het kabinet over de manier waarop de in 1993 ingevoerde politiewet werkt.
Het kabinet heeft zich gisteren gebogen over een nota van de politieministers Sorgdrager (D66, justitie) en Dijkstal (VVD, binnenlandse zaken). Daarin wordt de werking geschetst van de in 1993 doorgevoerde reorganisatie van de politie.
De rijkspolitie en de gemeentelijke politiekorpsen verdwenen toen. Ze gingen op in regionale korpsen. Aan het hoofd ervan staat een korpsbeheerder, de burgemeester in de grootste gemeente van de regio waarin het korps opereert.
Bij diverse gelegenheden is gebleken dat de inzichten in de regio niet strookten met wensen die door de landelijke politiek werden geuit. Extra geld, om meer politiemensen op straat in te kunnen zetten, bleek bijvoorbeeld aan andere zaken te worden uitgegeven.
Het kabinet heeft ook voor dit jaar extra geld uitgetrokken voor meer 'blauw' op straat. Maar over de besteding daarvan zijn harde afspraken nodig met de korpsbeheerders.
Volgens premier Kok wil het kabinet 'niet slordig' omgaan met het uitgangspunt dat de korpsbeheerders baas in eigen huis zijn. “Want dat betekent ook dat ze hun eigen verantwoordelijkheden beleven.”
Maar het kabinet heeft wel vastgesteld dat de rijksoverheid wat meer sturingsmogelijkheden moet krijgen. Volgens Kok gaat het daarbij niet zo zeer om nieuwe bevoegdheden voor de politieministers, maar om betere mogelijkheden om de bevoegdheden die de ministers al hebben te kunnen uitoefenen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.