*

 
dossier

Archief

Vertrek van premier Murayama zorgt voor meer helderheid in Japanse politiek

WIM JANSEN − 06/01/96, 00:00

AMSTERDAM - De stormachtige overgang naar een ander politiek systeem in Japan is met het aftreden van premier Tomiichi Murayama nog lang niet afgerond. Wel wordt het strijdtoneel erdoor helderder: de 'politiek van de sterke mannen' staat voor de deur.

Duurzaamheid, dat was achteraf bezien de voornaamste kwaliteit van de 71-jarige Murayama. Als een wat tragische figuur verlaat hij nu Nagata-cho, het Japanse Binnenhof, maar niemand had durven voorspellen dat hij het zo lang, anderhalf jaar, zou volhouden als eerste minister. Het was een tamelijk onwaarschijnlijke coalitie die hij mocht leiden, een duivels pact tussen de in sommige opzichten nog stalinistische Socialistische partij en haar erfvijand, de tamelijk kapitalistische Liberaal-democratische partij (LDP). Een paar maanden gaven de meeste commentatoren hem, hooguit een jaar.

Al snel werd duidelijk dat de socialisten de premier mochten leveren, maar dat de kapitalisten het beleid bepaalden. Murayama, de oude witte vos die veel van zijn streken al had verloren, werd gedwongen het ene strijdpunt na het andere uit zijn socialistische vaandel te schrappen. De vissermanszoon, die zijn hele leven doorbracht in vakbonden en de Socialistische partij, had er tot kort voor zijn aantreden nog tamelijk gestaalde opvattingen op nagehouden over kapitalisme, militarisme en imperialisme. Maar hij haastte zich te benadrukken dat het bedrijfsleven niet per definitie slecht is, dat zijn standpunt dat Japan geen leger mag hebben achterhaald is en dat de Amerikanen bij nader inzien een heel redelijke partner in deze nieuwe wereld zijn.

Voor veel Japanners was de periode-Murayama de rampzaligste uit de naoorlogse geschiedenis, zonder dat dit overigens de premier echt te verwijten valt. De economie zakte fors terug, wat zich vertaalde in zeer lage eindejaarsbonussen, een voor Japan dramatisch hoog werkloosheidspercentage van bijna vier procent en banken die de spaartegoeden niet meer konden uitbetalen. Er vielen meer dan 5500 doden in de havenstad Kobe door een krachtige aardbeving, die aanvankelijk door de regering in Tokio nogal werd onderschat. En het gevoel van maatschappelijke geborgenheid kreeg voor veel Japanners een grote dreun door de terroristische aanval met gifgas op de metro van Tokio door een sekte die, vrijwel ongemoeid door politie of geheime dienst, bezig bleek te zijn met de totale ondergang van het land.

Waarschijnlijk is het zelfs dankzij deze rampen dat Murayama het nog zo lang heeft volgehouden, de premier noch zijn politieke tegenstanders binnen de eigen regering vonden het kies om in dergelijke tijden met een kabinetscrisis te komen. Zelfs niet toen daar, deze zomer, toch alle aanleiding toe was. Want op één punt bleef Murayama wel hardnekkig vasthouden aan zijn principes: hij stond er op dat Japan vijftig jaar na het einde van de tweede wereldoorlog ruimhartig zijn excuses zou aanbieden voor de excessen. Niet alleen om met de buurlanden in Azië in het reine te komen, maar ook om de in Japan volstrekt verzwegen oorlog eindelijk eens zelf te verwerken.

Bijna heel Japan werkte hem daarin tegen, zodat hij aanvankelijk op 'persoonlijke titel' wat voorzichtige verontschuldigingen uitsprak en het parlement uiteindelijk daarvan een zeer afgezwakte en bijna beschamende versie aannam.

Zijn felste tegenstander bij die poging in het reine te komen met het verleden was Ryutaro Hashimoto, zijn eigen minister van handel en tevens de man die nu vrijwel geruisloos de leiding van hem overneemt. Behalve minister is Hashimoto ook een fel nationalist en voorzitter van het Japanse equivalent van het Oud-strijderslegioen, die onder de naam 'Organisatie van getroffen gezinnen' fel campagne voerde tegen elke vorm van excuses voor het Japanse oorlogsverleden. Hashimoto bleek toen al, als voorzitter van de LDP, duidelijk aan de touwtjes te trekken in het kabinet. Het opstappen van Murayama was in feite een kwestie van wachten op een teken van Hashimoto dat de overdracht in alle rust kon plaatsvinden. Dat bleek na afloop van de traditionele, drie dagen durende nieuwjaarsvakantie te zijn.

Met Hashimoto krijgt Japan een premier die ook op andere gebieden contrasteert met zijn voorganger. Hij is dertien jaar jonger dan Murayama, en dat is meer dan een politieke generatie verschil. De vaak aarzelende en hakkelende Murayama wordt vervangen door een vlotte prater, die de dingen bij de naam noemt en niet schroomt met een flinke dosis sarcasme de zwakke kanten van zijn politieke tegenstanders bloot te leggen.

Hashimoto is tegelijk een moderne harde zakenman en een toegewijd hoeder van de traditionele, zeg maar nationalistische, waarden. Hij is een hartstochtelijk beoefenaar van de traditionele vechtsport kendo, waarin Japanners elkaar beheerst met dikke bamboestokken te lijf gaan. Hij werd de held van de Japanse industrie, omdat hij vorig jaar zomer zijn been stijf hield tegen de Amerikanen die een rel schopten omdat ze meer toegang eisten tot de Japanse markt van auto-onderdelen. Politiek is net kendo, zei hij toen: “Je moet altijd je tegenstander nauwkeurig in de gaten houden, anders krijg je een klap op je hoofd”. In dat gevecht was het Hashimoto die als overwinnaar uit de strijd kwam en de Amerikaanse onderhandelaar Mickey Kantor die klappen opliep.

Wat dat betreft kan het de komende tijden wel eens hard tegen hard gaan, want ook de oppositionele coalitie Shinshinto heeft sinds vorige maand in de persoon van Ichiro Ozawa een nieuwe leider die zegt waar het op staat en die de confrontatie niet uit de weg gaat. Dat zal, vooral in Japanse ogen, misschien niet altijd even elegant en verheffend om te zien zijn. Maar die twee mannen zouden op die manier wel eens een einde kunnen maken aan het ondoorzichtige politieke gekonkel achter de schermen, dat Japan de afgelopen vijftig jaar heeft gekenmerkt en dat zoveel politieke schandalen heeft veroorzaakt. Beter overzichtelijk rollend met elkaar over straat, dan in het geniep oncontroleerbare regelingen treffen.

Het staat Hashimoto overigens vrij naar believen verkiezingen uit te schrijven, om de kiezer een bredere ondersteuning van zijn kabinet te vragen. Want de huidige coalitie met de socialisten is nog steeds wankel, en er zijn maar een paar overlopers nodig om de zaak echt ten val te brengen.

mailIcon print |