*

 
dossier

Archief

Schmitz moet redenen openbaar maken en die kunnen dan worden getoetst

SYTSKE VAN AALSUM − 08/02/96, 00:00

AMSTERDAM - Vluchtelingenadvocaten vechten met succes het afschaffen van het gedoogdenbeleid door staatssecretaris Schmitz aan. Zij zal namelijk binnenkort openbaar moeten maken wáárom zij 'gedooglanden' zomaar van haar lijstje schrapt. Belangrijk gevolg is vooral dat Schmitz' gedoogdenbeleid openlijk kan worden getoetst.

Mr. Nol Vermolen, behalve vluchtelingenadvocaat ook bestuurslid van VluchtelingenWerk is er van overtuigd, dat de Rechtseenheidskamer Vreemdelingenzaken (Rek) in Den Haag Schmitz bestuursrechtelijk op het matje zal roepen. De Rek doet binnenkort uitspraak in de zaak van een Tamil, maar feitelijk komt daar het hele gedoogdenbeleid van staatssecretaris Schmitz aan de orde.

Schmitz is sinds eind 1994 stelselmatig bezig gedooglanden van haar lijstje te schrappen. Achtereenvolgens zijn Zaïre, Iran, Angola, Soedan, Sri Lanka en Somalië afgevoerd van de lijst 'onveilige' landen. Enkel Afghanistan, Irak en Libera bleven over. Zij baseert zich steeds op ambtsberichten van Buitenlandse Zaken, die concluderen dat 'de algehele situatie in het betreffende land niet (langer) een uitzetting van afgewezen asielzoekers in de weg staat'. Dus: niet elke teruggestuurde Iraniër of Somaliër hoeft te vrezen voor zijn veiligheid.

Scmitz meldde haar beleidswijziging steeds in een niet openbaar gemaakte brief aan de Kamercommissie voor justitie. Volgens juristen heeft zij zich daarmee niet aan de Algemene wet bestuursrecht gehouden (Awb). De Awb, waaronder ook de vreemdelingenwet valt, werd op 1 januari 1994 van kracht en verplicht de overheid dit soort beleidswijzigingen kenbaar te maken aan de Nederlandse burger. Enkel een brief aan de Kamercommissie is niet voldoende: het moet een openbaar stuk, bijvoorbeeld een Kamerstuk, zijn.

Dat is niet gebeurd en daarom kunnen Schmitz' beleidswijzigingen bestuursrechtelijk niet door de beugel, zeggen de juristen. Maar dat is nog niet alles. Ook al zou Schmitz bij wijze van spreken morgen openbaar maken dat zij Iran niet langer onder de gedooglanden schaart, dan nog is dat gewijzigde beleid alleen van toepassing op Iraniërs die na die bekendmaking asiel aanvragen. Zo'n wijziging werkt namelijk niet met terugwerkende kracht, maar geldt alleen voor de toekomst.

Ook in dat opzicht is de uitspraak die de Rechtseenheidskamer inzake de Tamil binnenkort zal doen, een interessante. Want de advocaat van de Tamil stelt, dat zijn cliënt een asielaanvraag op 22 juni 1994 deed, lang voordat Schmitz het gedoogbeleid ten aanzien van Sri Lanka wijzigde (op 25 april 1995). Honoreert de Rek dit verzoek, dan kunnen ook duizenden anderen asielzoekers een beroep doen op het feit, dat zij onder het 'oude gedoogdenbeleid' vielen.

Het is opmerkelijk dat nu pas, twee jaar na invoering van de Algemene wet bestuursrecht, het gedoogdenbeleid van Schmitz juridisch wordt aangevochten. Nol Vermolen: “Advocaten, rechters en de overheid zijn op het gebied van de vreemdelingenwetgeving altijd civielrechtelijk bezig geweest. Bovendien wijzigde Schmitz pas het afgelopen jaar het gedoogdenbeleid ingrijpend.”

“Het heeft een tijdje geduurd voordat we de omslag naar het bestuursrecht konden maken. Langzamerhand wordt die omslag wel gemaakt. Er komen steeds meer rechterlijke uitspraken, die niet zozeer ingaan op de inhoudelijke kant van een asielverzoek, alswel op de vraag of de regels van zorgvuldigheid wel zijn toegepast. Het mooie van bestuursrecht is, het mag niet geheim blijven.”

Wanneer Schmitz haar beleidswijzingen kenbaar heeft gemaakt, is het tijd voor de volgende stap. Vermolen: “Pas dàn kan haar beleid worden getoetst en dat kan de discussie openen over de vraag welke landen wel of niet gedooglanden zijn. Daarvoor moeten er criteria komen. En je niet, zoals in het geval van Iran, baseren op een ambtsbericht waaruit blijkt dat de situatie dáár niet is veranderd, maar het inzicht in die situatie.”

Vermolen noemt twee criteria: “In hoeverre is een land bereid om de mensenrechtensituatie te toetsen? En heeft Nederland voor dat land een systeem van monitoring ontwikkeld?” Schmitz weigert nog steeds aan dat laatste mee te werken.

mailIcon print |