*

 
dossier

Archief

SLAPELOOSHEID

MARTIN VAN DER LAAN − 08/01/97, 00:00

Een verhoging van de lichtintensiteit in verpleeg- en verzorgingshuizen werkt misschien effectiever tegen slaapstoornissen bij ouderen dan rustgevende middelen.

Zoals gezegd, misschíen: met het juiste lichtregime is het slaap-waakritme van oude ratten te sturen en wordt het onderscheid tussen alertheid en sufheid scherper. Bij goed licht worden oude ratten ook minder slaperig tijdens hun actieve periode, en slapen ze daardoor beter in de rustperiode. Dat lijkt bewijs, maar wat zeggen ratten, nachtdieren, over dagdieren? Dat blijft na het onderzoek van Wil Witting aan het Nederlands instituut voor hersenonderzoek waar hij 15 januari aan de Universiteit van Amsterdam op promoveert, nog even de vraag.

Met onze biologische klok en circadiane ritmen - ritmen van circa één dies (dag) - zijn we verre van uniek. De astronoom De Narain merkte in 1729 al op dat bladeren zich keurig tegen dageraad openvouwen, ook al blijft het de ganse dag donker. Vijf jaar later ontdekte een collega dat je motten niet kalm houdt in een afgesloten doos: licht of donker, het is altijd op hetzelfde moment tijd om de poten te strekken.

Het lichaam draait op circadiane ritmen, begint fris, wordt lomer, daalt 'snachts iets in temperatuur, met een teruglopende bloeddruk en hartfrequentie, produceert op de dag andere hormonen dan 's nachts, en lijkt bij die dagelijkse routine nooit te hoeven vragen hoe laat het is. Dat regelt onze biologische klok, daarbij het ritme volgend van de licht-donker cyclus van de zon. Daarvoor is die klok uitstekend gesitueerd: deze kern van hersencellen, de suprachiasmatische kern, ligt vlak boven het punt in de hersenen waar de beide oogzenuwen elkaar kruisen. Zo luistert onze klok via die zenuwen indirect naar het ritme 'buiten' en stelt eventuele afwijkingen bij.

Tot de klok, bijvoorbeeld door ouderdom, achteraan komt sjokken. Misschien krijgt ze onvoldoende signalen van de oogzenuwen doordat het netvlies verslechtert, misschien gaat de klok zelf achteruit. Ten slotte hapert het ritme, worden ouderen suffig op de dag, 's nachts wakkerder, en stokt de productie van hormonen enigszins. Dat kan depressiviteit bij sommige ouderen veroorzaken. Daarom is geprobeerd om het ritme te herstellen door middel van lichttherapie: het toedienen van extra licht op de dag, waardoor de vertraagde klok even een sprintje trekt. Neem een hond, adviseren pleitbezorgers van deze aanpak aan ouderen: zo kom je buiten, en tegen zonlicht kan geen extra kunstlicht op.

De verminderde precisie van de biologische klok op latere leeftijd is bij mensen nog nauwelijks onderzocht. Het is een wetenschap van vermoedens, gebaseerd op proefdierstudies. Zo ook het onderzoek van Wil Witting, al keek deze promovendus ook naar het innerlijk uurwerk van de mens.

Om te beginnen ontwikkelde hij met collega's een paar apparaatjes waarmee dagenlang ritmen in temperatuur en rust versus activiteit konden worden gemeten zonder dat mensen voortdurend het gevoel hadden aan de elektronica te hangen. Precisie kostte tot voor kort te veel gewicht aan slangen recorders aan het lijf van proefpersonen, en dat werkt te belastend.

Kluts

Uit de metingen blijkt dat het ritme in rust versus activiteit bij oude, gezonde mensen opvallend weinig verschilt van dat van jonge mensen, op een beetje meer activiteit in de nacht en af en toe een middagdut na. Anders is het bij Alzheimer-patiënten, bij wie het ritme duidelijk is afgevlakt of soms zelfs verdwenen. Bovendien zwiept dat ritme bij sommige patiënten door de dagen heen sterk op en neer.

Met geavanceerde meet- en rekenmethoden beproefde Witting vervolgens het effect van licht op de circadiane ritmen bij ratten. Bij oude ratten blijken de pieken in het slaap-waakritme beduidend afgevlakt, de amplitude is lager. Maar over 24 uur gemeten slapen en waken ze net zo vaak als jonge ratjes. Dus: bij het ouder worden heb je niet zozeer problemen met slapen en waken, maar de biologische klok lijkt van slag af en maakt je herhaaldelijk duf onder waaktijd.

Hierbij vond Witting iets vreemds. Oude ratten worden bij gedempt licht halverwege hun actieve fase slaperig, net als wij enige tijd na het middageten. Maar als het licht flink werd opgedraaid, verdween de sufheid en sliepen ze langer tijdens de normale rustperiode. Gek, zou je zeggen, want ratten zijn nachtdieren: laat in plaats van een grote lamp op de dag een klein pitje branden en de rat vertoont misschien zijn snuit. Maar bij Witting bleven ze juist actief in het volle licht.

Zo bezien zou je verwachten dat je oudere mensen op de dag kunt activeren door de gordijnen een beetje dicht te trekken, maar we weten beter. Het lijkt alsof de biologische klok hier met twee maten meet. Andere ritmen, zoals de op- en neergaande lichaamstemperatuur, vlakten wel af als de lichtintensiteit omhoog ging. Dat verwacht je immers onder omstandigheden waar nachtdieren niet van houden. Maar waarom worden ze dan bij veel licht actief in plaats van suf?

Het zou best kunnen dat hier meer klokken tegen elkaar in tikken, opperen sommige onderzoekers. En dat sommige klokken bij dag- en nachtdieren hetzelfde reageren. Aangezien oude ratten, die in hun slapen en waken de kluts kwijt zijn, baat hebben bij licht om de orde te herstellen, zouden goede lichtcondities misschien ook een heilzame invloed kunnen hebben op slaapstoornissen bij oudere mensen. En wellicht meer invloed dan de vele medicijnen die maar half werken. Witting stelt voor om een en ander eerst eens heel precies bij dagdieren te onderzoeken.

mailIcon print |