*

 
dossier

Archief

Betrouwbare informatie opgeofferd aan het pakkende beeld

OTTO SCHOLTEN − 20/02/98, 00:00

'Mediahype rond Ouwerkerk deed werkelijkheid geweld aan', stond boven de forse kritiek op de berichtgeving rond het aftreden van de Groningse burgemeester (Podium, 18 februari). Vooral het medium televisie speelde een kwalijke rol in de ogen van Luuk Hajema en Erika Hoekstra, persoonlijk adviseur en woordvoerster van Ouwerkerk. De TV zette de toon, herhaalde eindeloos enkele dramatische beelden en schiep een verkeerd beeld van de werkelijkheid zonder nuances.

In hun kritiek op de media staan ze bepaald niet alleen. De rol van de media in de affaires van de laatste weken ligt voortdurend, ook in andere kranten dan Trouw, onder vuur. Ruim voor Ouwerkerk terugtrad, hekelde Jacques Monasch, oud-hoofd voorlichting van de PvdA, de 'zwaailichtjournalistiek' die in 'Groningen' hoogtij vierde: “Worden we niet geregeerd door eenzijdige TV-beelden van volkstribunalen die een burgemeester toeroepen vooral te chill-outen? Is de veramerikanisering van politiek-bestuurlijke problemen door opgeklopte hetzes, de jacht op kopstukken, het bespelen van de media via lekken en opportunistische politici in Nederland nabij?” (NRC Handelsblad, 27 januari). En Docters van Leeuwen, hoofdrolspeler in die andere affaire, verklaarde in de NRC van 14 februari: “Men heeft zich willig laten mobiliseren en kritiekloos het beeld gelanceerd van een opstand, een college dat rebelleerde tegen de verantwoordelijke bewindspersoon. (...) Vervolgens heeft de pers zich lopen opfokken. Ik begrijp dat wel, want een rel is een rel. Ik ben het ook niet eens met Dittrich die het journalisten verwijt dat men daar te hoop liep. Als je als media te horen krijgt dat er een muiterij gaande is, zou je wel gestoord zijn als je dan zegt: ik blijf thuis.” Docters reageerde op Boris Dittrichs oproep tot bezinning op het verschijnsel van de mediahype in Trouw van 3 februari: 'Wie bewaakt de waakhond van de democratie'.

Het gemeenschappelijke element in alle kritiek richt zich op de dominantie van het beeld: letterlijk in die zin dat vooral het medium televisie het moet ontgelden; figuurlijk in die zin dat beeldvorming overheersend is geworden: niet wat gebeurd is, maar wat gebeurd schijnt te zijn is van belang. Is een beeld - hoe eenzijdig en vals ook - eenmaal gevestigd, dan is correctie immers niet meer mogelijk en gaat het beeld de werkelijkheid bepalen. Deels terechte, deels te makkelijke kritiek.

Chequeboek

Over het betalen voor een interview, chequeboek-journalistiek, kunnen we kort zijn: het kan niet door de beugel. Verder maken Hajema en Hoekstra aannemelijk dat (delen van) de TV-verslaggeving gekenmerkt werden door een zekere eenzijdigheid: veel aandacht voor de emotionele en dramatische beelden van twee woedende en scheldende vrouwen, nauwelijks aandacht voor het kritische maar rustige betoog van de woordvoerster van de buurtvereniging. Geen verslag van een dergelijke gebeurtenis kan aanspraak maken op 'objectiviteit', zelfs de integraal uitgezonden registratie niet. Alleen al de aanwezigheid van TV-camera's beïnvloedt op zo'n moment de gebeurtenis. Maar evenwichtigheid, alle partijen aan bod laten komen, hoor en wederhoor toepassen, mogen wel degelijk verlangd worden. Voorzover sommige TV-programma's in de hype rond Groningen daarin tekortgeschoten zijn, doen ze er goed aan de hand in eigen boezem te steken. Maar niet alleen voor afzonderlijke redacties, ook voor de 'televisiejournalistiek' als geheel is er reden genoeg voor bezinning en discussie.

De TV-journalistiek is de laatste jaren ontegenzeggelijk van karakter veranderd. Belangrijkste drijvende kracht achter die verandering vormen de technologische ontwikkelingen. Die hebben het mogelijk gemaakt met eenvoudige middelen tegen lage kosten beelden snel en direct in de huiskamer te brengen, als het moet zonder enige redactionele tussenkomst. Verder maakten die technische ontwikkelingen de weg vrij voor tal van commerciële, regionale en lokale TV-stations, met als gevolg een soms heftige concurrentiestrijd om de gunst van kijker. Alles bij elkaar genomen leidt dat tot een bij tijd en wijle extreme tijdsdruk voor TV-journalisten: het kan rechtstreeks, dan moet het ook maar rechtstreeks, ook al zou een samenvatting achteraf een minder vertekend beeld van bijvoorbeeld zo'n hoorzitting in de Oosterparkbuurt geven. Journalistieke kwaliteit en snelheid van berichtgeving kunnen zo makkelijk elkaars vijanden worden.

Daar komt bij dat emotie veel belangrijker is geworden. Niet alleen in talkshows en infotainment, ook in nieuwsprogramma's doet de factor 'emotie' zich steeds nadrukkelijker gelden. De uitspraak in de zaak- Meindert Tjoelker leidde tot felle en emotionele reacties onder het publiek in de rechtszaal, feilloos opgepikt door de camera en bij herhaling uitgezonden in Het Journaal. En in Alkmaar richtte het aanwezige publiek na een hen onwelgevallige uitspraak van de rechtbank flinke vernielingen aan, uiteraard te zien op TV. De journalistiek zoekt de emotie ook meer op dan vroeger, ze heeft - gelukkig - niet langer alleen belangstelling voor nota's en maatregelen van 'Den Haag', ze wil ook laten zien wat de gevolgen van al dat beleid voor burgers zijn. En hoe verdedigbaar ook, elke maatregel heeft voor bepaalde personen wel nadelige en soms ingrijpende consequenties. De abstracte analyse van de politicus legt het op TV snel af tegen de concrete emotie van het getroffen individu. Voor veel politici en bestuurders is het een bijna onmogelijke opgave daar goed op te reageren.

De kritiek op met name de rol van televisie in de affaires van de laatste tijd, is deels ook te makkelijk. Ze gaat eraan voorbij dat we zowel in Groningen als in de ruzie tussen Sorgdrager en Docters, te maken hebben met politiek-bestuurlijke conflicten. Dat zijn bij uitstek situaties waarin journalistieke normen als 'evenwichtigheid' en 'hoor en wederhoor' niet toereikend zijn.

Brokstukken

Bij dat type conflicten woedt achter de schermen doorgaans een verbeten strijd om macht en invloed, waarin de partijen om het hardst en op strategisch gekozen tijdstippen cruciale brokstukken informatie doorspelen aan (bepaalde) media, in de hoop daarmee hun positie te verstevigen. Wie precies wat lekt blijft doorgaans duister, alle inspanningen van de Rijksrecherche ten spijt. Maar dat het gebeurt is duidelijk, in de ruzie tussen Sorgdrager en Docters van Leeuwen nog veel sterker dan in de Groningse affaire. Politici en bestuurders beseffen dat in dergelijke situaties niet de werkelijkheid maar de beeldvorming doorslaggevend kan zijn. Wie er het eerst in slaagt een pakkend beeld - 'de muiterij van de PG's - ingang te doen vinden, staat ogenblikkelijk op een vaak beslissende voorsprong. Politici en bestuurders die al lekkend en selectief informatie prijsgevend aan media hun positie trachten te verstevigen, zijn de laatst aangewezenen om zich over die media te beklagen: wie wind zaait oogst storm. Het werkelijke slachtoffer is van gans andere orde dan de gevallen gezagsdrager, hoe triest de afloop voor de betrokkene ook kan zijn. Het werkelijke slachtoffer draagt de naam 'betrouwbare informatie', de ruggegraat van een gezonde democratie.

mailIcon print |