Regie: Alejandro Agresti. Met Vera Fogwill, Fernan Miras, Mirta Busnell. Te zien in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht.
Waarschijnlijker is dat de titel verwijst naar de nauwe band tussen heden en verleden in de Argentijnse hoofdstad. Hoewel de betrokkenen hun best doen om de littekens van de militaire dictatuur (1976-1982) te verbergen, is er maar weinig voor nodig om ze bloot te leggen. Een van de meest fascinerende dingen van 'Buenos Aires vice versa' is dat de film heen en weer reist in de tijd, zonder ook maar ergens expliciet te worden over het verleden. De film is opgedragen aan de kinderen van de naar schatting 30 000 vermoorde en verdwenen Argentijnen, veelal jonge ouders. Kinderen die 'nu pas oud genoeg zijn om vragen te stellen', maar dat in deze film achterwege laten. Wat we zien is veel onbestemder, en daardoor aangrijpender: hun onvermogen en ongemak.
Een derde mogelijkheid is dat de titel verwijst naar de structuur en de stijl van de film. Met aanstekelijk gemak en ogenschijnlijke nonchalance springt de camera van het ene personage naar het andere. Binnen bepaalde scènes zoekt de schokkerige camera naar een focus en maakt de montage gebruik van zogeheten jump cuts. De overgangen tussen verschillende scènes zijn bruusk, zelden worden scènes uitgespeeld. Pas in de loop van de film worden scènes langer en ontstaat er meer rust. De beweeglijke, documentaire stijl zorgt voor een ongekend gevoel van vitaliteit en authenticiteit.
Opbouw is de troef van de film. Wat begint als een caleidoscoop van een aantal willekeurige levens, ontwikkelt zich geleidelijk tot een verzameling personages met reliëf en eindigt met een onontkoombaar verband der dingen. De jongen die peeskamertjes verhuurt, het meisje dat in opdracht van een ouder echtpaar met een videocamera zoekt naar de schoonheid van de stad, de vrouw die dineert met een tv omdat haar ex-man het nieuws presenteert, ze worden met elkaar verbonden door de last van het verleden. Met deze samenhang die zich pas geleidelijk openbaart, is de overgang van vrijblijvendheid naar beklemming perfect gedoseerd. De onderhuidse dreiging maakt zich sluipend meester van de argeloze kijker.
Mannelijke onmacht, in de vorm van onhandig verlangen en verkrampt machismo, speelt een belangrijke rol in de film. Zelf speelt Agresti een blinde man: kijken en gezien worden is eveneens een rode draad. Jezelf onzichtbaar maken is het credo van de gekke tv-vrouw. Het is verleidelijk om de maker te zien in alle personages, bijvoorbeeld in de man die zijn 'herinneringen zou willen verpulveren als een droog takje'. Maar waarschijnlijk is Agresti's blik die van het meisje met de videocamera, een blik vol melancholieke betrokkenheid bij deze ciudad de puta, deze door het verleden getekende klotestad waar je toch zoveel van kunt houden. Het slotbeeld is immers hoopvol: de tv-vrouw kiest voor haar hunkerende monteur in plaats van de foute nieuwslezer. Liefde verslaat de leugen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.