'Mijn God' is het thema van de Boekenweek. Hoe staat de jongere generatie schrijvers daar tegenover? In de serie 'Geloofsbrieven' komt een aantal auteurs aan het woord over God, godsdienst en geloven. Vandaag: dichter Ruben van Gogh (30). Met dichterscollectief Triade publiceerde hij 'Het omgekeerde Eelderdiep' (1992). In 1996 verscheen 'De man van taal'.
Is schrijven een 'religieuze' bezigheid?
“Als het zo vrij mag worden opgevat dat je in een trance raakt, dat alles om je heen verdwijnt, dat het hele bestaan opgaat in de ultieme tegenwoordige tijd, dat alleen de ruimte tussen oog en papier bestaat en de wereld daarop, en je koorts krijgt, zou ik zeggen: ja. Als het gaat om vaststaande rituelen en regels, zou ik zeggen: nee.”
Klinken er in uw taal religieuze echo's?
“In mijn gedichten creëer ik een eigen wereld, dus ben ik zelf god over mijn eigen wereld van taal. De laatste tijd breidt die wereld zich meer en meer uit, de ruimte wordt steeds groter. Eerst had ik het over het water, nu over het heelal. Gedichten als 'Spacewagon' en 'Missie' zijn in feite pure hardcore science fiction-gedichten. Daarmee bedoel ik niet de SF uit de boekjes, maar uit mijn eigen universum. Ik denk ook wel eens: waar gaat dat heen? Onbewust ben ik steeds op zoek. In mijn hoofd zit een constante stroom, beïnvloed door wat ik op tv zie, door computerbeelden van oneindige tunnels. Het is wegzweven in iets heel groots, maar ik kan het toch omkaderen. Ik maak in dat eindeloze heelal een ruimteschip waar je gewoon de gordijnen kunt dichtdoen. Een ruimteschip met mensen die verliefd zijn of ruzie hebben.”
Heeft het leven betekenis
“Moeilijke vraag. Ik kan alleen maar proberen oprecht te leven, oprecht te zijn in waar ik mee bezig ben. Ik heb bewust gekozen voor het schrijverschap, ben er voor gestopt met studeren. In die zin heb ik duidelijk sturing aan mijn leven gegeven. Zoals ik als zei: in mijn gedichten ben ik aan het zoeken. De betekenis ontstaat als je tijdens het schrijven in vervoering raakt. Dan ben je zó met je gedachten in het nu, dat het eeuwigheid wordt. Eeuwigheid in het tijdelijke.”
Is er een leven na de dood?
“Nee, maar als de mensen na mijn dood mijn gedichten nog lezen, ben ik er toch nog een beetje. Dat is hetzelfde als je oma háár oma nog gekend heeft. Die betovergrootmoeder sterft pas ècht op het moment dat jouw oma ook doodgaat. Maar al zou er leven na de dood zijn, praktisch gezien heb je er niets aan, want je weet het niet.”
“Ik heb geen echte kinderen maar wèl taalkindjes. Die verspreid ik, niet alleen via mijn bundels, maar ook via vrienden die sommige kreten opgepikt hebben en regelmatig gebruiken. Het zinnetje 'de procedure is in werking gesteld' hoor ik te pas en te onpas terug. Zo kom ik via de taal langzaam overal in te zitten... ik geloof dat ik nu bijna boeddhistisch aan het redeneren ben. God in mijn eigen gedichten en ook nog een boeddhist! Als dat maar geen boze brieven oplevert.”
Heeft God een toekomst?
“Mensen gaan zelf steeds meer hun god zoeken en samenstellen. Jammer alleen dat dezelfde stokpaardjes altijd weer terugkeren. Ik ben ook op zoek, maar eigenlijk weet ik niet eens waarnaar. Misschien naar een soort ultiem thuiskomen. Het lijkt wel dat hoe rijker of hoe beter gesitueerd de samenleving waarin je je bevindt, hoe individueler het godsbeeld wordt. Het blijft toch mensenwerk, die god.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.