*

 
dossier

Archief

'Stelen van patiëntes vind ik nu wel vreemd'

Door: redactie − 06/02/97, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters DEN HAAG - De gestolen parelketting ter waarde van 11 000 gulden bewaarde hij 'als aandenken' aan een vrouw die hij verzorgde, en het schilderij van Michiel de Ruyter kreeg hij van een demente dame die “heel goed nog kon praten”. Pas na zijn arrestatie snapte de Haagse verpleger André du M. dat het aannemen van geschenken niet past bij zijn beroep.

Toch, zo gaf hij gisteren na lang aandringen van de rechter toe, voelde hij ook eerder wel dat het 'vreemd' was dat hij zoveel huisraad van zijn patiënten mee naar huis nam. Bijvoorbeeld toen een achternichtje van een inmiddels overleden cliënte bij de directie van de serviceflat 'Waalsdorp' meldde dat er alleen al aan sieraden voor 100 000 gulden was verdwenen. “Ja, daar confronteerde dat nichtje mij toen ook mee, ik durfde niks te zeggen”, vertelt André nu.

Zijn zwager John H. bekende gisteren voor de Haagse rechtbank wel degelijk veel uit de woning van prinses Simone von Lippe Biesterveld, schoonzus van prins Bernhard, te hebben gestolen. Onder zijn buit bevond zich een doos met kerstkaarten, foto's van het koninklijk huis en briefjes met tafelschikkingen. “Die hadden voor mij een authentieke waarde”, verklaarde John. En natuurlijk was hij niet van plan die foto's te laten veilen, zoals hij volgens zwager André wel met het schilderijtje van Michiel de Ruyter had gedaan.

Van Von Lippe Biesterveld stal hij ook een ivoren houtsnijwerkje, een paar kommetjes, een cassette en een vaas. Waarom? Omdat John snel rijk wilde worden, verklaarde eergisteren zijn (ex-)vrouw Leonne. John zelf beperkte zich gisteren tot de opmerking, dat zijn geroof “natuurlijk niet goed te praten is.” André daarentegen noemde vooral “de onvoorstelbare rijkdom” binnen Waalsdorp als verklaring. “Het is de verleiding waar je als gewone werknemer in komt. Je ziet zoveel leuke dingetjes.”

Behalve diefstal en heling, staat André ook terecht voor zeven moorden. In een rapport van de reclassering wordt hij beschreven als een “in hoge mate betrokken vakman”, een man ook die zijn leven geheel in dienst van zijn gezin en zijn cliënten stelde.

Dit beeld poogde hij ook gisteren overeind te houden, toen hem opnieuw werd gevraagd naar zijn gevoel voor de ernstig zieke ouderen die hij morfine-injecties gaf. Stellig bestreed hij ook de getuigenis van een verpleegster, die vertelde dat hij haar opdracht had gegeven een patiënt een morfine-spuit te geven. “Ik vond het toen niet raar dat hij dat vroeg.” Zij verklaarde dat zij “op grond van ervaring” inschatte, dat de vrouw als gevolg van de morfine overleed.

Toch bleek uit een rapport van het gerechterlijk laboratorium, dat het voor justitie niet makkelijk te bewijzen valt, of de ouderen inderdaad als gevolg van de door André gegeven medicijnen overleden. Om dit rapport nog beter te kunnen beoordelen en nog twee extra getuigen te kunnen horen, besloot de rechtbank de zaak aan te houden tot 17 en 18 februari.

Een gedwongen uitstel, verzuchtte rechter Verheij, die woedend was over de handelwijze van zowel justitie als de verdediging. “Beide mannen zitten nu al negen maanden vast. Het is toch de wereld op z'n kop, dat de rechtbank de kar moet trekken.”

Ook voor Waalsdorp-personeel, bewoners en nabestaanden is het frustrerend dat de zaak nu voor de derde keer wordt aangehouden. In het Haagse paleis van justitie waren nog nooit zoveel oude toeschouwers, zelfs grijze dames die niets met Waalsdorp te maken hebben, woonden drie dagen lang de zitting bij. “Ik volg het uit interesse, uit maatschappelijke belangstelling”, zegt één van hen, “het heeft toch ook te maken met verpleging en euthanasie.”

Vier andere dames, 'bekenden' van André, betreuren het dat zij alleen zijn rug zien. Wel genoeg om te constateren dat hij “zo afgevallen is”, maar niet om zijn lichaamstaal te kunnen zien. “Dat zegt toch altijd het meest hè. Eigenlijk weet ik nog steeds niet wie of wat ik moet geloven.”

mailIcon print |