*

 
dossier

Archief

'Het moet maar eens afgelopen zijn met de vooroordelen'

JEANNETTE VAN DITZHUIJZEN − 05/01/96, 00:00

Weg met het Nordholt-stereotype van jong, zwart en crimineel. Tien werkloze Antilliaanse jongeren hebben er genoeg van. Met een door henzelf gemaakte documentaire over 'gewone Antillianen' willen zij een einde maken aan het negatieve aura dat rond de Antilliaanse jeugd in Nederland hangt.

Vier maanden lang kregen de tien filmers-in-de-dop drie tot vier dagen per week les in scenarioschrijven, camerawerk, geluid, montage, regie en de commerciële aspecten van het maken van een film. Daarna begon het echte werk: filmen aan de hand van een zelfgeschreven scenario. “Dat draaiboek hadden we in een recordtijd van twee dagen klaar. ”, vertelt Raymond Llewellyn, met zijn dertig jaar de oudste van de groep.

Voor de film interviewde het tiental elkaar en acteurs 'van buiten', ze speelden zelf mee, bedienden de camera, spoten regen tegen de ramen en leerden in de praktijk alle kanten van het vak. Onder leiding van professionele Antilliaanse filmmakers zoals Felix de Rooy, John Leerdam en Raphael Lambourghini ontstond op die manier een prachtige documentaire met de veelzeggende titel Accept the fact, don't judge a book by its cover. Een film over gewone Antillianen die in God geloven, vrijen, eenzaam zijn, een bedrijfje beginnen, danseres willen worden, met hun kind tuttelen of - helaas - met een pistool rondlopen.

Raymond, die van vaders kant Britse grootouders heeft: “Antilliaan-zijn betekent bewoner van deze wereld zijn”. Het maken van de film betekende heel veel voor hem: “Als je zoiets kunt bereiken in een gemeenschap waarin je eigenlijk niet zo veel kansen krijgt, prachtig toch? Je hebt het gevoel dat je het tóch kan. Je wordt er sterker door, en dat is voor ons heel hard nodig. Zeker als je met de sociale dienst te maken hebt. Ze zitten je op je huid, alsof je gemeenschappelijk bezit bent. Die mensen hebben een compleet verkeerd beeld van ons. Aan de andere kant hebben ze ook gelijk. Er zit hier een grote groep die niets doet om uit hun situatie te komen. Ook voor hen hebben we de film gemaakt. Om te laten zien dat wij Antillianen wél positieve dingen kunnen bereiken.”

“Voor mij is de enige manier om onder de sociale dienst uit te komen een baan hebben. Een baan zoeken is niet voldoende”, zegt hij door ervaring inmiddels wijs geworden. Op zijn geboorte-eiland Curaçao werkte Raymond na een onafgemaakte MTS-opleiding een jaar als petrochemisch laborant bij de raffinaderij. Daarna had hij verschillende losse baantjes. Bijna twee jaar geleden vertrok hij naar Nederland. Hij is nog steeds werkloos, maar teruggaan? “Zo snel geef ik het niet op”, zegt hij fel. “Ik blijf het proberen. Ik ben nu bezig het cameravak te leren.”

Voor hem een 'unieke mogelijkheid', want hij was altijd al nieuwsgierig naar het fenomeen film, maar had nooit de kans gekregen zich erin te verdiepen.

Het maken van de film is onderdeel van een groter project, dat de deelname van Antilliaanse jongeren aan scholing en arbeid moet vergroten. De verantwoordelijkheid ligt bij Forsa, het Amsterdamse steunpunt voor Antillianen en Arubanen. Het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid gaf de subsidie. “Deze film is voor mij de eerste stap geworden op weg naar iets totaal nieuws.”

Over werk in de filmbranche is hij optimistisch. “Ik weet zeker dat ik iets vind. Maar mocht het niet lukken, dan kan ik ook terug naar Curaçao. Daar hebben ze altijd goede mensen nodig bij de televisie.” Heimwee naar Curaçao heeft hij soms . “Tegen kerstmis mis je het huiselijke. Hier is alles zo koud en kil. Op Curaçao hoef je maar uit je raam te kijken of je hebtcontact met je buren. En in februari verlang ik natuurlijk naar de carnavalsfeesten, de muziek en de grote optochten. Hoewel ik er niet zoveel naar toe ga, als ik eenmaal daar ben.”

In de film speelt Raymond een vader die met zijn kind bezig is. Een situatie die je niet meteen met de Antillen associeert. Daar ben je pas een echte vent, als je minstens één, maar als het even kan vele kinderen hebt verwekt bij verschillende vrouwen. De moeders zorgen voor de opvoeding van het grut, maar zijn voor de financiën vaak afhankelijk van een 'volgende vader'. “Die vaderscène is een soort oproep aan de heren om dat Latijnsamerikaanse machismo te laten vallen. Het is niets waard, je bereikt er niks mee. Je zet kinderen op de wereld die je niet opvoedt en het kind groeit zonder liefde op. Zelfs al stuur je je kind geld, het mist toch de vaderfiguur. Dat vind ik heel erg. En het levert een negatieve kettingreactie op. Een alleenstaande moeder met drie, vier kinderen moet met weinig inkomen zien te overleven en kan zo in de criminaliteit terecht komen”.

Er zitten meer prikken naar de Antilliaanse gemeenschap in de documentaire. Want de film is niet alleen voor Nederlanders bestemd. De makers hopen dat hun produkt op de Curaçaose televisie wordt vertoond. Dan kunnen ze daar, waar homoseksualiteit nog steeds wordt ontkend, gechoqueerd raken door de scène met homo's in de sauna. Of in de spiegel kijken, wanneer een jonge vrouw praat over het belang dat men hecht aan uiterlijkheden. “Soms kan iemand er prachtig uitzien, maar moet je niet bij hem thuiskomen. Daar stort alles van ellende in elkaar. In Amsterdam wonen veel Antillianen in stille armoede. Ook geestelijk. Die zitten thuis, hebben zo vaak hun neus gestoten, dat ze het niet eens meer proberen. Niet iedereen heeft mijn doorzettingsvermogen. Dan kan het gebeuren dat zo iemand op een andere manier aan geld probeert te komen. De illegale manier. Want er zijn natuurlijk wél Antilliaanse criminelen in Nederland. Dat wil ik niet ontkennen. Maar we zijn niet allemaal crimineel. Als ik een warenhuis binnenloop met deze donkere bril op en mijn muts, heb ik direct drie man om me heen die vragen of ik geholpen wil worden. Ik ben nu eenmaal een jonge Antilliaan. Maar ik ben ook Nederlander. Het moet maar eens afgelopen zijn met de vooroordelen tegen ons. Daarom hebben we deze film gemaakt. Kijk eens, we kunnen ook iets anders dan schieten en beroven. Don't judge a book by its cover.”

mailIcon print |