*

 
dossier

Archief

TEMPOBEURS Blokken om te mogen stoppen

COEN VAN BASTEN − 16/02/94, 00:00

Een student besluit halverwege het jaar de brui te geven aan zijn studie. Niettemin blijft hij blokken voor tentamens. Vastbesloten ze te halen. De tegenstelling is een schrijnend gevolg van de tempobeurs. “Het is studiepunten scoren of dokken.”

Met de komst van de tempobeurs moeten studenten een kwart van hun tentamens halen. Anders wordt hun beurs, met terugwerkende kracht, omgezet in een rentedragende lening. Zo kan het gebeuren dat een student die stopt met zijn studie, toch nog even in de boeken duikt. Uit financieel oogpunt wil hij zijn 'afzwaaitentamens' halen.

Kishore Mangre is zo iemand. Na de HTS begon hij in september met de studierichting techniek en maatschappij aan de Technische Universiteit in Eindhoven. “Ik startte vol goede moed”, vertelt hij. “In het eerste trimester wordt geselecteerd. Je moet minimaal vier van de acht vakken halen, om niet afgewezen te worden. Aanvankelijk ging alles prima. Ik scoorde lekker. Maar de laatste tentamenperiode heeft mij genekt. Uiteindelijk haalde ik maar drie tentamens.”

Samen met nog 23 studenten kreeg Kishore in december te horen dat hij beter kon vertrekken. Het speciaal voor HTS'ers bestemde tweejarig doorstroomprogramma op de universiteit was niet voor hem weggelegd. Maar sinds de tempobeurs dit studiejaar is ingevoerd, wordt de toekenning van de beurs gekoppeld aan de voortgang van de studie. Dit cursusjaar moeten studenten 10 van de 42 studiepunten halen - een kwart van de jaarlast - willen zij tenminste hun beurs niet met terugwerkende kracht omgezet zien in een rentedragende lening. Voor het volgende schooljaar stelt minister Ritzen een norm van vijftig procent.

Er gelden twee uitzonderingen op de 'temporegel'. Studenten die in hun eerste jaar van inschrijving in het hoger onderwijs zitten en voor 1 februari stoppen mogen de ontvangen beurs behouden. Ook al hebben ze geen 10 punten gehaald. En voor studenten die afstuderen geldt de tempobeursnorm niet.

Helaas voor Kishore behoort hij niet tot deze uitzonderingen. Hij heeft al vier jaar op de HTS gestudeerd. Als hij de universiteit nu verlaat, gaat het hem geld kosten. “Ik heb me nooit zo verdiept in de tempobeurs”, zegt hij somber, “maar nu kom ik tot de afgrijselijke ontdekking dat ik zo'n drieduizend gulden aan ontvangen beurs moet terugbetalen als ik nu meteen stop. Een duur grapje.” Indien de norm niet gehaald wordt, kan dat de student op kamers jaarlijks minstens bijna zevenduizend gulden kosten (twaalf maal de basisbeurs a f 563,-).

Kishore ging erover praten met een studieadviseur. “Ik ben door de universiteit weliswaar afgewezen voor het verkorte doorstroomprogramma, maar ik kan wel doorgaan met het normale programma”, concludeert hij. “Als ik nog een paar tentamens haal, heb ik m'n 10 studiepunten bij elkaar en hoef ik niets aan Groningen terug te betalen.”

Ongemotiveerd 'afzwaaitentamens' doen om 'faillissement' te voorkomen? “Daar komt het op neer”, beaamt Kishore. “Studiepunten scoren of dokken. Het is wel zonde van mijn tijd, maar anders is het zonde van mijn geld. Ik kies dus voor het eerste.”

Bij Tiny Verbruggen, studieadviseur op de universiteit in Eindhoven, komen wekelijks veel studenten met vragen over de tempobeurs. Topdrukte was het na afloop van het eerste trimester. “Vooral eerstejaars die het eerste trimester slechte resultaten behaald hadden, dachten erover te stoppen voor 1 februari, omdat dat financieel geen consequenties heeft. Maar als zij stopten, ontvingen ze uiteraard meteen geen studiefinanciering meer. Ze moesten een baantje gaan zoeken. En sommige pechvogels ontkwamen niet aan de dienstplicht. Geen makkelijke keuze die je dan moet maken.”

“Landelijk kiest tien procent van de eerstejaars niet direct de juiste studie”, schat Verbruggen. “Het uitvalpercentage voor studenten die beginnen met een studie, ligt op dertig procent. Tenminste voor drie van de tien pakt de studie anders uit dan verwacht. Ze stoppen of maken de overstap naar een andere studie. Door de komst van de tempobeurs kunnen studenten nu gestraft worden voor een verkeerde studiekeuze.”

Een kwart van de tentamens halen in een jaar moet makkelijk lukken, meent de studieadviseur. Maar naarmate die norm omhoog gaat, wordt de strategie belangrijker. “Studenten willen zo snel mogelijk hun quotum bereiken. Het gaat niet meer om de inspanning maar om de zekerheid punten te scoren. Dergelijk strategisch studeergedrag is niet goed voor een gezonde studievoortgang. Bovendien bestaat het gevaar dat ze zwaardere vakken even laten zitten om op safe te spelen. Vervolgens worden ze later in hun studie extra belast door die vakken die ze voor zich uitgeschoven hebben.”

Verbruggen pleit voor de mogelijkheid tot compensatie. “Stel, je hebt de gestelde norm ruimschoots gehaald. Dan zou je die extra studiepunten moeten mogen meenemen naar het volgende cursusjaar. Sommige studenten presteren de eerste drie jaar prima, maar gaan in hun vierde jaar de mist in. Dan worden ze met de temponorm dus direct gestraft. Terwijl ze het over het geheel genomen goed doen.”

Mensen die geen enkele studieprestatie boeken, leverden de start van de discussie rond de tempobeurs. Het ging om de no-show-studenten, ook wel spookstudenten genoemd. Zij staan wel ingeschreven en ontvangen studiefinanciering, maar zijn nooit aanwezig op de onderwijsinstelling.

Verbruggen: “Nu moeten ze studeren. Of anders hun beurs terugbetalen. En terecht. Het is onzin dat deze groep, die overigens heel klein is, studiefinanciering ontvangt terwijl ze weet-ik-veel-wat aan het doen is.”

Spookstudenten zijn er niet zoveel, groot is echter de groep die bestuurswerk verricht, naar het buitenland gaat of andere activiteiten onderneemt waar geen studiepunten tegenover staan. Volgens de studentenbonden durven studenten, uit angst voor de tempobeurs, dat niet meer. “Een slechte zaak”, meent Kirsten Kuipers (21), derdejaars student geschiedenis in Utrecht. “Voor eigen initiatieven en zelfontplooiing is geen plaats meer. Mensen worden opgejaagd om hun briefje te halen. Dat komt de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede.”

Kirsten kan meepraten over activiteiten naast de studie. Ze is met hart en ziel betrokken bij de milieuvriendelijkste politieke partij van Nederland, De Groenen. Vorig jaar mei werd ze partijvoorzitter, de jongste van het land. Sindsdien staat haar studie op een laag pitje. “Ik ben zo'n veertig uur per week met De Groenen bezig. De studie lukt niet zo erg. Telkens neem ik me voor om dagschema's te maken en efficienter te werken. Maar dat valt niet mee. Je kunt niet altijd alles plannen.”

Laatst bezocht Kirsten een docent voor wie zij nog een referaat moet houden. “Hij vond dat ik mijn tijd beter moest organiseren. Niet alles op het laatste nippertje laten aankomen. Ik besloot de ochtenden aan mijn studie te wijden en de middagen aan de politiek. Maar als je met persconferenties en partijprogramma's bezig bent, is het moeilijk om ineens over te schakelen naar het Nederlands imperialisme in Indonesie in de vorige eeuw.”

Als partijvoorzitter vertegenwoordigt Kirsten De Groenen op bijeenkomsten en fungeert ze als aanspreekpunt van de partij. (Wie het landelijk telefoonnummer van de partij draait, wordt verbonden met het antwoordapparaat op het studentenkamertje van Kirsten.) De Groenen voeren campagne voor de komende verkiezingen in mei. Hopend op een paar zetels in de Kamer. “Druk, druk, druk”, verzucht Kirsten.

Ze praat bevlogen en enthousiast over haar partij waarin het milieu uiteraard centraal staat. Maar ook over onderwijs hebben De Groenen zo hun eigen opvattingen. “Momenteel wordt het onderwijs ingesnoerd door regelgeving. Je moet zo snel mogelijk de eindstreep halen. Alles wordt in een paar jaar gepropt. Triest. Wij vinden dat iedereen, ongeacht de leeftijd, een aantal jaren recht heeft op gesubsidieerd hoger onderwijs. Zes jaar bijvoorbeeld. Onderwijs is voor iedereen. Dus ook voor mensen boven de 27 jaar.”

“Verder wordt er op dit moment in het onderwijs te veel gekeken naar het economisch nut”, gaat Kirsten verder. “Zo van 'er moeten zoveel ingenieurs afgeleverd worden'. Maar het gaat niet alleen om perspectieven op de arbeidsmarkt, ook om zelfontplooiing. We hebben niet alleen maar specialisten nodig die zich op een bepaald gebiedje ingraven en verder niet weten wat er aan de hand is. We hebben ook generalisten nodig.”

Met al die politieke bedrijvigheid moet de tempobeurs voor Kirsten een doorn in het oog zijn.

“Gelukkig heb ik mijn 25 procent voor dit jaar al binnen”, lacht ze zichtbaar opgelucht. “Wonder boven wonder heb ik m'n tentamens gehaald. Maar volgend jaar, als de norm op 50 procent wordt gesteld, kom ik onherroepelijk in de problemen. Want in de tijd dat ik studiepunten moet halen, ben ik met De Groenen bezig. En de studielening tikt genadeloos door.”

Ze overweegt om zich, bij de bestuursverkiezingen van De Groenen deze zomer, niet als voorzitter herkiesbaar te stellen. “Ik heb nog twee studiejaren voor de boeg. “Die ga ik eerst afmaken. Anders doet de tempobeurs mij de das om. En dat wil ik niet.” Plotsklaps heftig: “Ik vind het zo akelig dat mensen alleen nog maar denken in studiepunten. Niet langer stilstaan bij de stof die ze moeten bestuderen. Nee, punten binnenslepen. Het antwoord geven dat een docent wil horen. En dat komt allemaal doordat het in het hoger onderwijs nog maar om een ding draait: geld, geld, geld. En of de ministeriele baten opwegen tegen de administratiekosten, die komen kijken bij de controle van de behaalde studiepunten, moeten we nog maar afwachten.”

mailIcon print |