KOUDUM - Wie zou er geen dominee in Koudum willen zijn? Zo buiten het vaarseizoen een verstild dorp in Zuid-West Friesland. De kloeke pastorie met royale tuin ligt er nog ouderwets op stand. Een idylle, zo lijkt het.
“Zo kijk ik er zelf eigenlijk ook steeds meer tegenaan”, zegt Wim Beekman (41) die al sinds 1985 dominee van Koudum is. Na drie jaar te zijn vrijgesteld voor het voorzitterschap van de hervormde synode gaat hij in februari weer met graagte aan de slag als herder van zijn 1200 hervormde schapen - ruwweg de helft van de Koudumse bevolking. Zijn gemeente is er aan toe dat hij weer terugkomt, vindt hij. Zelf wil hij graag weer helemaal meedoen in zijn gezin, zijn familie en de tennisvereniging.
Beekman ziet als voorbeeld voor alle predikanten nog steeds de dorpsdominee, die in alles met zijn gemeenteleden meeleeft. Al is dit de tijd van deeltijd, mobiele telefoons en antwoordapparaten, het komt er toch op aan “dat je in Gods naam bij de mensen bent”. Opbellen hoe het ermee gaat in plaats van huisbezoek kan eigenlijk niet. Dat dominees zich steeds vaker schuil houden, wijt Beekman aan verlegenheid. “En achter die verlegenheid zit een gebrek aan eigen identiteit.”
Beekman verraste de Nederlandse hervormde kerk en haar Samen op Wegpartners twee maanden geleden met zijn besluit terug te treden. Hij had nog een jaar voorzitter kunnen zijn. “Maar als je zo lang full time bestuurder bent, loop je het risico het contact met het grondvlak te verliezen”, zegt Beekman. “Bovendien is Samen op Weg, met de behandeling van de ordinanties, nu in een luwe fase. Dat geeft mijn opvolger de gelegenheid zich rustig in te werken.”
De jaren van Beekmans voorzitterschap (sinds januari 1994) zijn allesbehalve rustig geweest. De voorgenomen samenvoeging van de drie protestantse kerken (hervormd, gereformeerd en luthers) werd ernstig gehinderd door het verzet van de recht- terflank van Beekmans hervormde kerk. De ene vertraging volgde op de andere; voorstanders van de samenwerking begonnen de moed al te verliezen. De bond (die het meelevendste deel van de hervormde kerk vertegenwoordigt) nam een houding aan van 'we kunnen niet mee en we kunnen niet weg'.
Dit leidde tot een patstelling die twee jaar geleden werd doorbroken, doordat het hervormde synodebestuur weigerde nog langer in te gaan op de eisen van de bond. De bond raakte in rep en roer, maar bleef uiteindelijk op zijn post, al lijkt het erop dat dit zal gaan ten koste van een ultra-orthodoxe rand. Opgelucht trekt de karavaan sinsdien verder, met de bond als rem aan de staart.
Kijkt u voldaan terug op deze episode in uw voorzitterschap?
“Waar ik tevreden over ben, is dat de hervormde kerk uiteindelijk als geheel aan Samen op Weg meedoet. Weliswaar deels onder protest, maar daar moet je wel bij bedenken dat de gereformeerde bond ook altijd kritiek gehad heeft op de hervormde kerk. De kerk is ondenkbaar zonder het confessioneel gereformeerde deel. Wat heb je aan de gereformeerden als je een groot deel van jezelf kwijtraakt! Alleen de midden-orthodoxie, dat is de kerk niet. Maar het moet natuurlijk een groeiproces zijn, die eenwording.”
Er zullen er zijn die vinden dat het plantje met geweld uit de grond gerukt is.
“Als we niet doorgezet hadden, dan zou dat een breuk tot gevolg gehad hebben, niet aan de rechterkant maar bij de voorstanders van Samen op Weg. In het moderamen hebben we toen gezegd: 'als we nu blijven aarzelen, is straks het vertrouwen helemaal weg'. Dus er moest iets gebeuren. De strijdpunten die er nog lagen waren niet kerkscheidend, dus we vonden dat het kon.”
Ondertussen lijkt het er wel op dat een deel van de rechterflank er echt afbreekt.
“Daar is een grote kans op. Het is de taak van mijn opvolger om die schade zo beperkt mogelijk te houden. Maar degenen die afhaken geef ik hooguit een paar jaar, en dan zal dat ook weer verder gaan versplinteren.
U hebt zich doorlopend met interne kerkpolitieke kwesties beziggehouden. Vond u dat leuk?
“Het was heel leuk, maar ook moeilijk. Mijn positie werd bepaald door twee factoren. Enerzijds het feit dat ik zelf uit een bondsnest kom - dat zit in m'n genen - en aan de andere kant dat ik werk in een streek van het land waar het met Samen op Weg goed gaat. Die ongelijktijdigheid maakt het moeilijk. De hervormde kerk is altijd een brede kerk geweest en dat wordt de nieuwe kerk ook. Een club gelijkgezinden bij elkaar brengen is niet zo moeilijk, maar in de kerk moet je het met elkaar zien te rooien. Het is het waard om daarvoor te gaan.”
Mensen die niet zo nauw bij het kerkverenigingsproces betrokken zijn, verwijten de kerken dat zij zo met zichzelf bezig zijn, dat ze voor de maatschappij helemaal geen oog meer hebben. De kerken hebben heel wat goodwill, bleek uit het onderzoek God in Nederland, maar dat lijken ze eerder aan de scorende enkeling (Muskens) te danken te hebben dan aan de matte breedte. Waar is toch het midden van de kerk?
Samen op Weg heeft alle aandacht opgeslokt, excuseert Beekman zich eerst: “Dit najaar hebben we hier in huis mijn studeerkamer grondig opgeknapt. Opgeruimd, geverfd, behangen. Tien dagen ben ik met niks anders bezig geweest. Zo heb ik Samen op Weg ook ervaren, een interne verbouwing die je helemaal in beslag neemt. Als ik nog eens vier jaar synodevoorzitter zou zijn, zou ik me meer willen bezig houden met de identiteit.”
Wat die identiteit dan precies is, kan ook de synodevoorzitter niet goed verwoorden. Hij waagt verschillende pogingen. “In de kerk moet het gaan over geloof, gebed en gebod. Dat zijn de kernfuncties, daar vragen de mensen om.” En: “Kerken zijn bezig met God en mensen. Die kennis moeten ze doorgeven. Waarom zijn we racistisch, bijvoorbeeld. Laat zien welke mechanismes er spelen, waar de angst zit.”
Maar uiteindelijk zegt Beekman het onomwonden:
“We beleven een periode van identiteitszwakte. Het geloof van de kerk is enorm aangevochten, we hebben er onze handen vol aan. De cultuur is een aantal malen over de kop gegaan. Technologisering, globalisering - wat is hierin de plaats van God? Dat is heel moeilijk. We moeten onszelf de tijd geven. We leven in een soort tussenperiode, een herfsttij.
Uw gereformeerde bondsbroeders zouden zeggen: keer terug tot de Schriften.
“We zullen ook weer terug moeten naar het onvervalste Woord. Wat zegt de Bijbel in deze tijd, bijvoorbeeld over het materialisme. Niet dat je dan meteen pasklare antwoorden vindt. Pas als ik het mijn kinderen uit kan leggen, dan heb ik het helder.”
“Er zijn voor mij drie manieren om met het geloof bezig te zijn: je maakt alles sociaal-maatschappelijk - dan gaat het om solidariteit, vrede, milieu. Of je grijpt terug naar de oude schijnzekerheden, inclusief de schepping in zes maal vierentwintig uur. Bij mij hebben geen van beide benaderingen gewerkt. En ik denk dat het hele midden van de kerk zich door dit probleem aan het heenworstelen is. Daar zijn we nu mee bezig.”
“Samen met een gereformeerde collega ben ik weer met leerdiensten over de Heidelbergse Catechismus begonnen. Lang niet alles is houdbaar, maar bijvoorbeeld voor Zondag 10 (dat het goede en het kwade ons gelijkelijk uit Gods hand overkomt), Gods almacht, zou ik nog best een lans willen breken. Want ach, God die ons in zijn liefdevolle onmacht nabij is, die manier van geloven heeft gewoon niet gewerkt. Ik ben wat dit betreft denk ik echt een kind van mijn generatie.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.