Te zien in Felix Meritis in Amsterdam, 16 tot en met 20 januari, Haarlem 24 tot en met 27 januari, België 29 januari tot en met 10 februari.
Het is voor het eerst sinds tijden dat ik me weer door nieuwsgierigheid gedreven naar een voorstelling van Discordia heb begeven. Het leek de laatste jaren - áls je al iets hoorde - of de groep zich aan het isoleren was met herhalingen, reprises en een meestal zeer beperkt aantal voorstellingen (in Nederland). Te zelden was er nog sprake van die heel bijzondere, bijna gewichtloze ironie - resultaat van tot op het bot gravende analyses - die elke voorstelling, geslaagd of niet, eertijds tot een gebeurtenis maakte, en vaak van een verrassende interpretatie getuigde.
Discordia's superieure terloopsheid en vermeende nonchalance pasten zeker prachtig bij de broosheid van het toneelwerk van Herzberg. Zo'n zeven, acht jaar geleden had hun opmerkelijk sober vormgegeven 'Kras' een wonderlijk emotionerende werking, sterker dan de versie van Toneelgroep Amsterdam in diezelfde tijd. Die herinnering vooral maakte mij nieuwsgierig naar hun aanpak van Herzbergs nieuwe stuk, dat zij oorspronkelijk als: 'Third generation project' schreef voor een uit Duitsland en Israël gecombineerde groep.
Dubbele betekenis
'To be finished by the actors' heeft Herzberg als een soort ondertitel aan 'Some of my best friends' meegegeven, als vaker bij haar een zin met dubbele betekenis. Behalve dat het in principe als toneelterm aan elk stuk zou kunnen worden toegevoegd, slaat het hier ook op de inhoud. Een Duitse toneelschrijver, Alexander Stand wilde jonge Duitsers en Israëliërs met elkaar confronteren in een toneelstuk, maar sterft voortijdig . Het groepje toneelspelers, dat hij bijeen had gekregen, besluit aan de hand van de al wel geschreven dialoog en Stands dagboekaantekeningen het onvoltooide stuk af te maken.
Judith Herzbergs stuk heeft dientengevolge een gecompliceerde constructie. Er zijn drie, voortdurend door elkaar heenvloeiende lagen: het stuk van Stand dat op een conferentie van Duitse en Israëlische hondenfokkers speelt, diens dagboekaantekeningen omtrent de bedoeling van het project en de reacties van de toneelspelers zelf. Tesamen zijn die delen opgebouwd uit een vijftigtal ultra-korte scènes.
Discordia heeft de gegeven repetitiesituatie heel letterlijk genomen, op het realistische af, zou ik bijna zeggen als dat niet wat vreemd lijkt bij deze groep. Er wordt onhandig, en naar ik vrees niet alleen ogenschijnlijk, zonder structuur door elkaar, en heen en weer gelopen. Iedereen stort zich met grote regelmaat op het script, dat als dagboek fungeert, maar dat tegelijk het gebrek aan tekstvastheid - iets wat door artistiek leider Jan Joris Lamers tot een persoonlijk stijlbloempje is verheven - kan maskeren. Er wordt door elkaar heen gepraat en vaak slecht verstaanbaar, half binnensmonds.
Er wordt niet duidelijk gemaakt wie wie is, in wat voor verhouding de personages tot elkaar staan of waarom bijvoorbeeld een als zodanig aangesproken toneelspeelster door een jonge acteur (in short) wordt gespeeld. Er wordt, met andere woorden, maar wat aangeklooid, zoals dat op echte repetities wel eens wil gebeuren. In dit geval betekent dat, dat het publiek wordt buitengesloten.
Contradictie
De wrang bedoelde humor van Herzberg komt, op een enkele uitzondering na, niet uit de verf. De contradictie tussen het gemak waarmee hondenfokkers het over genetische manipulatie of eliminatie van raskenmerken hebben, en de vooroordelen waartegen de toneelspelers zich wensen te behoeden, maar ongemerkt toch in vervallen, zou pijnlijk kunnen zijn, maar blijft plat. Hilarische vergelijkingen krijgen geen hoger niveau dan van banale grappen.
Discordia's soberheid en zo excellente terloopsheid zijn ontaard in gedoe en slordigheid. Maar wat ik nog het ergste vind van dit debâcle is, dat ik me als publiek niet serieus genomen voel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.