Natuurlijk, de waarheid en niets dan de waarheid, ook over die vermaledijde politici. Maar klopt het beeld wel dat de media van hen schetsen? Wat vindt het 'slachtoffer' er zelf van? Waar ergens loopt de grens tussen mythe en werkelijkheid? Vandaag Gerrit Braks (62), ooit prominent en trots vertegenwoordiger van het groene front. Vanaf de zijlijn ziet hij thans tandenknarsend toe hoe de boerenstand door negatieve beeldvorming vermalen dreigt te worden. Er wordt gemeten met twee maten. Desintegratie ligt op de loer en als het CDA niet oppast overkomt deze partij precies hetzelfde.
Inmiddels is dezelfde boer als notoire vervuiler in het verdomhoekje terecht gekomen en vecht hij vanuit die benarde positie wanhopig terug, met tractoren het verkeer lamleggend en zich opmakend om overheidsvoorschriften massaal aan de laars te lappen. Het snijdt Braks door de ziel. 'Diep treurig' vindt hij het dat het met deze 'gouvernementeel ingestelde mensen' zover is gekomen. Hij acht het ook 'in flagrante strijd' met de regels van de rechtsstaat als boeren hun oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid kracht zouden bijzetten. Maar hij begrijpt hun beweegredenen zeer wel en hij heeft er ook wel begrip voor.
“Die protesterende boer heeft de indruk dat er met twee maten gemeten wordt. Hij wordt geconfronteerd met een verstedelijkte samenleving, met mensen die in een redelijke welvaartsstaat leven en die dat graag zo willen houden. Ook al beseffen ze dat daarvoor een dure prijs wordt betaald en wel in de vorm van een hoog energieverbruik en de produktie van bergen afval. Toch accepteren ze dat het land dichtgroeit met auto's. Dat Schiphol wordt uitgebreid. In naam van de werkgelegenheid, maar ook omdat men leuk op vakantie wil blijven gaan. Stel je voor: straks stijgt er elke minuut een vliegtuig op. Niet alleen hier, maar ook op London Airport, op vliegveld Charles de Gaulle en in Frankfurt. Iedere minuut gaan er ik-weet-niet-hoeveel kerosinebommen de lucht in.”
“Ik snap best dat dit allemaal geaccepteerd wordt, maar juist daarom stuit het me tegen de borst dat de media in het voetspoor van milieu-organisaties eenzijdig het beeld oproepen dat er maar één vijand is en dat is de arme boer. De landbouw kan ineens niets goeds meer doen. Dat is een veel te ongenuanceerd beeld. Een gelijkgericht front van milieu-organisaties, de dierenbescherming en vegetarische clubs heeft zich een breed draagvlak verworven waarmee de veehouderij wordt gediskwalificeerd. De successen die daar ook zijn geboekt worden over het hoofd gezien. Zelfs mijn eigen KRO brengt soms nog een sproeiende giertank in beeld terwijl deze techniek al lang is achterhaald.”
Als KRO-voorzitter zult u inmiddels toch ook wel weten dat voor de media geldt: 'Good news is bad news' en laten we wel wezen: er is toch een mestprobleem?
“Tot je dienst. Natuurlijk is er een mestprobleem, maar ik schrok toch wel even van een bericht dat de media vaak bewust of onbewust een versimpeld beeld construeren. Zo eenzijdig. Zo zwart/wit. Ik begrijp het ook niet. Moet ik het zien als een poging om de zaak overzichtelijk te houden? Is er sprake van een dominante behoefte om de wereld op te willen delen in good guys en bad guys, zoals in Bosnië is gebeurd? Ja, ho, ik snap ook wel dat overste Karremans wat losmaakte toen hij kort na de val van Srebrenica verklaarde: er zijn geen good guys en bad guys. Maar zijn opmerking was toch vooral weer een reactie op die al te simpele tegenstelling die vaak gemaakt wordt. Maar het mag nooit zo zijn dat je feitelijke gegevens vertekent, zoals Greenpeace heeft gedaan met de Brent Spar; ook niet terwille van het verheven doel mensen enthousiast te maken voor een schone Noordzee. Feiten zijn feiten. En wat dat betreft constateer ik gewoon dat de boer slecht af is. Hij staat voor een muur van onbegrip.”
Maar afgaande op de feiten heeft de boer het toch aan zichzelf te danken? Hij heeft de kans gekregen van de overheid om zelf orde op zaken te stellen en pas toen de doelstellingen op geen stukken werden gehaald, werden de duimschroeven aangedraaid. Heel licht overigens en met een ruime tijdsspanne om alsnog orde op zaken te kunnen stellen.
“Nee, het is anders. Veeleer is het zo dat iedereen de schuld krijgt behalve degene die de maatregelen treft. En wat voor maatregelen! Die zijn toch veel te gebiedend gericht aan massa's mensen tegelijk. Alsof ze geadresseerd zijn aan de directie van Shell of Schiphol, aan bedrijven dus waar een paar mensen het voor het zeggen hebben. Maar zo zit de boerenstand niet in elkaar. Daar spreek je honderdduizenden aan, die ieder voor zich die maatregelen moeten absorberen. Een complexe situatie, die om een heel ander proces vraagt dan een simpel gebod. Er moet een draagvlak zijn.”
“Belangrijker: er bestaan serieuze twijfels over de effecten. Is de veronderstelde milieubelasting wel juist ingeschat? Zijn er zinniger maatregelen te bedenken? Die twijfels rechtvaardigen op z'n minst dat je evaluatiemomenten inbouwt om de zaak nog eens rustig te kunnen bekijken. Maar nee hoor, de boeren worden vastgepind tot ver na het jaar 2000. En daarmee worden mensen opgezadeld die uit zichzelf geneigd zijn respect op te brengen voor de duurzaamheid van hun produktie. Een hard gelag.”
Laten we de vraag anders stellen: waarom heeft de Nederlandse boer wel kans gezien gezamenlijk en eensgezind een wereldnaam op te bouwen en ziet hij geen kans de omslag te maken naar een duurzame, milieuvriendelijke produktiemethode?
Het is voor Braks het signaal enthousiast uit de doeken te doen met hoeveel succes het groene front een uiterst produktief samenwerkingsmodel op poten heeft gezet; een natuurlijk bondgenootschap van overheid, werkgevers- en werknemersorganisaties, dat in de hele wereld als een voorbeeld gold. Zoals Braks de ontwikkeling samenvat: begin jaren vijftig was er voor jonge boeren nog nauwelijks toekomst, maar sindsdien (met slechts één kink in de kabel aan het eind van de jaren zestig) was er sprake van een doorlopend succes. Mede ook dankzij het EG-beleid dat voor een vrije markt zorgde, een voorkeursbeleid voor Europese boeren ontwikkelde (tolmuur) en een financiering op basis van solidariteit.
Braks: “Je zou ook kunnen zeggen dat we te succesvol waren. De versnelling was zo groot dat we binnen de kortste keren onze eigen grenzen hadden bereikt. De landbouwmarkt produceerde overschotten. Dat was ethisch niet verantwoord. Je kunt overschotten niet gesubsidieerd vernietigen en dus werd de zaak vaak voor een appel en ei buiten de EG afgezet, waarmee de nood van de ontwikkelingslanden wel geledigd werd maar wat hun markt weer verstoorde. Bovendien werden we ons ervan bewust dat je kennis niet ongebreideld kunt toepassen: het milieu, de natuur en de gezondheid werden erdoor bedreigd. Toen ik in 1980 aantrad moest er aan de rem worden getrokken.”
Daar hebben we dan weinig van gemerkt.
“Dat is weer zo'n voorbeeld van vertekening. Onmiddellijk hebben we met de sector over noodzakelijke beperkingen gesproken. Ze zouden het zelf wel oplossen, maar dat lukte niet meer. In 1984 heb ik toen een 'overval' gepleegd om de varkensfokkerij en pluimveehouders aan banden te leggen. Dat gebeurde zonder overleg en met onmiddellijke ingang. Eerder al, in 1983, toen Rinse Zijlstra nog riep: 'Geld genoeg om de overschotten weg te werken', sprak ik me uit voor de superheffing en de melkquotering. En later, in '84, hebben we ook het mestprobleem aangepakt. Het beeld bestaat dat het niet veel heeft uitgehaald, maar ik kan je verzekeren dat er in tien jaar veel is gebeurd. Op tal van terreinen. Hooguit kun je zeggen dat het directe effect wat is tegengevallen. Maar dat komt doordat we te maken kregen met het probleem van de verkregen rechten. Simpel gezegd: wat in de pijplijn zat kon niet meer teruggedraaid worden. Maar hoe we ook ons best doen, de landbouw mag niet meer scoren in de pers.”
Zo vreemd is dat toch niet? Neem de onlangs overleden Mansholt. Toch niet de geringste in de landbouwwereld. Iemand die zelf gestalte heeft gegeven aan de snelle groei in de landbouw. Als zo iemand een veel radicalere omslag noodzakelijk acht, dan zegt dat toch wel wat?
“Ik wil Mansholt geen verwijt maken. Hij heeft de landbouw een enorme impuls gegeven. Het enige wat van begin af aan aan zijn beleid ontbrak was een beheersingsinstrument. Dat neem ik hem niet kwalijk. Per slot van rekening moest hij de zaak nog op poten zetten vanuit een tijd dat je zelfs voor het kweken van wat doperwtjes nog een afzonderlijke vergunning nodig had. Ik heb er echter moeite mee dat juist zo'n man zo'n ommezwaai predikt. Stel je de tragedie voor van mensen die het onderspit hebben moeten delven in deze tijd van omschakeling? Wat moeten die niet van hem denken? Bovendien, zo'n radicaal pleidooi leidt de aandacht af van het vele positieve dat bereikt is.”
Toch is er meer aan de hand. In de opbouwfase was het groene front machtig en sterk, stond men schouder aan schouder en wat je nu ziet is desintegratie en een machteloze fusie van ooit zo trotse organisaties van katholieke, protestantse en liberale huize. Zelfs het Landbouwschap, bolwerk van de PBO-gedachte, dreigt het te begeven.
“Ik ben nog van de oude stempel. Ik geloof in gemeenschappelijkheid, in solidariteit en een erkenning van de onderscheidene stromingen in dit land. Als vroeger Rinse Zijlstra, Kees Knotnerus of Gerard Mertens wat zeiden dan wist je precies wat je eraan had en waar ze voor stonden. Kom daar nu nog eens om binnen zo'n LTO. Barend Biesheuvel heeft gelijk, dat is een verarming. Maar wat dat betreft staan we bij de omroep en in de politiek voor hetzelfde probleem: hoe de vervlakking tegen te gaan? Hoe te voorkomen dat alles onder één noemer wordt gebracht?”
“Ik moet zeggen: dat lukt ons bij de KRO nog aardig. We zijn de grootste omroep gebleven en echt niet vanwege wat anonieme tientjesleden. Nee, het gaat om overwegend gezinshoofden, veelal mensen met een NKV-achtergrond voor wie de historische identiteit nog een levend iets is. Zonder gêne en zonder radicalisme. Met een zekere mildheid over het verleden. Jongeren vaak ook die met de Mikro-gids hun identiteit open en bloot in de huiskamer leggen. Welbeschouwd is het een wonder.”
En het CDA?
“Als ik het eerlijk moet zeggen, dan vind ik het CDA te protestants-christelijk. Ik zeg niet dat ze oververtegenwoordigd zijn, of dat we een strikte verdeelsleutel zouden moeten hanteren overeenkomstig de vroegere bloedgroepen KVP, ARP en CHU. Verre van dat. Het is ook geen verwijt aan de protestanten. Ik constateer slechts dat zij een veel grotere verbondenheid aan de dag leggen, naar hun aard actiever zijn en daardoor binnen het CDA manifester aanwezig. Het CDA is operationeel nogal protestants-christelijk georiënteerd. Dat is de sfeer en je zou zelfs kunnen zeggen dat het de schuld is van de katholieken zelf.”
“Toch zeg ik dat het gevaarlijk is onvoldoende rekening te houden met de verschillende cultureel-maatschappelijke stromingen. Het is belangrijk dat het CDA die goed weerspiegelt en dat dit in onze vergadercultuur tot uitdrukking komt. Daarin leggen we thans te veel nadruk op de getuigenis van bovenaf. Er zit ook te veel rechtlijnigheid in. Iets gebiedends. Zo van: procedure is procedure.”
Kan Heerma dan wel aanblijven?
“Prima vent, qua instelling. Iemand met onweersproken bestuurlijke verdiensten. Hij trad aan onder uiterst moeilijke omstandigheden. Vanaf het begin wisten we dat zijn presentatie te wensen overliet. Maar ik weiger me te scharen in de kring van anonimi die hem als fractievoorzitter onderuit willen halen. Temeer niet waar hij zo uitstekend assistentie heeft gekregen van Jaap de Hoop Scheffer. Een prima katholiek.”
De relatie Lubbers/Brinkman: spanningen omdat met Brinkmans kandidatuur het rechtlijnige protestantse te veel op de voorgrond kwam te staan?
“O, nee. Daar begin ik niet over. Wat heet spanning? Wat je kunt zeggen is dat Lubbers een gevangene werd toen hij in één keer te veel op zijn bord kreeg. En het CDA op koers houden, èn de coalitie overeind houden èn in Bonn moeten praten over zijn eigen toekomst. Daar liep hij op vast. Dat was in augustus '93, toen Kohl helderheid wilde en er afspraken gemaakt moesten worden. Lubbers worstelde toen om de draadjes aan elkaar te knopen. Daar hoorde ook nog mijn kandidatuur bij voor de wereldvoedselorganisatie, de FAO. Dat maakte ook onderdeel uit van een poging om tot een Europese consensus te komen. Afijn, dat is toen ook vastgelopen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.