*

 
dossier

Archief

Corrie de Bruin doet op EK ervaring op

ROB VELTHUIS − 10/08/94, 00:00

HELSINKI - De overeenkomst is treffend. Evenals haar broer Erik een decennium geleden, voelt Corrie de Bruin zich nu onbegrepen, als ze tracht uit te leggen hoeveel geduld het vergt, als werper de weg naar de wereldtop af te leggen. In een adem geeft ze aan dat het overzien van die periode voor haar zelf ook nog moeilijk is te bevatten.

Wat zeuren jullie toch, zie je haar denken, als al enkele malen is gevraagd of ze nu eigenlijk wel tevreden is over haar resultaten in Helsinki. Twee snelle uitschakelingen op kogel en discus, was dat waarvoor ze was gekomen? Inderdaad, meer stond de wereldkampioene bij de jeugd niet voor ogen, toen ze naar Finland afreisde.

Erik de Bruin - die een half leven investeerde alvorens hij met de besten meekon - had in haar positie niet eens deelgenomen. Die gaf in het lange beginstadium van zijn carrière niets om wedstrijden. Alles stond in het teken van zijn ontwikkeling als atleet. Wat maakt het nu uit, of ik nu een persoonlijk record gooi tijdens een buitenlandse wedstrijd of in mijn achtertuin. De werper prefereerde het laatste, want reistijd was verloren tijd. In die uren had hij zich totaal kunnen afpeigeren in het krachthonk of in de trainingsring. En bovendien, wat stellen die worpen van mij nu eigenlijk voor? Daar ligt nog niemand wakker van, vooral ikzelf niet. Wat je nu kan, is niet interessant, het gaat erom waar je terecht kan komen.

Wat dat betreft is Corrie de Bruin iets meer gericht op competitie. Ze kondigt nu al aan dat ze aan juniorenkampioenschappen zal deelnemen zo lang ze kan. De overgang naar de senioren is immers immens groot. Niet ten onrechte merkte ze gisteren op dat ze met een worp van 54,76 meter aan haar eigen verwachtingen had voldaan. Dat is het verschil met haar collega Jacqueline Goormachtigh, die er met een soortgelijke afstand gisteren in de series ook uit vloog. Maar de Rotterdamse disco-uitsmijter is 24 jaar en staat al vier jaar stil in haar ontwikkeling. De Bruin is zeven jaar jonger, dus afgezien van ervaring opdoen heeft ze niets op een seniorentoernooi te zoeken. Technisch is ze al een van de besten, maar kracht in combinatie met snelheid ontwikkelen is een kwestie van volgroeien en jaren trainingsarbeid.

Nog geen drie weken geleden liet Corrie de Bruin zich als junior in Lissabon tot wereldkampioene discuswerpen kronen. Op haar bijnummer kogelstoten werd ze vierde. Daar was de seizoenpiek op gericht en het is bewonderenswaardig dat ze precies uitkwam op dat beoogde doel. Met haar tijd moest ze schipperen omdat het behalen van het havo-diploma een even hoge prioriteit vormde. Maar vooral moest zij de dopingaffaire van haar broer verwerken, die zich als een tragedie over de hele familie had uitgezaaid. De topsport staat immers centraal in huize De Bruin.

Als zestienjarige had de net Europees jeugdkampioene geworden Corrie de Bruin zich vorig jaar geplaatst voor de wereldkampioenschappen senioren in Stuttgart. Haar onverwachte terugtreden bleek uiteindelijk een voorbode van de zich nog steeds voortslepende dopingzaak van Erik, die in Keulen positief was bevonden en uit de Nederlandse ploeg werd verwijderd. Uiteraard was het voor de jonge Corrie een onmogelijkheid om zich onder die omstandigheden binnen de equipe te handhaven.

Vlak na Stuttgart nam ze de proef op de som. Ze raapte al haar moed bijeen en nam deel aan een avondwedstrijd in Haarlem om te zien hoe de mensen op haar zouden reageren. Toen het examenjaar begon nam ze zich voor meteen van school te gaan als er ook maar één rotopmerking zou worden gemaakt. Maar in plaats van aversie merkte de Nederlands recordhoudster kogelstoten op dat er waardering was voor haar prestaties. Ze kon het waarderen dat ze onlangs met de diplomauitreiking speciaal naar voren werd geroepen.

“Het valt me mee dat mensen er niet op hebben gereageerd. Ik had verwacht dat ze me links zouden laten liggen. Op school is er nooit iets gezegd. En ook binnen de atletiek is goed gereageerd. Natuurlijk zijn er mensen die hun hoofd omdraaien, dat merk je wel. Maar dat was daarvoor ook al. Er zijn altijd mensen die denken dat een meisje van zestien geen achttien meter kan stoten. Daarom hecht ik alleen nog maar aan mensen die belangrijk voor me zijn. De les die ik heb getrokken, is dat je nooit weet welke mensen je kunt vertrouwen. Het gevolg voor mij is, dat ik nooit meer zo makkelijk met anderen over bepaalde zaken kan babbelen.”

Die eerste wedstrijd, daar ging ze met lood in de schoenen heen. “Maar ik heb nooit een moment getwijfeld, het was een vanzelfsprekendheid om met mijn sport door te gaan. Je moet wel, maar ik realiseer me heel goed dat ik dit predicaat van doping voor altijd bij me zal houden.”

Wel dwong Corrie de Bruin zich over haar geslotenheid heen te zetten. Toen ze vorig jaar in Hengelo opzien baarde met haar Nederlands (senioren)record kogelstoten, kostte het zichtbaar moeite om daarover met omstanders te communiceren. Inmiddels gaat het praten haar makkelijker af. “Ik moest mijn verlegenheid overwinnen, anders word ik in de ploeg weggepraat. In het stadion moet je je kunnen verweren, anders kan je niet presteren. Aan de andere kant erger ik me aan mensen met een grote mond die niets presteren.”

In Lissabon beleefde De Bruin twintig minuten van intense vreugde. Het was na een zware tijd de bevestiging dat het sportleven op de juiste wijze doorgaat. Elke wedstrijd weer wil ze prestaties boeken, en daar ligt het verschil met school. Sport is leuker en daarom wil ze topsportster worden. Ofschoon ze de betrekkelijkheid daarvan na vorig jaar beter dan ooit inziet. “Een blessure en je bent weg. Dat is met andere dingen ook zo. Voor je het weet heb je een ongeluk. Maar het is onzin om te verwachten dat ik nu aan de top kan staan. Opladen voor dit EK was zo kort na Lissabon niet mogelijk. Ik doe hier ervaring op, waardoor het deelnemen aan grote wedstrijden normaal wordt. Trainen doe ik op dezelfde manier als Erik, alleen heeft hij het allemaal zelf moeten uitzoeken. We hebben dezelfde soort spieren. Van krachttraining worden we sneller, in tegenstelling tot wat anderen beweren.”

“Pas met 28 jaar staat een werper aan de top. Elf jaar wachten, het is bijna niet voor te stellen. Zo lang sport ik nog niet eens.” En ze denkt terug aan de opofferingen die haar broer zich in eenzaamheid heeft moeten getroosten. Zozeer in haar nabijheid maar wat herinnert ze zich er eigenlijk van? Dat hij al in 1984 deelnam aan de Olympische Spelen van Los Angeles is een vage herinnering. Split is eigenlijk het eerste toernooi waarvan ze zich goed kan herinneren dat Erik iets betekende. Vier jaar geleden slechts, toen hij bij het behalen van Europees zilver uitzinnig was van vreugde . . .

mailIcon print |