“Da we 't nie weten, hè”, zegt de man met het hondje. Hij heeft eigenlijk een “zware griep” en mag helemaal niet buiten komen, maar sloft in een snijdende wind over de Scheldedijk, bij Doel.
De kogel is door de kerk, het laatste dorp tussen Antwerpen en de Westerschelde zal verdwijnen. Ik vraag hem waarheen hij zal gaan. “Da we 't nie weten, hè.” 28 jaar heeft hij in Doel gewoond. Zijn dochter woont hier, evenals zijn broer, een tante en nog veel meer. Hij zal straks de familie achterna gaan. Het is afwachten waarheen.
Spijtig, vindt hij het: “Zo'n schoon durpke.” De tranen lopen hem over de wangen. Het is de snijdende wind. Dat Doel zou verdwijnen stond al wel vast.
“D'r is hier al zoveel geprotesteerd meneer. Maar ge houdt da nie tegen, hé.” Ook de laatste buitenbocht in de Schelde moet eraan geloven; er komt een containerterminal voor de Antwerpse haven. De Doelenaars hóeven daarvoor niet te wijken; tot 2005 mogen ze best blijven, als ze het niet erg vinden om tegen een metershoge muur van baggerslib aan te kijken. Want smurrie zal er komen. En zware trafiek, heeft de Vlaamse regering aangekondigd.
Mooi is Doel niet. Het ligt ingeklemd tussen het havengebied, waar alles groot is, de kale vlakten waarop gigantische bedrijven staan, de rails die nergens heen lijken te gaan, de mysterieuze kolommen van de petrochemie, tussen dat alles de kerncentrale.
Op de voorgrond de man met het hondje, daarachter de twee kolossale koeltorens van de centrale, bijna groter dan het dorp.
Zijn 900 inwoners houden van Doel, zelfs de centrale is hen dierbaar. Op de vraag wat ze ervan vinden dat Doel zal verdwijnen komt maar één antwoord: spijtig. Meer niet. Sinds de Vlaamse regering heeft besloten de Antwerpse haven haar containerterminal te gunnen, wordt Doel overspoeld door journalisten. Cameraploegen en freelance fotografen leggen met tintelende vingers vast wat gedoemd is te sterven.
“Dag mevrouw, mag ik u iets vragen?”
“Over d'n Doel zeker?”
“Inderdaad, wat vindt u ervan?”
“Spijtig, hè.”
Op de voorgrond de man met het hondje. Daarachter de kolossale koeltorens van de centrale. Tussen die twee de oude molen van Doel.
“Het vorig jaar geheel gerestaureerd, meneer.”
“Ah ja?”
“'t Is waar hè. De burgemeester moest toch laten zien dat hij alles deed om Doel te behouden.”
Er zijn mensen die minder dan een jaar geleden nog een bouwvergunning hebben gekregen. Doel zal altijd blijven, werd hen toen nog verteld; dat van die terminal waren maar praatjes. Voor de specie goed en wel hard was, was er het nieuws dat het dorp moest verdwijnen.
De Vlaamse regering zegt voor herhuisvesting te zorgen, niet ver weg, bestaande woningen of aantrekkelijke kavels. Maar wat de Doelenaars als vergoeding gaan krijgen weten ze niet. Daarover wordt angstvallig gezwegen. Boze Doelenaars noemen ze zich nu. Het is aangeplakt op de ramen: Wij zijn Boze Doelenaars, of: Wat er ook gebeurd (!) wij blijven! Maar zo boos zijn ze helemaal niet. Zelfs de secretaris van de actiegroep - een rasechte Boze Doelenaar - noemt de beslissing van de Vlaamse regering “niet slecht”. Doel maakt plaats voor achthonderd arbeidsplaatsen. Dat is toch iets waard. “Ziet eens aan den overkant, wat in Lillo is gebeurd: duizenden mensen hebben daar werk gevonden. We moeten toch werk scheppen, ook van Europa moet dat, hè. Dat moet dan waar de kansen zich voordoen.”
Het gaat er nu alleen nog om een goed begeleidingsplan te krijgen voor de gedwongen “verhuis”. En daarover is overleg beloofd. Lastig is het voor de mensen die in Doel hun bedrijvigheid hebben. Café De Sportvriend is alvast gesloten. Wegens ziekte.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.