*

 
dossier

Archief

DE KRANTEN ZIJN VERWEND

CO WELGRAVEN; PETER VAN LAKERVELD − 09/09/95, 00:00

Het loven en bieden op de Dagbladunie (uitgever van onder andere Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad) kan de komende week beginnen. Wie er ook wint, met de betrekkelijke rust in de Nederlandse dagbladwereld, is het gedaan. Velen roepen dat een krant geen rol drop is, maar het zal meer en meer gaan om kosten te besparen en de omzet te verhogen. En dat kan titels kosten. “Nederland stelt weinig voor. We hebben het over zes miljoen huishoudens. Zoiets als Los Angeles en omgeving. Daar heb je twee kranten, meer niet. In Nederland negentig.”

De zwijgzaamheid is makkelijk te verklaren. Vrijwel alle grote Nederlandse dagbladuitgevers hebben belangstelling voor overname van deze twee landelijke kranten, plus nog enkele huis-aan-huis-bladen, een regionale krant (het Rotterdams Dagblad), kabelkranten, en belangen in de regionale radio en tv. Ze brengen de komende dagen een bod uit, dat volgens deskundigen tussen de acht- en negenhonderd miljoen gulden moet bedragen om een serieuze kans te kunnen maken, en willen nu nog niet het achterste van hun tong laten zien.

“Het is een egeltjeshuwelijk”, zegt Hans Verploeg, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, over de omzichtige wijze waarop de concurrenten nu de Dagbladunie het hof maken. De NVJ onderzoekt momenteel met de redacties van Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad de mogelijkheden om zelfstandig door te gaan. Deze optie lijkt weinig kans te hebben, maar zolang ze niet helemaal van de baan is, wil de journalistenvakbond niet zeggen welke voorkeur zij heeft.

Wie er ook gaat winnen, met de relatieve rust in de dagbladwereld is het gedaan. Bij de regionale pers is er de afgelopen jaren weliswaar veel overhoop gehaald (vooral door toedoen van Wegener, nu ook één van de overnamekandidaten), maar bij de landelijke dagbladen is er al decennia sprake van een status quo, met als hoofdrolspelers drie grote uitgevers: De Telegraaf, Reed Elsevier, en Perscombinatie.

“De grenzen waren duidelijk, nu niet meer”, zegt Gerard van Vliet, tot voor kort lid van de raad van bestuur van Wegener. “Die rust is verzwakkend geweest voor de creativiteit, maar heeft voor de uitgevers ook grote voordelen gehad. Ze zijn verwend geraakt, hebben jaar in, jaar uit prijsafspraken kunnen maken. Nederland is uniek. In dit land wordt gemiddeld 96 procent van de dagbladen via abonnementen verkocht. De abonnee moet dat geld van te voren betalen. Dat is een hele luxe positie voor de uitgevers, dat zie je nergens in de wereld. In Engeland is het elke dag weer een strijd op leven en dood om je krant in de newsstand verkocht te krijgen.”

Een buitenlandse overnemer zou dat evenwicht wel eens drastisch kunnen verstoren. Wat te denken van Rupert Murdoch, eigenaar van de grootste Britse sensatiekrant The Sun en de semi-kwaliteitskrant The Times, die vorig jaar in Engeland een enorme prijzenslag is begonnen, waaraan bijna alle concurrenten gedwongen moesten meedoen? Het is een scenario waar menig journalist, en ook de vakbond NVJ, als de dood voor is, want bij een buitenlandse overname zou het wel eens gauw gedaan kunnen zijn met verworvenheden als redactiestatuten en een CAO.

Van Vliet: “Toch ben ik bang dat we bij kandidaat-overnemers niet alleen in Nederland moeten kijken. In het buitenland is er geld genoeg. Uitgevers zijn daar gewend hoge bedragen neer te tellen. Voor hen is Nederland een hele aardige stepping stone. En met NRC en Algemeen Dagblad heb je natuurlijk een mooi pakket.”

Toch gokt hij erop dat een Nederlandse uitgever met de eer gaat strijken. Van Vliet is het eens met beursanalisten die De Telegraaf de meeste kans geven: “Deze krant zou een heel groot gedeelte van de dagbladmarkt in handen krijgen, en kan dan een zwaar stempel drukken op de hoogte van de advertentie-tarieven. De Telegraaf is al sterk in Amsterdam, en zou bij overname van de Dagbladunie ook sterk worden in Rotterdam en omgeving. Dat zijn toch de twee interessantste gebieden in Nederland.”

Hoewel De Telegraaf in de woorden van Van Vliet 'bulkt van het geld' kan ze de operatie volgens hem toch niet in haar eentje aan. Hij verwacht een alliantie met z'n vroegere werkgever, Wegener, waarin 'de gezond-verstand-krant' al een minderheidsbelang heeft. “De uitgeverijen zouden stuk voor stuk de Dagbladunie het liefst alleen overnemen. Maar ja, in tijden van nood lopen de kerken vol. En De Telegraaf en Wegener zouden een prachtige combinatie kunnen vormen.”

Wegener is sterk op de markt van regionale kranten in het westen, midden en oosten van het land, en zou twee landelijke dagbladen aan zijn stal kunnen toevoegen. Bovendien ziet het Apeldoornse concern een slepende ruzie met de Dagbladunie over de verspreiding van dagbladen in Gouda en omgeving vanzelf verdwijnen. En Wegener, uitgeefster van de huis-aan-huis-bladen De Havenloods en Het Zuiden in Rotterdam, is in één klap een lastige concurrent kwijt. Want de Dagbladunie is ook actief op de markt van huis-aan-huis-bladen in de Maasstad.

Nog niet zo lang geleden kregen journalisten het schuim op de mond als de naam van De Telegraaf viel als kandidaat-overnemer van hún blad. Dat nooit! Uit de hoek van de redacties van Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad zijn echter nog weinig onvertogen woorden gekomen, laat staan veto's.

NVJ-secretaris Verploeg verklaart dat deels uit het feit dat de redacties voorlopig alles op alles zetten om de Dagbladunie zelfstandig te laten doorgaan. Over een koper van buiten willen zij zich nog niet uitlaten. Maar Verploeg geeft toe dat het klimaat veranderd is, ten gunste van De Telegraaf. “Deze krant had een bepaalde reputatie. Maar de laatste jaren heeft ze zich keurig aan de spelregels gehouden. Bij vorige overnames heeft ze allerlei garanties gegeven. Op De Telegraaf als dagbladondernemer is niks aan te merken.”

De NVJ is er wel beducht voor dat De Telegraaf zo'n groot gedeelte van de dagbladmarkt in handen krijgt. Veel meer dan de befaamde 33 1/3 procent. Volgens een herenakkoord tussen uitgevers mag een krant niet boven dat percentage uitkomen. Verploeg: “Als de nieuwe eigenaar dertig procent van de dagbladwereld in handen krijgt, dan kunnen we daar mee leven. Maar zestig procent bijvoorbeeld, dat is een absoluut onacceptabele grootheid.”

Van Vliet lacht om deze herenafspraak “Dat percentage van 33 1/3 slaat nergens op. Dat zijn achterhaalde cijfers. Je moet kijken naar het belang van een uitgever in àlle media-typen. Niet alleen de dagbladen, maar ook radio en tv en de nieuwe media.”

VERVOLG OP PAGINA 3

DE KRANTEN ZIJN VERWEND VERVOLG VAN PAGINA 1

Hij denkt ook niet dat De Telegraaf als absolute marktleider alle afspraken met collega-uitgevers op de helling zal zetten en bijvoorbeeld een prijzenslag gaat ontketenen, waardoor kleine landelijke kranten als Het Parool en Trouw het weleens heel moeilijk zouden kunnen krijgen. “De Telegraaf is niet gebaat bij een prijzenslag. Vraag niet wat zoiets kost! Door een prijzenslag gaan de inkomsten omlaag en is iedereen de verliezer.”

De race is nog lang niet gelopen. Ook andere uitgeverijen maken nog steeds een goede kans. PCM (Perscombinatie-Meulenhoff) bijvoorbeeld, uitgeefster van de Volkskrant, Het Parool en Trouw, en VNU. Over de laatste zegt Van Vliet: “Ze zou een gigantisch mooie stap kunnen maken. VNU is in het zuiden bijna monopolist op de markt van regionale dagbladen, is via een belang in RTL betrokken bij de televisie, en heeft goedlopende publiekstijdschriften in haar pakket. Twee landelijke dagbladen erbij, een populaire ochtendkrant, en een serieuze avondkrant, dat is ideaal.”

Over Perscombinatie-Meulenhoff: “Ze heeft al drie dagbladtitels in huis, de Dagbladunie zou een goede uitbreiding zijn. Ze is niet aan de beurs genoteerd, en heeft de naam een sociale uitgever te zijn. Perscombinatie is geen kille saneerder. Maar ik denk niet dat ze het zelfstandig aankunnen. Daarvoor is hun financiële polsstok net iets te kort.”

Bekend is echter dat Perscombinatie met banken overlegt (Rabo bijvoorbeeld) om het benodigde geld op tafel te krijgen. Van Vliet beschouwt deze uitgever dan ook als een serieuze kandidaat. NVJ-secretaris Verploeg herhaalt dat hij op dit moment geen voorkeur wil uitspreken voor een 'vreemde' koper zolang de kans op verzelfstandiging nog niet verkeken is. Maar mocht PCM als winnaar uit de bus komen, dan zal de NVJ eisen dat de structuur van het bedrijf intact blijft en dat de 'nieuwe' kranten dezelfde rechten krijgen als de drie bestaande.

“Perscombinatie heeft van alle dagbladuitgevers in Nederland de meest ideale structuur. Het bedrijf heeft als eerste doel het uitgeven van kranten, niet het maken van winst. Het heeft de pluriformiteit hoog in het vaandel. Bij Perscombinatie weten ze dat het maken en uitgeven van kranten iets anders is dan het fabriceren en verkopen van koekjes.”

Die pluriformiteit is voor de NVJ van levensbelang, niet alleen uit ideële motieven, maar ook vanwege de werkgelegenheid. Verploeg: “Wij zullen eisen dat de dagbladtitels niet onder druk komen, noch de kranten van de Dagbladunie, noch die van de nieuwe eigenaar. Wij willen daarvoor garanties.”

Van Vliet verwacht weinig van die garanties: “Uiteindelijk zul je toch redactionele samenwerking krijgen. Waarom hebben bijna alle uitgevers belangstelling voor de Dagbladunie? Ze willen de omzet verhogen en de kosten verlagen. En de kosten verlaag je door de distributie van de kranten én de redacties ineen te schuiven. Als de financiële druk om een of andere reden te groot wordt, is het onvermijdelijk dat De Telegraaf en het Algemeen Dagblad worden samengevoegd, met een editie voor Amsterdam, en eentje voor Rotterdam.”

De komende week zullen de belangstellenden een bod moeten uitbrengen, aan de hand van het bidbook dat Reed Elsevier heeft opgesteld en dat de (financiële) positie van de Dagbladunie in kaart brengt.

Met de drie hoogst biedenden gaat Reed Elsevier verder praten. Als er een buitenlander met veel poen bijzit, blijven er voor de Nederlandse uitgeverijen nog maar twee plaatsjes over. Het zal een harde strijd worden, verwachten insiders. Wie het meeste geld heeft, maakt de meeste kans. Maar er spelen volgens Van Vliet nog meer elementen mee. “Het gaat ook om de geiligheid te willen scoren, en om de afgunst: het aan anderen niet gunnen.” Er is van alles mogelijk: onverwachte samenwerkingsverbanden, splitsing van de Dagbladunie, waardoor de NRC naar de ene en het Algemeen Dagblad naar de andere uitgever gaat (al raden deskundigen dat af, want de twee kranten vullen elkaar goed aan), en meerderheids- en minderheidsbelangen van uitgeverijen in de Dagbladunie.

Van Vliet is heel nieuwsgierig naar de uitkomst. Maar hij onderstreept dat het media-landschap niet louter en alleen door de overname van de Dagbladunie wordt omgeploegd. Daar is meer voor nodig. “Er komt in een huis op vier manieren informatie binnen: via de brievenbus, de telefoon, de kabel en de ether. Dagbladuitgevers hebben tot voor kort alleen maar via de brievenbus naar binnen gekeken. Maar dan heb je een beperkte blik. Het gaat niet alleen meer om het papier. De telefoon, de kabel en de ether worden steeds belangrijker. Via m'n modem kan ik allerlei databanken in. Op Internet kan ik vierhonderd dagbladen bekijken. Via de kabel en de ether komen radio en televisie binnen. Let vooral op de opkomst van de regionale televisie.”

Dagbladen zullen alert moeten zijn, waarschuwt Van Vliet. “Je hoort mij niet zeggen dat kranten gaan verdwijnen. Zeker de komende 25 jaar zullen ze blijven bestaan, mensen die nu veertig en ouder zijn, zullen ze blijven lezen. Maar kranten zullen ook moeten inspelen op de ontwikkelingen op mediagebied.”

Van Vliet geniet van de opwinding in de Nederlandse mediawereld, maar slaat ook een relativerende toon aan: “Het is natuurlijk een heel leuk onderwerp, zeker voor journalisten. Maar laten we wel wezen: Nederland stelt relatief weinig voor. We hebben het over zes miljoen huishoudens.

Zoiets als Los Angeles en omgeving. Daar heb je twee kranten, meer niet. In Nederland negentig.''

DE TELEGRAAF

Van de vier belangrijkste binnenlandse gegadigden voor overneming van de Dagbladunie is de Holdingmaatschappij De Telegraaf in vele beschouwingen en speculaties het vaakst genoemd. Vanzelfsprekend is dat niet omdat het concern een aandeel heeft van 24,5 procent op de Nederlandse dagbladmarkt en het samen met de Dagbladunie (17,3 procent) ver boven de 33 procent komt; het percentage dat in het 'herenakkoord' van de Nederlandse krantenuitgevers als maximum is afgesproken voor één marktpartij.

Aan de andere kant is De Telegraaf financieel ijzersterk. De onderneming had eind vorig jaar een eigen vermogen van 722 miljoen gulden, wat betekende, dat 69 procent van alle bezittingen uit eigen middelen zijn gefinancierd. De Telegraaf is een echt krantenbedrijf. Het haalt twee derde van de omzet uit dagbladen. Niet alleen uit het gelijknamige ochtendblad overigens. Behalve de zusterkrant Nieuws van de Dag heeft het concern de regionale kranten in Kennemerland en Noord-Holland boven het IJ in handen en bezit het ook het Limburgs Dagblad. Buiten de dagbladen is het weekblad Privé een bekende activiteit.

Opmerkelijk is dat het traditioneel nogal zwarte imago van de ondermeming de laatste jaren is verbleekt. Of het nu komt, omdat over goed/fout in de Tweede Wereldoorlog tegenwoordig genuanceerder wordt gedacht dan vroeger of omdat het concern zich over het algemeen netjes houdt aan toezeggingen tegenover personeel van overgenomen bedrijven, feit is dat De Telegraaf een respectabel bedrijf is geworden. Wie met De Telegraaf samenwerkt is niet bij voorbaat besmet. Die samenwerking met anderen kon best eens nodig zijn. Ten eerste om bij het overnemen van Dagbladunie de beruchte 33 procent-grens te omzeilen. En verder omdat zelfs voor De Telegraaf de Dagbladunie een wel heel grote hap is.

Als Dagbladunie aan de neus van De Telegraaf voorbijgaat, lijkt het concern daar, sterk als het staat op de advertentiemarkt, minder gevoelig voor dan andere.

WEGENER

Wegener wordt hier en daar als kandidaat getipt om samen met De Telegraaf de Dagbladunie over te nemen. De twee concerns hebben al een band via een belang van 22 procent van De Telegraaf in het kapitaal van Wegener.

Dat in Apeldoorn gevestigde concern (marktaandeel 15 procent) is in Nederland kampioen van de regionale dagbladen. Na een expansief beleid, dat in tien jaar leidde tot een verdrievoudiging van de omzet, bestrijkt Wegener met titels als de Haagsche Courant, het Utrechts Nieuwblad, de Arnhemse Courant, Tubantia en de Zwolse Courant een gebied van de kust tot de Duitse grens.

Toch is Wegener minder een dagbladbedrijf dan De Telegraaf. Naar schatting 50 procent van de omzet komt uit dagbladen; belangrijk zijn daarnaast de huis-aan-huisbladen met ver over de honderd titels, tot in de Rijnmond toe, het kerngebied van de Dagbladunie. Tijdschriften, wegenkaarten, een financieel-economische databank en grafische produktie voor derden zijn eveneens van betekenis. Wegener heeft ook een minderheidsbelang in het weerbureau Meteo Consult. De directie huldigt het standpunt, dat de regionale kranten zoveel mogelijk redactioneel moeten samenwerken. Dat zou kwaliteitsverbetering en (zeker zo belangrijk) kostenbesparing meebrengen. Bij de totstandkoming van die samenwerkingsverbanden is niet al te voorzichtig met identiteit van de kranten omgesprongen, enkele zelfstandige dagbladen zijn meer of minder gedegradeerd tot kopbladen, wat weerstanden heeft gewekt.

Wegener is financieel redelijk stevig, het eigen vermogen dekt 45 procent van alle investeringen maar is met een omvang van 254 miljoen veel te klein voor een aankoop van Dagbladunie. Dat zal dus altijd in samenwerking met anderen moeten of met externe financiers.

Wanneer Wegener buiten de overneming van Dagbladunie blijft en dat bedrijf samengaat met De Telegraaf of PCM , ziet Wegener een versterkt blok landelijke dagbladen tegenover zich. De uitgever van regionale kranten zou dat kunnen merken in het gevecht om advertenties. In die positie zal Wegener zich niet graag willen laten manoeuvreren.

VNU

Het in Haarlem zetelende VNU is de laatste weken wat minder genoemd als mogelijke partner voor Dagbladunie. Misschien wel omdat het concern een voor VNU bijzonder aantrekkelijke brok uit de Dagbladunie-taart al kon verwerven zonder dat hele bedrijf te hoeven kopen. VNU kocht van de Dagbladunie het Brabants Nieuwsblad te Roosendaal, een krant met een verspreidingsgebied, dat aansluit bij dat van de VNU-kranten en dan speciaal De Stem.

De VNU-directie wekte gram bij het Brabants Nieuwsblad door meteen aan te kondigen die krant te laten fuseren met De Stem. Dat past evenwel in de VNU-traditie, die uitgaven primair als winstobject ziet. Fusies tussen regionale VNU-dagbladen in Limburg en in Midden-Brabant gingen De Stem en Brabants Nieuwsblad voor. Ook bij de exploitatie van week- en maandbladen toont de VNU dat de identiteit van een publikatie nogal eens moet wijken als de financiële cijfers tegenvallen.

Van alle vier Nederlandse uitgevers met belangstelling voor Dagbladunie is de VNU het minst een dagbladbedrijf. De regionale kranten, verschijnend beneden de grote rivieren en in een stukje van Gelderland, zorgen samen voor niet meer dan 21 procent van de concernomzet. Toch hebben die kranten een aandeel van 17,5 procent op de dagbladenmarkt en dat is meer dan Wegener. Dat bestrijkt geografisch echter een groter gebied.

VNU is heel sterk als uitgever van publiekstijdschriften met titels als Libelle, Margriet, Nieuwe Revu en Donald Duck. Het concern zit verder in bladen op het gebied van zakelijke informatie. Van veel belang voor de positie op de Nederlandse advertentiemarkt is het belang van 40 procent in RTL, de commerciële televisie. VNU zit ook in de Vlaamse commerciële TV.

Al vormen publiekstijdschriften het hart van het VNU-concern, al in een heel vroeg stadium heeft de directie interesse getoond voor Dagbladunie. VNU zal ongaarne een machtig blok tegenover zich zien maar er is ook een positiever benadering voor een overname. De regionale kranten van Dagbladunie in Zuid-Holland vormen een uitbreiding van de VNU-regio naar het centrum van het land. VNU is financieel sterk (626 miljoen eigen vermogen, dat is 55 procent van het balanstotaal) maar zal de Dagbladunie toch ook niet alleen aankunnen, tenzij er geld wordt geleend.

PCM

PCM is verreweg de kleinste onder de vier binnenlandse gegadigden met een marktaandeel van 12,4 procent op de dagbladmarkt. Aanvankelijk was deze uitgever - toen nog onder de naam Perscombinatie - hoofdzakelijk een krantenbedrijf met de dagbladen Het Parool, Trouw en de Volkskrant.

'Basisverbreding' bracht echter een expansie naar algemene en educatieve boeken. PCM omvat nu onder meer de algemene en educatieve uitgeverij Meulenhoff en bezit ook enkele gespecialiseerde educatieve uitgeverijen waarvan Thieme de bekendste is. Kranten maken nog ruim de helft van de concernomzet uit.

Qua eigendomsverhoudingen is PCM een buitenbeentje onder de vier. Zijn van de overige drie de aandelen genoteerd op de Amsterdamse effectenbeurs, PCM is eigendom van drie stichtingen, die waken over de identiteit van de drie uitgegeven kranten. Deze identiteit staat bij PCM hoog in het vaandel. Door middel van de uitgaven van de kranten wordt nagestreefd “een bijdrage te leveren aan de instandhouding van de pluriforme pers in een democratisch staatsbestel”. Een idealistisch uitgangspunt dus in plaats van het streven naar maximale winst.

Zonder winst kan de onderneming uiteraard niet. En mede omdat de drie stichtingen jaren lang genoegen hebben genomen met een zeer bescheiden dividend, bleef de meeste winst in het bedrijf. De verhouding tussen eigen vermogen en schulden is vrijwel even gunstig als bij De Telegraaf (de bezittingen zijn voor 68 procent gefinancierd met eigen vermogen). Alleen is de omvang van dat vermogen met 170 miljoen nog geen kwart van dat van De Telegraaf.

Op eigen kracht is PCM in de verste verte niet in staat om Dagbladunie over te nemen. Het bestuur heeft echter contacten met financiers en de Rabobank is in principe bereid bij te springen. Mocht PCM als kleinste er in slagen Dagbladunie over te nemen, dan ontstaat toch een machtig blok, dat met NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad alle landelijke dagbladen omvat behalve De Telegraaf. Vooral NRC Handelsblad en de Volkskrant zien elkaar als concurrenten en binnen de redacties van deze kranten bestaan reserves tegenover een samengaan binnen één concern. Valt PCM buiten de boot, dan krijgt het met name op de advertentiemarkt te maken met een machtig blok van ofwel Telegraaf/Dagbladunie of Wegener/Dagbladunie of een combinatie van deze drie.

Behalve de vier Nederlandse krantenuitgevers zijn er voor Dagbladunie nog veertien andere kapers op de kust, als we Reed Elsevier, de verkoper van Dagbladunie mogen geloven. Namen heeft Reed Elsevier niet genoemd maar volgens onbevestigde berichten zijn er de Frankfurter Allgemeine Gruppe en de Westdeutsche Allgemeine Zeitung onder. Ook de uitgever van de Belgische krant De Standaard is genoemd.

VERDER

Behalve de vier Nederlandse kranten uitgevers zijn er voor Dagbladunie nog veertien andere kapers op de kust, als we Reed Elsevier, de verkoper van Dagbladunie mogen geloven.

Namen heeft Reed Elsevier niet genoemd maar volgens onbevestigde berichten zijn er de Frankfurter Allgemeine Gruppe en de Westdeutsche Allgemeine Zeitung onder. Ook de uitgever van de Belgische krant De Standaard is genoemd.

mailIcon print |