NICOSIA - Een handjevol vrouwen in het zwart, de 'Dwaze Moeders van Nicosia', staan bij een semi-permanente kraam, onder een groot blauw zonnescherm. Hier, bij het voormalige Ledra-hotel, is de enige doorlaatpost in de Groene lijn, waar mensen onder strikte voorwaarden van het Turkse deel van Cyprus naar het Griekse deel kunnen en andersom.
Grote borden tonen bloederige taferelen, waarop in het najaar van 1996 door Turkse militairen gedode Griekse demonstranten te zien zijn. Op een tafeltje liggen folders met teksten, die toeristen waarschuwen voor het 'duistere' Turkse Noorden. Er zouden ernstige ziekten heersen en roofovervallen zijn ook aan de orde van de dag, zo lezen we. Maar het ergste van alles in de ogen van deze vrouwen is, dat Turkse grenswachten mensen vragen een verklaring te tekenen, waarin de bezoeker het illegale regime van Rauf Denktash erkent.
“Doe dat onder geen voorwaarde”, bezweert een oude weduwe in een duur zwart mantelpak, Elli 'N' Stavrou. Ze is eigenaresse van een goedlopende winkel in kant in Nicosia. Ze is klein van stuk maar desondanks pregnant aanwezig. Ze voert haar missie met een voortvarende opgewektheid uit. “Met al die handtekeningen hoopt Denktash erkenning af te dwingen voor zijn bezetting van het noorden.”
Weduwe Stavrou komt zelf uit het noorden. Ze had daar in Kyrenia een goedlopende winkel in kant. Ze verloor haar man tijdens de Turkse bezetting in 1974, maar weigerde aanvankelijk haar woonplaats te verlaten. Achttien maanden later werd ze met haar vijf kinderen gedwongen toch te vertrekken met achterlating van een grote hoeveelheid kostbaar kant, zo vertelt ze.
Ze wil terug en demonstreert daar geregeld voor, met de actiegroep, 'Vrouwen lopen naar huis'. Door gewaagde voettochten in de bufferzone hebben ze al snel het stempel Dwaze Moeders van Nicosia gekregen, naar de vrouwen die in Argentinië aanhoudend om aandacht voor vermisten vroegen. Zoals in alles op Cyprus is deze actie echter vele malen kleinschaliger en ongeregelder. Formeel zijn de vrouwen niet partijgebonden, maar hun opstelling is wel zeer Grieks.
Zeker op hoogtijdagen als vandaag, zondag, tijdens de eerste ronde van de presidentsverkiezingen op Grieks-Cyprus is Elli met een handvol andere vrouwen in het zwart bij de grens te vinden. Een krom oud vrouwtje met een grote wollen sjawl om haar hoofd, gaat met een mengsel van gekookte maïs, krenten en rijst rond, waarvan elke belangstellende ruim mag proeven. De meeste vrouwen dragen een ingelijst portret van een man of een zoon op de borst.
De vrouwen verwelkomen vandaag de groepen kiezers die uit het Turkse deel komen om te stemmen. Er wonen nog ongeveer zeshonderd Grieken en maronieten, van oorsprong Libanese katholieken, in het Turkse deel. Met bussen van het Rode Kruis waarop in het blauw geschreven staat dat de VN ervoor betaalt, worden de naar schatting 120 kiezers opgehaald en naar het Grieks Gymnasium in het zuidelijk deel van Nicosia gebracht, waar de stemlokalen zijn.
De regering van Grieks Cyprus biedt de kiezers ook nog een maaltijd aan, om daarmee te onderstrepen dat de Cyprioten in het noorden het arm hebben en dat het leven aan deze zijde vele malen beter en rijker is. Bedenkelijke charitas, niet alleen vanwege de propagandistische bedoelingen, maar ook omdat bij verkiezingen op Cyprus kleine aantallen stemmen de doorslag geven. De enkele honderden Turks-Cyprioten die nog in het Griekse deel wonen, mogen overigens niet stemmen. De door Engelsen, Grieken en Turken overeengekomen grondwet van 1960 bepaalt dat Turks-Cyprioten slechts een Turkse vice-president mogen kiezen en die functie is sinds de opsplitsing van het eiland in 1974 niet meer bezet.
Om de kiezers te weerhouden van een gang naar het zuiden heeft de Turks-Cypriotische regering van president Denktash besloten uitgerekend deze zondag een volkstelling te houden en daarbij iedereen opgedragen thuis te blijven. De telling is tevens bedoeld om de tienduizenden Turken, die zich na 1974 in Noord-Cyprus hebben gevestigd, tot Turks-Cyprioot te verklaren. De Griekse politie maakt weer dankbaar gebruik van die volkstelling om iedereen die naar het noorden wil tegen te houden.
Michael Kalatoutis, een oude man in een korte beige regenjas, keert na het stemmen terug uit het Hellenium Gymnasium en wacht op de bus die hem naar de lunch zal brengen. Hij is terughoudend en kan op vragen over de toekomst timide uitbrengen, dat hij hoopt dat het allemaal goed komt. Iets gretiger vertelt hij dat hij een maroniet is. Hij woont nu in Kormakites, een dorpje in het noordwesten van Cyprus, waar het leven als lid van een minderheidsgroep zwaar is.
'Dwaze moeder' Elli heeft op de 78-jarige Clerides gestemd. “Hij is slimmer en heeft de nodige ervaring om goede zaken voor Cyprus te doen. Als hij na de verkiezingen maar niet te veel concessies aan de Turken gaat doet.” Veel Grieken vrezen die concessies.
“Jullie moeten je best voor ons doen”, zegt Elli tegen een groepje toeristen, die van de Griekse politie rechtsomkeert moeten maken bij het Ledra-Hotel. “Vertel thuis de waarheid. Jullie kunnen zorgen dat de zon weer gaat schijnen aan de zwarte hemel van Cyprus.” Uit haar mond klinkt het niet eens pathetisch.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.