*

 
dossier

Archief

Hoffelijkheid

NICOLE LUCAS − 03/10/97, 00:00

'Alleen in de Middeleeuwen kon je doodgaan aan een goede dag' was even een doordenkertje. Maar verder waren de slogans waarmee de Vlaamse 'Orde van de Hoffelijkheid' vorige week poogde haar bijdrage te leveren aan 'de beleefdheid, hoffelijkheid en voorkomendheid in alle aard van kontakten' tamelijk recht voor zijn raap.

'Wees geen beer in het verkeer' leek mij in ieder geval voor zich spreken. 'Rijd de andere bestuurders of voetgangers niet van de baan. Beantwoord een voorrang die u wordt verleend met een handgebaar en een glimlach' vond de ter gelegenheid van de Hoffelijksweek verspreide brochure het echter nodig die laatste 'tip' toe te lichten.

Het is afwachten of het meer helpt dan de borden die met pakkende teksten als 'Ik zie mamma grager wat trager' en 'Mijn papa rijdt toch langzamer dan de jouwe' de automobilist tot het verminderen van de druk op het gaspedaal moeten aanzetten. Het mag gevoeglijk worden betwijfeld.

Want niet alleen wat betreft corruptie steekt België Italië naar de kroon. Ooit geprobeerd links af te slaan, terwijl van rechts vijf banen automobilisten komen aanstormen die de Brusselse Wetstraat verwarren met het circuit van Francorchamps ? Ik niet, maar de vrachtwagen die achter me stond vond dat volstrekte onzin. De chauffeur stak zijn ongenoegen over mijn laffe gedrag dan ook niet onder stoelen of banken.

Het Belgisch verkeer eist dagelijks 34 doden en zwaargewonden. Aan een verklaring daarvoor waag ik me (nog) maar niet. Maar het Engelstalige weekblad The Bulletin suggereerde deze week dat het komt omdat hier pas sinds 1967 zoiets als een rij-examen bestaat. Daarvoor waren een bezoek naar het gemeentehuis en een paar honderd francs genoeg om je legaal achter het stuur te kunnen zetten.

Waar zoveel blik elkaar naar het leven staat, is de fietser vogelvrij. Ik had dat natuurlijk al kunnen weten toen mijn Italiaanse huisbaas een meewarig 'Ach ja, een Hollander' ontsnapte toen hij een tweewieler ontwaarde in de verhuiswagen. Of toen mijn verzekeringsagent ineens een treurige blik in zijn ogen kreeg toen hij naar mijn middelen van vervoer informeerde en me vervolgens met een grafstem de aanschaf van een rechtsbijstandsverzekering adviseerde.

Echt argwaan kreeg ik echter pas bij bestudering van het boekje 'Fietsen door Brussel' waarin de stichting Pro Velo middels 12 tochten een andere manier om de Belgische hoofdstad te ontdekken propageert. De Vlaamse minister van Brusselse aangelegenheden schreef een voorwoord. “Fietsen door Brussel”, luidt het opgewekt, “Je doet het voorlopig nog het best op zondag”.

Misschien kwam het omdat ik het op een vrijdag voor het eerst probeerde. Maar met kloppend hart en helemaal bezweet stond ik na een kwartier weer voor de deur. Toegegeven, keitjes en een vaak meer dan lichte glooiing maken fietsen hier wat inspannender dan in Neerlands vlakke land. De oorzaak van het fysieke ongemak was echter vooral ergens anders gelegen.

De regel 'recht doorgaand verkeer gaat voor afbuigend verkeer' lijkt hier nog in het examenprogramma te moeten worden opgenomen. Ik zit nu te twijfelen over een 'workshop' van datzelfde Pro Velo 'voor diegenen die aarzelen zich in het strijdgewoel te storten of in het verleden akelige ervaringen hebben opgedaan'.

Ondertussen loop ik veel. Dat gaat goed. Alleen bij zebra's is het oppassen geblazen. Sinds 1 april vorig jaar kent België een wet die automobilisten verplicht vaart te minderen in de buurt van de zwart-witte strepen. Helaas schijnen velen te denken dat het om een aprilmop gaat.

De orde van de Hoffelijkheid zal overigens in november een oorkonde uitreiken aan chauffeurs die zich goed hebben gedragen. De selectieprocedure houdt de jury zorgvuldig geheim.

mailIcon print |