Egon Ronay vindt het eten op Schiphol vies. En ook op de vliegvelden van Frankfurt en Parijs heeft hij niet lekker gegeten. Kleffe croisants, lauwe koffie, dus de toonaangevende restaurant-recensent gauw weer naar huis, naar Engeland. Gebied waar de Nederlandse toerist vaak werd getrakteerd op slappe koffie, waterige stews en gifgroene erwten als knikkers zo groot. Moeten we ons dan wel iets aantrekken van meneer de fijnproever Egon Ronay?
Toch wel. Niemand gaat immers voor z'n lol op Schiphol eten (dat doe je slechts om de tijd te doden, en je goede smaak bovendien) en Ronay weet gewoon waarover hij het heeft. De man kookte zelf als chef van keukens te Boedapest (hij is Hongaar van geboorte) tot het exclusieve Dorchester Hotel in Londen; hij is overladen met met Franse culinaire prijzen, runde een serie restaurants, schreef jarenlang in onder andere the Daily Telegraph over toerisme in het algemeen (van skioorden tot Griekse eilanden) en over uit eten in het bijzonder.
Vanaf 1976 publiceert hij zijn beroemde Egon Ronay Guides en die brengen je, juist op de Britse eilanden en in Ierland, precies in de leukste pub, het gezelligste hotel en het beste restaurant. Iets minder verfijnd dan 'monsieur Michelin' wellicht, maar minstens zo betrouwbaar en gezaghebbend.
Zin in een spinaziesoepje met knoflookcroûtons, zo ter hoogte van het dorpje Llanigon te Wales? Rij maar achter Ronay aan, hij brengt je feilloos naar 'The Blue Boar Inn' in het naburige Hay-on-Wye. En de soep is inderdaad goed. Zó'n man mag best iets zeggen over de beroerde kwaliteit van luchthavenvoedsel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.