*

 
dossier

Archief

Onrust en irritatie volgen op swingend spel Oranje

Door: redactie − 23/01/96, 00:00

BARCELONA (ANP) - Even leek het olympisch toernooi voor de hockeyers ver weg na de ontluisterde nederlaag tegen India. Het pijnlijke verlies werd evenwel binnen 24 uur gecorrigeerd. Oranje swingde gisteren in Barcelona tegen Maleisië in de eerste helft als Ajax over het kunstgras en nam met vier doelpunten royaal afstand. Na de rust sloegen de irritatie en wrevel toe in de nationale ploeg, 4-1.

Door de overwinning kwam de kwalificatie voor Atlanta niet in gevaar. “Dit was een belangrijke wedstrijd voor ons”, zei aanvoerder Delissen. “Zeker na de nederlaag tegen India. Wij hadden een tikje opgelopen. Bij verlies hadden we een toernooi gekregen als de vrouwen in Kaapstad. Die bingo moesten we vermijden.” De vrouwen gingen in Zuid-Afrika door de hel en stelden het olympisch startbewijs pas veilig in het slotduel.

Voor bondscoach Oltmans vormde de zege het bewijs dat zijn ploeg veerkracht en karakter bezat. “India was een uitglijder, een incident. Dat bewezen de jongens tegen Maleisië. Onze eerste helft was de beste in maanden. In de tweede verloren we het ritme door de gele kaart van Van Wijk. Daarna joegen we niet meer op de vijfde treffer. We sprongen bewust zuinig met de energie om, tikten de wedstrijd geroutineerd uit.”

Toch moet Oltmans even achter zijn oren hebben gekrabd na het verbale oorlogje tussen Delissen en Crucq. De aanvoerder voegde zijn voorstopper kort voor de tegentreffer in de 63e minuut toe, dat die maar beter naar huis kon gaan. “Ik raakte geïrriteerd”, gaf Delissen toe. “We speelden niet goed in de tweede helft, misschien wel slecht zelfs. Ik reageerde me af na een fout van Crucq. Dom, maar dat kan gebeuren in het vuur van de wedstrijd.”

Waakvlam

Het vuur was toen al lang gedoofd, het duel stond hooguit nog op een waakvlammetje. “Overbodig”, vond Crucq de opmerking van Delissen. “Hij mag aanvoerder zijn, maar dat geeft hem niet het recht zo uit te halen.” De verdediger verbond er voorlopig geen consequenties aan. Voor verdediger Klein Gebbink kwam de confrontatie niet als een verrassing. “Onbewust groeien er ongezonde, onderhuidse spanningen in de ploeg. Er worden al langer opmerkingen gemaakt die absoluut niet door de beugel kunnen.”

Een eerste slachtoffer daarvan leek Teun de Nooijer. De jonge, talentvolle aanvaller had gisteren een baaldag. Het Nederlands elftal kon hem worden gestolen. Hij stond nog geen tien seconden in het veld of hij werd door Delissen explosief hard aangepakt. “Ik deed mijn shirt nog in mijn broek en ik was al het mikpunt.” De introverte Bloemendaler had het er zichtbaar moeilijk mee.

De irritatie en wrevel verdreven de spelvreugde, die de ploeg in de eerste helft naar ouderwetse hoogte deed stijgen. “Wij speelden extreem goed”, vond Delissen. Het spel deed de aanvoerder denken aan het WK in Sydney. “Dat was het beste Oranje ooit. Deze helft tegen Maleisië was ermee vergelijkbaar.” Zonder Van Pelt (knie- en enkelblessure), met Delmee op zijn plaats en de teruggekeerde Van der Wal (duimbreuk tegen Canada) maakte Nederland een gedreven indruk.

Van den Honert verzilverde in de zevende minuut de eerste strafcorner en binnen het half uur stond het 4-0 door doelpunten van Veen (2) en Brinkman. Maleisië, getraind door Knapp, assistent van Duitse bondscoach Lissek, stond met de rug tegen het eigen doel en kwam slechts twee keer in de Nederlandse strafcirkel.

Na de rust sloop de nonchalance langzaam maar onmiskenbaar in de ploeg. “De vijfde treffer bleef te lang uit”, vond doelman Jansen. “Toen die niet viel, werd er niet meer gejaagd. De concentratie verdween. De ploeg werd gemakzuchtig.” Die houding werd Oranje niet fataal, maar wekte wel de onrust op binnen de eigen gelederen.

mailIcon print |