WILLEMSTAD - Het kanon is geladen, het bastion gerestaureerd en ook andere verdedigingswerken zijn zo goed mogelijk in de oude staat hersteld. Willemstad is weer op en top vestingstad. Prins Maurits zou tevreden zijn geweest. En daarom is staatssecretaris Aad Nuis van cultuur vandaag erbij als de lont in het kanon gaat.
Historische verdedigingswerken en archeologische monumenten staan op de Open Monumentendag van dit jaar speciaal in de schijnwerpers. Willemstad heeft er hard aan getrokken om het opkalefateren van bastion Groningen vandaag gereed te krijgen. Het is een van de zeven bastions van het stadje en vanwege de ligging aan het water een van de belangrijkste bolwerken in de verdediging.
Ruim vierhonderd jaar geleden, in 1583, gaf Willem van Oranje opdracht in de noordwesthoek van Brabant een vesting aan te leggen 'tot bewaernisse van den Brabantschen ende Hollandschen stroom', om het scheepvaartverkeer op het Hollandsch Diep te controleren. Daarnaast moest de vooruitgeschoven vesting vijandelijke troepen verhinderen vanuit Brabant over te steken naar Holland. Het polderdorpje Ruigenhil zou, zo was 'met Gods hulp besloten', tot een stad worden uitgebouwd: Willems stad. Na de dood van de prins van Oranje nam zijn zoon Maurits het plan over en werden de aarden wallen opgeworpen - in de vorm van een zevenpuntige ster, met een poort aan de landzijde en een toegang aan de waterkant.
Eeuwenlang heeft de vesting haar diensten bewezen, in 1783 werd aan de opmars van de Franse troepen een halt toegeroepen. De eerste verdedigingswerken werden onder invloed van de nieuwe wapensystemen en oorlogstechnieken in de loop der tijd aangepast en uitgebreid. Er kwamen meer forten aan weerskanten van het water in Willemstad. Zelfs in 1874 werd de verdediging nog versterkt en kreeg Willemstad een centrale rol in de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak. Het garnizoen met voornamelijk Hollandse militairen bepaalde het beeld in de stad. Willemstad was in feite een Hollandse enclave op Brabantse bodem - dat verklaart ook de vrijwel volledig protestantse bevolking.
Na de Eerste Wereldoorlog vertrok het garnizoen en in 1926 werd de vestingfunctie van Willemstad ook officieel opgeheven. Daarmee kwam ook een einde aan de situatie dat de stad 'geklemd in haar veste' was: er kon eindelijk buiten de wallen gebouwd worden. In tegenstelling tot veel andere vestingsteden in Nederland bleven de verdedigingswerken behouden. De Duitsers hebben er in de Tweede Wereldoorlog nog van geprofiteerd: in de aarden wal kwamen een paar grote geschutsbunkers, munitiebunkers, een luchtdoelgeschut en onderkomens voor soldaten en één bastion werd waarnemingspost. Hoewel Willemstad niet in de frontlinie heeft gelegen, liep zij veel schade op.
In 1970 werd de complete vesting tot beschermd stadsgezicht verklaard, waarmee een aanzet werd gegeven tot herstel van het stadje. Willemstad (3300 inwoners van wie er duizend binnen de wallen wonen) wil met grote nadruk weer vestingstad zijn. Het Arsenaal, het wapenmagazijn uit 1793, is na jarenlange bouwval door een particulier gerestaureerd. Het Mauritshuis, het oude garnizoen, is prachtig opgeknapt en fungeert nu als gemeentehuis. Er zijn twee kruithuizen die een zinnige bestemming hebben gekregen. Fort De Hel, enkele kilometers buiten de stad, is gerestaureerd en toegankelijk gemaakt. Voor herstel van de achtkantige Koepelkerk (1607), de eerste in Nederland voor de protestanten gebouwd, is een grote actie in gang gezet. Een bunker wordt gebruikt voor wijnopslag. De restauratie van bastion Groningen wordt vandaag afgerond, die van de particuliere d'Orange Molen (1793) is nog gaande en er zijn plannen voor herstel van nog twee bastions.
Het is leuk om in een gaaf oud stadje te wonen. Daar komen dan ook veel mensen op af. “Dat is natuurlijk heel prettig”, zegt gemeentesecretaris S. Nieuwkoop. “Maar het heeft ook veel neveneffecten, zoals verkeer- en parkeeroverlast, vandalisme, druk op de horeca. Dat vraagt om maatregelen. De auto's blijven nu op zaterdagavond en zondagmiddag buiten de vesting om de situatie leefbaar te houden. Soms zijn er op zaterdagavond meer mensen van buiten dan inwoners in de stad. We willen niet ongastvrij zijn, we willen het leuk houden. Aan het rivierfront is parkeerplaats genoeg. En Willemstatters kunnen op zondagmiddag weer rustig fietsen.”
Het woon- en leefklimaat wordt in het weekeinde stevig op de proef gesteld door de toevloed van toeristen. Inwoners ondervinden dan nogal eens overlast van de kroegen, de politie is sinds het eigen bureau bij de reorganisatie is opgeheven vaak in geen velden of wegen te zien. “Dat wordt door de bevolking als een slechte zaak ervaren”, zegt Nieuwkoop. “Op zo'n concentratie van mensen geeft dat spanningen en uitwassen. Jongelui die in de haven springen of een boot losgooien en zo. En dat willen we niet.”
Het havenfront is inmiddels stevig opgeknapt en er komen meer plannen om de aantrekkelijkheid voor de toerist te vergroten en toch de 'gastvrijheid' te behouden. Nieuwkoop: “Er moet een harmonie gevonden worden waarin het wonen en werken in een stad met zoveel gebouwen van 400 jaar elkaar verdragen. Dat moeten we regelen in vergunningen, in handhaving van de openbare orde, in verkeersmaatregelen. Zo'n vesting als Willemstad neemt ook in de regio een belangrijke plaats in, daar moet je zuinig op zijn. Wij krijgen een aanvullende uitkering uit het het Gemeentefonds vanwege het historische karakter: daar besteden we het ook aan, daarom restaureren we bastion Groningen.”
Het is nodig ook, hoor je Willemstatters zeggen, want er is gevaar: de vesting wordt nu van een andere kant bedreigd. Er zijn plannen om een slibdepot in het Hollandsch Diep aan te leggen, pal voor de vesting. Willemstad gruwt daarvan, vanwege de gevaren voor de scheepvaart en omdat het beschermde riviergezicht wordt aangetast. Misschien komt het kanon weer van pas.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.