*

 
dossier

Archief

Korpschef Hessing weigerde baan als hoofd van de BVD

Door: redactie − 13/01/96, 00:00

Van een onzer verslaggevers ROTTERDAM - De Rotterdamse korpschef R. Hessing is vorig jaar gevraagd hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) te worden, als opvolger van mr. A. Docters van Leeuwen, die voorzitter werd van het college van procureurs-generaal.

Hessing weigerde. Vervolgens werd vice-admiraal N. Buis benoemd bij de BVD. Kort daarna kreeg de hoofdcommissaris de baan van secretaris-generaal van het ministerie van defensie aangeboden. Ook voor die post bedankte hij.

Hessing had in 1994 laten weten dat hij 'binnen afzienbare tijd' iets anders zou willen gaan doen. Volgens A. Geelof, woordvoerder van de politie in Rotterdam, wil Hessing na zeven of acht jaar korpschef in Rotterdam te zijn geweest iets anders, “maar die termijn is nog niet verstreken.”

Burgemeester B. Peper van Rotterdam weerspreekt berichten dat er sprake zou zijn van een slechte verstandhouding tussen hem en Hessing. “Volstrekte flauwekul. Als dat zo zou zijn, zou Hessing toch echt één van de interessante banen die hem zijn aangeboden, wel hebben aanvaard.”

Peper ziet geen directe relatie tussen de pogingen vanuit Den Haag om voor Hessing ander werk te vinden en het werk van de commissie-Van Traa. “Hessing is volgens mij ook nooit gehoord in de IRT-zaak.”

Intussen is er wel sprake van enig geduw en getrek binnen de top van de Nederlandse politie. Vanuit het ministerie van binnenlandse zaken wordt al geruime tijd gesproken met 'ruim honderd hogere politiefunctionarissen' over een andere functie, aldus een woordvoerder van het ministerie. Maar ook hij zegt met stelligheid dat die gesprekken los staan van het werk van de commissie-Van Traa.

Volgens Binnenlandse Zaken gaat het hier om bestaand personeelsbeleid, het Management Development. Er wordt daarbij nagegaan of er reden is hogere politiemensen op een andere functie te zetten.

Crisis

In het kader van een recente studie over het functioneren van de politie, uitgevoerd door de Stichting Maatschappij en Politie (waarin hoge functionarissen die betrokken zijn bij de politie nadenken over de toekomst), pleitte de directeur-generaal openbare orde en veiligheid van binnenlandse zaken mr. H. Borghouts, voor “een hogere leergang voor de politietop”. “De kwaliteit is goed, maar er is een slechte situatie, omdat mensen aan de top niet kunnen zeggen welke officieren uit de sub-top hen straks gaan opvolgen.” Mr. A. C. 't Hart, hoogleraar straf- (proces)recht in Leiden, zei bij diezelfde gelegenheid: “Er is inderdaad een crisis. Er valt veel aan te merken op het leidinggeven bij de politie.” En mr. B. Staal, oud-politiechef, thans lid van de Eerste Kamer voor D66: “Justitieel en politioneel Nederland vergaderen zich suf en komen niet aan dagelijkse leiding toe. Je moet leiding geven, maar men heeft het zicht op de basis verloren.”

mailIcon print |