*

 
dossier

Archief

Ruslands mening moeilijk te peilen voor buitenwereld

FRANS DIJKSTA − 20/02/97, 00:00

MOSKOU - Na alle Russische ketelmuziek over de dreigende uitbreiding van de Navo, was de regering in Moskou gisteren heel behoedzaam over het Amerikaanse aanbod om een gezamenlijke brigade op te richten. Officieel viel er geen reactie te noteren. Alleen een generaal klapte uit de school, maar anoniem.

Rusland is bereid het voorstel “te bekijken”, zei een hooggeplaatste bron binnen de generale staf van de Russische strijdkrachten tegen persbureau Interfax. Zelfs die supervoorzichtige opmerking was teveel voor de minister van buitenlandse zaken. Ik heb niemand toestemming gegeven dat te zeggen, reageerde Primakov. Pas als hij vandaag zijn Amerikaanse collega Madeleine Albright heeft ontvangen, wil hij zelf iets zeggen.

Ongewild gaf de minister een blik op de moeizame communicatie binnen de Russische regering. Pratend over de officier die zijn mond voorbij sprak, hield Jevgeni Primakov een slag om de arm: “Ik ben er niet zeker van of de president of de premier hem toestemming hebben gegeven.” Vervolgens legde Primakov uit dat volgens een presidentieel decreet het buitenlands beleid wordt gevoerd “door de president zelf, de premier, de minister van buitenlandse zaken en de mensen die door hen daartoe worden aangewezen.”

Die troebele organisatie maakt het voor de buitenwereld moeilijk te schatten wat Rusland eigenlijk wil. Met de uitbreiding van de Navo voor de deur, weet het Westen nog steeds niet hoe hard het verzet en hoe echt de bezwaren zijn.

Zijn de regering en de militairen echt opnieuw bevangen door het aloude “omsingelingscomplex”? Regeringsfunctionarissen spreken elkaar voortdurend tegen of Moskou zich bedreigd voelt of niet. Zelfs als je luistert naar één man, minister van defensie Igor Rodionov, krijg je geen hoogte van zijn opvattingen.

Eerder deze maand antwoordde hij kort maar duidelijk op de vraag of de uitbreiding van de Navo de nieuwe militaire doctrine van Rusland zal beïnvloeden: “Nee.” En vervolgens: “Wij hebben onze problemen, de Navo moet haar eigen problemen oplossen.”

Het leek alsof hij zei: de Navo gaat haar gang maar. Toch is dat de vraag. Dezelfde minister schreef onlangs in een vriendelijke brief bij de oprichting van een religieuze organisatie dat “het leger en de kerk de enige krachten zijn die de militair-geestelijke expansie kunnen tegenhouden”. Die niet nader aangeduide expansie komt ongetwijfeld uit het Westen.

Terwijl de rest van de christelijke wereld kerstmis vierde, stelde deze orthodox-christelijke minister in een rede dat de voormalige Sovjet-Unie opnieuw omsingeld is door vijanden; Turkije, Iran, Pakistan, Japan en China zouden hun invloed willen uitbreiden ten koste van de ex-USSR. Maar de ernstigste bedreigingen waren volgens hem de groeiende macht van de VS en de uitbreiding van de Navo.

Rodionovs woorden werden amper opgemerkt. Ten onrechte, vindt defensiejournalist Aleksandr Golts, tot voor kort werkzaam bij de legerkrant Rode Ster. “Onze buitenlandse partners zijn blijkbaar gewend aan vermetele verklaringen van Russische politici en schenken er geen aandacht meer aan. Maar laten we ons eens voorstellen wat er voor hysterie zou uitbreken in Moskou als de Amerikaanse minister van defensie zou verklaren dat Rusland een potentiële vijand is.”

Madeleine Albright zal zich vandaag in alle bochten wringen om de Russen ervan te verzekeren dat er geen greintje vijandschap schuilt in de Navo-plannen. Maar het zal moeilijker voor haar zijn het Russische antwoord op zijn waarde te schatten.

mailIcon print |