SARAJEVO - Overal in Bosnië-Herzegovina hangt de geur van verf en witkalk en klinken geluiden van hamers. Vooral in het deel van de Federatie waar de Kroaten en moslims wonen, beginnen de honderden miljoenen aan hulp voor de wederopbouw zichtbare resultaten op te leveren.
Veel kantoren, scholen, winkels en woningen staan te blinken tussen kapot geschoten gebouwen die er ook nog altijd zijn. Zelfs in de Republika Srpska begint het werk op gang te komen, na lang aarzelen van de Bosnische Serviërs die zich verzetten tegen het vredesproces.
Hoewel op veel plaatsen de terugkeer van vluchtelingen wordt tegengewerkt door de lokale overheden, laten veel Bosniërs zich niet meer tegenhouden. Wie kan trekt zijn eigen plan en gaat naar huis. De bewegingsvrijheid heeft een geweldige impuls gekregen sinds de invoering van een uniform nummerbord voor alle landstreken.
Het is op de weg sinds enkele maanden niet meer te zien wie, waar vandaan komt. Iedereen rijdt tegenwoordig overal heen, het wagenpark is weer op een vooroorlogs peil en er wordt al geklaagd over files.
Schoolhoofd
In het plaatsje Odzak in de enclave Bosanska is het noordoosten van Bosnië groeit het aantal inwoners met de dag. Het schoolhoofd klaagt erover dat hij niet weet hoeveel leerlingen hij heeft omdat er elke dag nieuwe bijkomen. De laatste telling was 1100, maar inmiddels zullen het er wel 1200 zijn, zegt de Kroaat Luca Juvic die de school leidt.
Voor de oorlog woonden er een half miljoen mensen in Bosanska. Bosniërs, Kroaten en moslims hielden elkaar met dertig procent keurig in evenwicht. Toen de Serviërs oprukten hebben Kroaten en moslims even geprobeerd het Servische leger tegen te houden, maar uiteindelijk viel het gebied in handen van de Serviërs.
Het hardnekkige gerucht wil dat de Kroaten, op gezag van Zagreb, de streek zonder veel strijd aan de Serviërs hebben gelaten, die vervolgens makkelijk konden doorstoten naar het noordwesten. Het past in het verhaal van de deal tussen Belgrado en Zagreb over de verdeling van Bosnië tussen beide landen.
Maar bij de vrede van Dayton is het gebied teruggegeven aan de Federatie en zo ligt er nu een enclave waar voornamelijk Kroaten en weinig moslims wonen, temidden van Bosnisch Servië.
De school is opgeknapt met Deense miljoenen. Het meubilair, de computers en de tv's, zijn door Nederland geschonken. De school is formeel multi-etnisch, maar de kinderen krijgen wel allemaal les in de Kroatische taal, Kroatische aardrijkskunde en Kroatische geschiedenis, ook de moslimkinderen, Serviërs zijn er niet. Schoolhoofd Luka Juvic excuseert zich daar een beetje voor. “Het onderwijsprogramma wordt van hogerhand vastgesteld, op kantonaal niveau, waar een ruime meerderheid van Kroaten de dienst uitmaakt.”
Het onderwijs in de eigen taal en cultuur is een van de zaken waar de Kroaten zich erg druk over maken. “Minder dan nu willen we niet”, zegt het schoolhoofd. Achter hem hangt de roodwitte ruit van de Kroatische vlag. De Blauwe vlag met gele driehoek en een rijtje sterren, die voor heel Bosnië geldt, staat op een stokje in de boekenkast verscholen.
Toch gaan de Kroaten en moslims hier redelijk met elkaar om. De verwachting is ook dat de gematigde Kroatische partij van Kresimir Zubak in deze streek tijdens de verkiezingen dit weekend een redelijke uitslag zal behalen. Ten koste van de harde lijn van de door Zagreb gedirigeerde HDZ.
Gehuchten
De moslims in Bosanska wonen bij elkaar in gehuchten, enclaves in de enclave. Ook hier zijn bouwvakkers bezig woningen op te knappen. Nieuwe daken, nieuwe ramen, nieuw stucwerk, het is voor twintig- dertigduizend gulden per woning te doen. De huizen zijn behoorlijk beschadigd en niet eens zozeer door het oorlogsgeweld. Ze zijn door de Serviërs vernietigd na het akkoord van Dayton, waarin werd vastgelegd dat de woningen aan de moslims en Kroaten moesten worden teruggegeven.
De mensen zelf zijn niet wraakzuchtig meer. Kroaten, moslims en Bosnische Serviërs hebben hier onlangs zelfs een akkoord gesloten om woningen te ruilen. Ieder terug naar zijn eigen woning in zijn eigen gehucht. Er waren zelfs plannen om elkaar met verhuizen te helpen, maar de zaak moest worden afgeblazen, omdat de politieke leiders van de drie entiteiten er een stokje voor staken. Vooral de Republika Srpska verzet zich met hand en tand. Het is exemplarisch: waar politici en extremisten terugtreden of door de internationale gemeenschap worden gemuilkorfd, kunnen de burgers elkaar wel vinden.
Latifa, een oude moslimvrouw, zit voor haar huis onder een dak van druivenranken. Ze is net één maand terug uit Servië waar ze gedurende de oorlog bij haar Servische schoonfamilie moest overleven. Haar huis heeft een nieuw dak, nieuw stucwerk maar nog geen ramen. Het stenen schuurtje dat wel wind- en waterdicht is, dient als tijdelijke woning. Ze schenkt koffie en de oude buurvrouw, die al een tijdje over het hek heeft gehangen, schuift aan. Zo was het ook voor de oorlog.
Tranen
Het lijkt een genoeglijke tijd vol optimisme, deze periode van terugkeer en wederopbouw, maar dat is een vergissing. Er rollen zelfs tranen. “Pas nu beseffen we dat alles nooit meer hetzelfde wordt. Tijdens en na de oorlog waren we verdoofd, maar nu we terug zijn zien we hoe groot de verwoesting is. En de mensen zijn veranderd, door alles wat er is gebeurd. Nee, wat was komt niet meer terug.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.