*

 
dossier

Tuinrubriek

Struiken en zelfs bomen zijn op te voeden tot heg

Nicolien van Doorn − 18/09/10, 00:00

Die saaie hagen van liguster en taxus kennen we nu wel. Denk daarom eens aan een omheining van bottelrozen of watercipressen.

  • Vuurdoorn. (Trouw)

Het leuke van een verblijf in het buitenland is dat je nieuwe ideeën opdoet omdat je uit je vertrouwde omgeving weg bent. Wat etenswaren en drankjes betreft hebben we dat allemaal wel eens meegemaakt, maar ook tuinen kunnen een bron van inspiratie zijn.

Vorige week was ik in het midden van Frankrijk, en wat me daar opviel was dat de tuinen er zo anders uitzien dan bij ons. Behalve dat er voor bijna elk huis een groepje canna’s en een bananenboom staan, waren er ook verschillen die eerder met smaak te maken hadden dan met klimaat. Zo stonden de Franse tuinen vol met begonia’s, goudsbloemen en vlijtige liesjes – allemaal planten die er bij ons niet meer in komen omdat we ze schreeuwerig en ouderwets vinden.

Maar het meest opmerkelijke was nog wel dat sommige planten heel anders worden gebruikt dan bij ons, zodat je ze bijna niet herkent. Zo zag ik vuurdoorns die als haag waren aangeplant, en wat een pracht van een hagen waren dat, met die feestelijke rode, gele en oranje vruchtjes! Wanneer ik bedenk hoeveel vogels er alleen al in die ene vuurdoorn van mij (ja ja, net als bij jullie heel geijkt naast de voordeur) zitten, dan kan ik me goed voorstellen hoeveel er op zo’n smakelijke heg af zullen komen. Die ook nog lekker stekelig is, zodat hij dieven, katten en ander ongewenst volk buiten de tuin houdt.

Bij het zien van die vuurdoornhagen realiseerde ik me dat de tuinierende mens vooral planten in zijn tuin zet waaraan hij is gewend, enkel en alleen omdat hij die dag in dag uit om zich heen ziet. Vroeger werden Nederlandse tuinen standaard omheind met ligusters, daarna deden de leylandcipressen hun intrede en tegenwoordig planten we taxus, laurierkers, thuja, beuk of haagbeuk. En buxus uiteraard, voor de lage heggetjes. We doen dat eensgezind, gewoon omdat iedereen het doet.

Maar waarom zouden we onze tuin niet eens met iets heel anders afpalen? Naast de vuurdoorn valt dan te denken aan de duindoorn, een struik met prettige eigenschappen. Behalve dat hij een waardplant is voor bepaalde vlinders, heeft hij zilvergroen blad en prachtige bessen die supergezond zijn. Om bessen te krijgen hebben de vrouwelijke planten wel een mannetje nodig, maar een op de acht is meer dan genoeg. Vanwege de venijnige stekels zijn de bessen moeilijk te oogsten, maar als je ze laat zitten kun je er evengoed plezier van hebben. Na een vorstperiode kunnen de vruchten namelijk gaan gisten en omdat veel vogels er dol zijn, zijn er bij duindoorns vaak kramsvogels en lijsters te zien die ladderzat op hun pootjes staan te tollen.

Naast al deze leuke kanten heeft de duindoorn ook een nadeel: hij kan niet tegen vruchtbare tuingrond en doet het alleen op humusarme, kalkrijke, zonnige zandgronden. Wat er op neerkomt dat hij het eigenlijk alleen aan de kust naar zijn zin heeft.

En daarmee zijn we beland bij een wezenlijk punt: het neerzetten van een heg is geen kwestie van struiken kopen, gat graven en planten maar! Je zult eerst moeten bedenken waar hij voor dient. Moet de heg zo dicht zijn dat er geen inkijk mogelijk is, of mag wat losser ook? Mogen de struiken ’s winters hun blad verliezen of moeten ze groen blijven? En, evenmin onbelangrijk: op welke grondsoort komen ze te staan?

Zijn al deze vragen beantwoord, dan zijn de mogelijkheden vrijwel onbeperkt. Er zijn maar weinig heesters die zich niet lenen voor een haag, en er zijn zelfs bomen die kunnen worden opgevoed tot gezeglijke heggen. Wilgen met de voorvoegsels geoord, bos-, kat-, amandel- en bitter fungeren prima als omheining van een tuin. Zoals ook vlier, lijsterbes, wilde appel (Malus sylvestris), veldesdoorn en zwarte els er geen enkel bezwaar tegen hebben om als heg te dienen. Zelfs de watercipres (Metasequoia glyptostroboides) kan op die manier worden aangeplant. Bedenk alleen wel dat hij, als je hem vergeet te snoeien, dertig meter hoog kan worden.

Heggeplanten die het hele jaar groen blijven zijn de glansmispel (Photinia) en de olijfwilg (Elaeagnus x ebbingei). Aan de overkant van het Kanaal wordt de olijfwilg ook wel ’Ugly Agnes’ genoemd omdat hij er nogal rommelig uit kan zien, maar als je Agnes regelmatig snoeit blijft ze keurig in model.

Is er ruimte genoeg in de tuin, dan kun je overwegen een gemengde heg neer te zetten met struiken die van februari tot september bloeien en daarna nog een tijdje doorgaan met bottels vruchten. Veel dieren, vlinders en vogels doe je een groot plezier met zo’n beschermende en voedzame rij struikrozen, bramen, kardinaalsmutsen en Gelderse rozen, om er maar een paar te noemen.

De romantici onder ons zouden een heg van bottelrozen kunnen planten. Eerst geniet je maandenlang van de rozen en daarna komen er dan ook nog van die prachtige bottels aan. Als je van zuur houdt zijn ze best lekker. Zo niet, moet je ze eerst tien minuten koken en als je dan toch bezig bent kun je er net zo goed meteen jam, soep, chutney, thee of siroop van maken.

Ben je iemand die het aan het eind van de winter helemaal gehad heeft met kaal en levenloos, dan kan een rij vroegbloeiende gele kornoeljes (Cornus mas) een goed idee zijn. Of een forsythia. Typisch zo’n struik waarbij je misschien niet meteen aan een heg denkt, maar probeer het spetterende schouwspel eens voor je te zien dat zo’n knalgele heg in het voorjaar oplevert!

Toegegeven, de rest van het jaar zijn forsythia’s slaapverwekkend saai. Maar dat zijn leylandcipressen en buxussen ook.

mailIcon print |