*

 
dossier

Tuinrubriek

Wie in het jaar van de egel het dier wil zien, moet snel zijn

Mieke Dijt − 11/09/09, 23:00

Een week geleden stak voor mijn auto een jonge egel de weg over. Ik stapte uit, boog me over het beestje en prikte mijn vinger, voorzichtig. Toch wel scherp.

  • (FOTO ROLLIN VERLINDE )

Hij had zich volledig opgerold tot een stekelige bal; het enige zoogdier dat zoiets kan. Ik wikkelde hem in een doek en bracht hem naar de bosjes, hopend dat hij niet opnieuw het asfalt op zou zoeken.

Het was duidelijk een noodsituatie. Als dat niet zo was geweest, dan zou het volgens de wet verboden zijn het beschermde dier te verstoren – ik had hem niet mogen pakken, verplaatsen of houden.

Maar nu zette het verbod hierop zich om in een zorgplicht. Die reikt niet zo ver dat een gewond dier mee naar huis genomen mag worden om het te verzorgen. Voor gewonde dieren kan de dierenambulance ingeschakeld worden, of de egelopvang. Tenzij zich een noodsituatie voordoet, gebiedt de wet inheemse wilde diersoorten met rust te laten.

Egels voeren mag dan weer wel. Kattenvoer of hondenvoer – een klein beetje, dat vinden ze lekker. Geen melk, want daar krijgen ze diarree van, egeldiarree. Een schoteltje met water is beter. Slakken eten ze ook met plezier op. Van de slijmerige beesten en andere insecten leggen ze drie tot vier centimeter lange zwarte keutels. Die verraden de aanwezigheid van egels.

Ik zie ze vrijwel nooit. De egel is weliswaar een nachtdier, maar de uitwerpselen zouden er overdag nog steeds moeten liggen. Toch is mijn achtertuin een egelparadijs. Een heg, geen schutting, ze kunnen vrij in en uit lopen. Er zijn donkere hoekjes en hoopjes bladeren. Naast de schuur ligt een kleine composthoop. Kortom, de insecteneter heeft meer dan genoeg keuze aan plekken om zijn voedsel te eten en daarna in slaap te vallen.

Maar in veel Nederlandse tuinen worden de heggen vervangen door schuttingen, de gazons door terrassen. De egel kan niet meer naar binnen, en als hij de tuin binnenkomt kan hij zich afvragen waarom hij zoveel moeite heeft gedaan voor kale tegels en open plekken. Het ’jaar van de egel’ is niet voor niets uitgeroepen: vermoedelijk gaat het niet zo goed met het dier.

De Zoogdiervereniging heeft geen idee hoeveel egels er zijn. Maar weet wel dat de natuurlijke leefomgeving van het dier wordt bedreigd. Daarom laat de vereniging vrijwilligers tellingen doen van egels. Alle andere mensen kunnen via www.jaarvandeegel.nl doorgeven waar en wanneer ze een egel hebben gezien – dood of levend. Een groepje forenzen telt het aantal aangereden egels op bepaalde routes – min één voor de egel waarvan ik graag denk dat ik die redde. De spreiding en de vermoede afname in het aantal kunnen zo in kaart gebracht worden.

Het op één na populairste wilde zoogdier van Nederland (op 1 staat de eekhoorn) houdt niet van eindeloze weilanden en uitgestrekte bossen. Vanaf de Veluwe komen er dan ook weinig meldingen binnen. Akkers en weilanden met bosjes doen het wel weer goed. Maar steeds meer bosstroken verdwijnen uit landbouwgebieden.

Nu is de egel niet heel bang aangelegd. Hij zal niet snel wegvluchten voor mensen. Daarom komt hij ook in steden en dorpen met groene, toegankelijke tuinen. Maar niet in die van mij.

Wie in het ’jaar van de egel’ het dier nog wil zien, moet opschieten. Van 18 tot en met 20 september is het speciale ’egelweekend’, met activiteiten rondom egels. Maar van oktober/november tot april/mei houden ze een winterslaap. In een nest van dorre bladeren, onder een heg of in een schuur, daalt de lichaamstemperatuur van het dier tot 10 graden, stopt de spijsvertering en vertragen de ademhaling en hartslag. Soms worden ze wakker en zoeken ze een andere plaats om te overwinteren. Misschien wel in een ’egelhuis’.

Op de site van de Zoogdiervereniging staan de aanwijzingen voor het timmeren van een slaapplaats voor de egel. Van vier stoeptegels, betonplex (waterdichte multiplex), een doos, wat schroeven en piepschuim knutselt u het huisje in elkaar. Droge bladeren en papiersnippers vormen een zacht bedje voor de slaperige egel.

Een heg, een gazon, donkere plekjes, slakken en zelfs een egelhuis vormen geen garantie voor een bezoek van de egel, maar het leefgebied wordt er wel door vergroot. Wie weet komen er uiteindelijk meer egels, die we kunnen voeren en mogen redden, maar die we vooral met rust moeten laten.

Nicolien van Doorn is op vakantie.

mailIcon print |