*

 
dossier

Tuinrubriek

Tuinsnobs zijn dol op distels die zich keurig gedragen

Nicolien van Doorn − 06/06/09, 00:00

Bij het woord ’distel’ denken we aan paars en stekelig. Aan opgespoten terreinen en industriegebieden. En aan het rijmpje: ’Distels breken is distels kweken, distels maaien is distels zaaien, distels trekken is distels stekken’. Onuitroeibaar dus, zoals iedere boer weet. Zodra hij de grond waarop distels groeien ploegt, worden de wortels in stukken gesneden en groeit elk stukje wortel weer uit tot een nieuwe plant.

  •  De speerdistel is mooi, maar woekert. ( FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)
    De speerdistel is mooi, maar woekert. ( FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Er zijn inderdaad distels die zich zo onopgevoed gedragen dat je ze niet in de tuin wilt hebben. Desondanks ben ik dol op distels. Altijd gedacht dat dat te maken had met hun architectonische vorm en aandoenlijke bloemhoofdjes. Maar daar kon ik me wel eens lelijk in vergissen, want volgens de Britse columnist James Bartholomew is er maar één reden waarom er distels in mijn tuin staan, en dat is dat ik een tuinsnob ben.

Tuinsnobs zijn mensen die altijd op zoek zijn naar planten die een ander niet heeft. Onverschrokken zetten ze alle conventies opzij en gaan voor rariteiten als sieruien, euphorbia’s en jawel... distels! Planten zonder kraak of smaak, maar wel verregaand origineel. Want dat is precies waar het de tuinsnob om gaat.

Het is maar goed dat je van jezelf niet weet dat je een snob bent, zodat je rustig door kunt gaan met het liefhebben van ’afwijkende’ planten. En wat die distels betreft: je hoeft echt geen akkerdistel, speerdistel of kale jonker in je tuin te zetten. Bij kwekers en tuincentra zijn wel degelijk tuinvriendelijke distels te koop die – eerlijk waar! – niet woekeren.

Onder de planten die distel worden genoemd omdat ze er distelachtig uitzien, zijn er trouwens een paar die niet ’echt’ zijn. Kruisdistels zoals de blauwe zeedistel (Eryngium maritimum), de echte kruisdistel (E. campestre) en de vlakke kruisdistel (E. planum) zijn schermbloemen die zich verkleed hebben als distel. Maar goed, een kniesoor die daar moeilijk over doet.

Echte distels die geschikt zijn voor de tuin, staan het liefst in de volle zon en op vochtige grond. De meest bekende is Cirsium rivulare ’Atropurpureum’, een statige plant met roodpaarse bloemhoofdjes, mooi ingesneden blad en lange stevige stelen. In mei begint hij al te bloeien en als je hem na de bloei terugknipt, blijft hij dat doen tot september.

De moesdistel (Cirsium oleraceum) heeft bleekgele bloemen en grote schutbladen. Je moet ervan houden, zeg ik voorzichtig, wat zoveel betekent als: nogal nietszeggende plant als je het mij vraagt.

Heel mooi zijn de kruisdistels, die dus geen distels zijn. Er zijn Amerikaanse en Europese, die beide zo hun makkes hebben. De Amerikaanse zijn bij ons niet helemaal winterhard en de Europese zijn kieskeurig: ze staan het liefst op een licht kalkrijke kleigrond. Woont u op zandgrond, dan wordt het dus tobben met die kruisdistels. Maar staat uw huis toevallig in de Noordoostpolder, dan kunt u zich met een gerust hart te buiten gaan aan die schitterende planten met hun staalblauwe bloemen.

Een groot pluspunt van distels is dat je er veel dieren een plezier mee doet. De planten worden gegeten door ezels en geiten, de olierijke zaadnootjes door vinkachtigen en mezen, de nectar door insekten met een lange tong zoals hommels, bijen en zweefvliegen. Bovendien zijn er vlinders, zoals de distelvlinder, die op distels hun eitjes leggen. Het bladgroen is een traktatie voor kevers, bladhaantjes, bladluizen en snuitkevers. En kiest u uw distels met zorg, dan kunt u er zelf eveneens culinair plezier aan beleven. Delen van de artisjok (Cynara scolymus), kardoen (Cynara cardunculus), moesdistel (Cirsium oleraceum) en mariadistel (Silybum marianum) zijn namelijk eetbaar.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />